<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
     xmlns:pp="http://www.presspage.com/rss/"
     version="2.0"
     xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom">
                <channel>
                    <title><![CDATA[Bron onafhankelijk nieuws Fontys]]></title>
                    <link>https://bron.fontys.nl/</link>
                    <description></description>
                    <language>nl</language>
                    <lastBuildDate>Sun, 18 Oct 2026 05:32:33 +0200</lastBuildDate>
                    <pubDate>Wed, 14 Oct 2026 14:01:42 +0200</pubDate>
                    <image>
                        <title><![CDATA[Bron onafhankelijk nieuws Fontys]]></title>
                        <url>https://content.presspage.com/clients/150_1980.jpg</url>
                        <link>https://bron.fontys.nl/</link>
                        <width>144</width>
                    </image><item>
                        <title>Accountancy aantrekkelijker door nieuwe eindtermen</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/accountancy-aantrekkelijker-door-nieuwe-eindtermen/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/accountancy-aantrekkelijker-door-nieuwe-eindtermen/</guid><pp:caseid>819084</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Het vak accountancy aantrekkelijker maken voor studenten door de opleidingen te vereenvoudigen. Dat is de strekking van de nieuwe concept-eindtermen die onlangs landelijk zijn gedeeld. Docenten Nadja van der Schoot en Patrick van Belkom geven vanuit Fontys Accountancy feedback op het plan, maar lijken vooralsnog positief.</strong></span></p><p><span>Toezichthouder CEA, Commissie Eindtermen Accountancy, stelt dat het anders moet binnen de accountancy-opleidingen. Volgens de commissie moeten theorie en praktijk sterker met elkaar worden verbonden en moet een vernieuwde opzet ruimte bieden voor een kortere opleidingsroute. Ook krijgen universiteiten en hogescholen meer vrijheid bij het samenstellen van hun eigen programma’s en wordt het aantal eisen waar een afgestudeerde accountant aan moet voldoen teruggedrongen.</span></p><p><span>Ter schets: voorheen deed een Fontysstudent gemiddeld vijf jaar over de bachelor, waren er daarna nog post-bacheloropleidingen en moest er een praktijkopleiding gevolgd worden voordat je aan de slag kon. Dat gaat op de schop, aldus Nadja Van der Schoot: “Eerst hadden we een opleiding van twaalf jaar om accountant te worden, maar met de nieuwe eindtermen wordt toegewerkt naar een nominale opleidingsduur van zeven jaar.”</span><br /><br /><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/85206803-c8fe-4fac-9100-5c51ca37eb68/500_nadjavanderschoot.jpg?x=1791971724125" alt="Nadja van der Schoot" width="200" /><strong>Andere eisen</strong><br /><span>Waar de eisen voorheen vooral om vakgebieden gingen, ligt de nadruk in de nieuwe richtlijnen meer op geïntegreerde leeruitkomsten zoals kennis, vaardigheden en professioneel gedrag. </span></p><p><span>Van der Schoot legt uit. “Er zijn nu zo’n 160 tot 180 geformuleerde eisen waar een accountant aan moet voldoen. Dat wordt teruggebracht naar 40 tot 50 eisen. Door dit te kunnen samenvatten in bredere geformuleerde beschrijvingen, voelen we bij Fontys veel meer de ruimte om talentgericht onderwijs aan te bieden.”</span><br /><br /><strong>Betere aansluiting</strong><br /><span>Dat vraagt om aanpassingen, zowel binnen het curriculum als bij docenten. “Docenten moeten meer samenhang aanbrengen tussen hun vakinhoud en de beroepspraktijk. De theorie die ze aanbieden moet compacter en duidelijker worden, zodat studenten begrijpen wat ze ermee kunnen doen en hoe ze die kennis in de praktijk kunnen toepassen”, licht docent Patrick van Belkom toe.</span><br /><br /><span>Want juist die praktijk wordt tijdens de studie steeds belangrijker, aldus ook het CEA. Daarom moeten opdrachten volgens de nieuwe landelijke richtlijnen beter aansluiten bij het niveau waarop studenten worden opgeleid. “Daar hoeven we niet zoveel aan te veranderen, want in feite doen we dat bij Fontys al heel goed”, aldus Van Belkom. “De verandering zit vooral in de manier waarop de onderdelen met elkaar verbonden worden.”</span></p><p><span><strong>AI en toetsing</strong></span><br /><span>Een van de ontwikkelingen die daar een grote rol in speelt is onder meer het gebruik van AI. Want is accountancy nu juist geen vakgebied dat door kunstmatige intelligentie overgenomen kan worden? “Absoluut niet”, antwoorden beide docenten. “AI is vooral een hulpmiddel dat accountants kan ondersteunen bij hun werkzaamheden, zoals het opstellen van adviesrapporten en onderzoeken. Maar dat betekent niet dat de accountant overbodig wordt. De accountant is juist degene die oordeelt en verbanden legt. Dat vraagt om nuance en blijft altijd mensenwerk”, aldus Van der Schoot.</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/425f93ad-4a69-4031-811c-e35689ff825c/500_patrickvanbelkom.jpg?x=1791971742894" alt="Patrick van Belkom" width="200" />Ook basiskennis van vakken als boekhouden, statistiek en procesanalyse blijft daarin volgens Van Belkom noodzakelijk. Aan docenten dus de taak om de integratie van AI daarin goed te begeleiden. “Studenten mogen AI bijvoorbeeld inzetten bij het maken van hun portfolio, maar moeten tijdens de beoordeling altijd laten zien dat ze de inhoud begrijpen. Een rapport kan er met behulp van AI perfect uitzien, maar de accountant is degene die de inhoud uit moet kunnen leggen.”</span></p><p><span>Een andere belangrijke factor is de verandering van toetsing. De accountancy-opleiding werkt al geregeld met portfolio’s, maar kent ook traditionele kennistoetsen. Dat gaat volgens de docent in de toekomst veranderen. “Toetsen zijn dan niet zozeer voor een cijfer, maar helpen studenten vooral om inzicht te krijgen in waar ze staan in hun kennis en ontwikkeling.”</span></p><p><span><strong>Aandachtspunten</strong></span><br /><span>Hoewel beide docenten overwegend positief zijn over de nieuwe eindtermen, zien ze ook aandachtspunten. Daarom verzonden ze vorige week hun feedback op het conceptplan. “Vooral de beoordeling van studenten vraagt om duidelijke afspraken”, legt Van der Schoot uit. “Want als leeruitkomsten meer holistisch worden geformuleerd, moet wel helder blijven wanneer een student goed genoeg presteert. En daarbij moeten we voorkomen dat Nederlandse accountantsopleidingen allemaal verschillende maatstaven gaan hanteren.”</span></p><p><span>Daarom werkt Fontys samen met andere opleidingen aan afspraken om het niveau dat studenten op verschillende momenten tijdens hun opleidingen moeten bereiken, vast te leggen. “Want de vrijheid om het onderwijs zelf vorm te geven, mag niet betekenen dat onduidelijk wordt wat er van studenten wordt verwacht. We moeten de ruimte die vrijkomt zo goed als mogelijk benutten, zonder dat we de kwaliteit van de opleiding uit het oog verliezen.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,featured,FHE,economie,Economie en bedrijfsleven,Onderwijs Economie,Berg]]></category>
            <pubDate>Wed, 14 Oct 2026 14:01:42 +0200</pubDate>
            <pp:lastModified>Wed, 14 Oct 2026 12:01:42 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_accountant-1238598-1920.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_accountant-1238598-1920.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/accountant-1238598-1920.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[accountant-1238598_1920 rekenmachine]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Alumni in top Quote 500: &#039;Jong zijn betekent risico&#039;s nemen&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/alumni-in-top-quote-500-jong-zijn-betekent-risicos-nemen/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/alumni-in-top-quote-500-jong-zijn-betekent-risicos-nemen/</guid><pp:caseid>758980</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Van studeren bij Fontys naar een plek in de Nederlandse Quote 500. Alumni Rob van den Heuvel (34) en Sabi Tolou (37) behoren met een geschat vermogen van 80 miljoen euro tot de rijkste Nederlanders onder de 40. Het succes begon al tijdens hun studententijd, toen zij samen met vriend Bas Smeulders het bedrijf Sendcloud oprichtten.</strong></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_logosporenverdiend-336971.jpg?x=1782306344632" alt="" width="200">Beiden studeerden destijds bij Fontys: Van den Heuvel studeerde Bedrijfseconomie en Tolou Commerciële Economie. Daarnaast hadden ze een bijbaantje bij T-Mobile. “In die tijd waren mobiele telefoons nog helemaal in opkomst. Het was 2010 en de iPhone 4 kwam net uit. Telefoons waren toen, en eigenlijk nog steeds, erg breekbaar, dus hoesjes waren echt een ding”, vertelt Tolou. “De hoesjes die mensen zochten hadden ze niet bij T-Mobile. Dus dachten wij: wat als we zelf hoesjes uit China importeren en die via een webshop verkopen?”&nbsp;</span></p><p><span>Zogezegd, zo gedaan. Binnen korte tijd groeide hun webshop enorm hard. “Waar we tegenaan liepen was dat het verwerken van bestellingen vooral handmatig werk was en veel tijd kostte”, vertelt Tolou. Van den Heuvel vult aan: “Er waren allemaal verschillende systemen waarin je gegevens handmatig moest invoeren. Toen dachten we: kom op, het is 2012, er moet toch een manier zijn om alles aan elkaar te koppelen en te automatiseren.” Zo ontstond Sendcloud, inmiddels uitgegroeid tot het grootste verzendplatform van Europa.</span></p><p><strong>Vrienden en familie</strong><br><span>Twee jaar na de lancering zagen de ondernemers tijdens een startup bootcamp in dat ze iets bijzonders in handen hadden. “Wij draaiden zo’n twintigduizend euro omzet per maand. Zelf waren we daar niet enorm van onder de indruk, maar de coaches wel. Die zagen echt potentie”, aldus Tolou. Met de investering die zij daar kregen, konden ze onder andere hun eerste medewerkers aannemen.&nbsp;</span></p><p><span>Dat begon met vrienden en familie. “Er werken hier nog steeds mensen met wie ik op Fontys in de klas heb gezeten”, vertelt Van den Heuvel. Volgens de ondernemers is dat een van de belangrijkste dingen die zij aan hun studententijd hebben overgehouden. “De basiskennis over hoe je een bedrijf runt en welke juridische zaken daarbij komen kijken is natuurlijk heel handig. Daarnaast hebben we er een waardevol netwerk opgebouwd.”</span></p><p><span><strong>Toekomst</strong></span><br><span>Op de vraag wanneer zij het gevoel hadden dat ze het echt gemaakt hadden, geven beide ondernemers - inmiddels goed voor</span> plek 17 en 20 op de lijst van Quote 500 -<span> hetzelfde antwoord. “Eigenlijk nog steeds niet.” Van den Heuvel legt uit: “We hebben binnen het bedrijf bepaalde doelen die we vaak een jaar later halen dan gepland. Daardoor voelt het altijd alsof het beter kan. Er zit altijd meer in.” Hij is dan ook volledig gefocust op de verdere groei van Sendcloud. “Ik wil zo groot mogelijk worden en zoveel mogelijk bedrijven helpen.”&nbsp;</span></p><p><span>Tolou heeft daarnaast nog een droom buiten Sendcloud. “Ik denk dat een groot deel van de beste ideeën zich bevindt bij de armste helft van de bevolking. Die mensen hebben vaak niet de middelen om hun ideeën waar te maken. Ooit wil ik hen graag helpen om dat wel te kunnen doen.”</span></p><p><strong>Geen spijt, maar kansen</strong><br><span>Aan toekomstige ondernemers van Fontys willen de mannen vooral meegeven dat er geen beter moment is om te beginnen dan nu. “Als je jong bent en nog thuis woont, zit je eigenlijk in een luxepositie”, legt Van den Heuvel uit. “Je hebt weinig te verliezen. Juist dan kun je risico nemen. Gaat het mis, dan leer je hoe het niet moet.” Volgens hem ontstaat spijt vooral wanneer mensen hun ideeën nooit hebben geprobeerd. “Je krijgt pas spijt als je over tien jaar bij een bank werkt en denkt: had ik maar iets gedaan met mijn leven.”&nbsp;</span></p><p><span>Ondernemen vraagt volgens beide mannen wel om veel inzet. “Wij waren in het begin ongeveer elke dag van 11 uur ’s ochtends tot 11 uur ’s avonds aan het werk”, vertelt Tolou. “Je moet echt gemotiveerd zijn. Het scheelde wel dat we een vriendenteam waren. Dan kun je best lang met elkaar opgescheept zitten.” Het belangrijkste advies van de twee alumni is daarom simpel: “Begin gewoon ergens. Doe iets. Begin klein en denk niet dat je met je eerste bedrijf meteen de wereld gaat veranderen.”</span><br><br><i><strong>Op de foto boven het artikel staan de drie eigenaren van SendCloud. </strong><span><strong>Van links naar rechts: Bas Smeulders, Rob van den Heuvel en Sabi Tolou.</strong></span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,economie,Onderwijs Economie,Economie en bedrijfsleven,PRO Economie,Alumni,Sporen verdiend,Mauro]]></category>
            <pubDate>Wed, 24 Jun 2026 15:35:52 +0200</pubDate>
            <pp:lastModified>Thu, 25 Jun 2026 11:52:06 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/4472bf02-6d8e-4745-94a0-268483515ad6/500_vanlinksnaarrechtsbassmeuldersrobvandenheuvelensabitolou.jpg?33385" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/4472bf02-6d8e-4745-94a0-268483515ad6/500_vanlinksnaarrechtsbassmeuldersrobvandenheuvelensabitolou.jpg?33385</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/4472bf02-6d8e-4745-94a0-268483515ad6/vanlinksnaarrechtsbassmeuldersrobvandenheuvelensabitolou.jpg?33385</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Van links naar rechts, Bas Smeulders, Rob van den Heuvel en Sabi Tolou]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Reorganisatie MC&amp;P: er is begrip, maar ook onzekerheid</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/reorganisatie-mcp-er-is-begrip-maar-ook-onzekerheid/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/reorganisatie-mcp-er-is-begrip-maar-ook-onzekerheid/</guid><pp:caseid>756595</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>De dienst Marketing, Communicatie & PR (MC&P) van Fontys moet fors krimpen. Medewerkers begrijpen waarom, maar vragen zich tegelijk af wat de reorganisatie betekent voor hun werk, hun functie en de verbinding met instituten.&nbsp;</strong></p><p>MC&P staat voor een omvangrijke <a href="https://www.fontys.nl/actueel/aankondiging-reorganisatie-dienst-mcp/">reorganisatie</a>. Volgens het college van bestuur (cvb) is dat nodig vanwege dalende studentenaantallen, relatief hoge kosten en de keuze voor een meer centrale werkwijze binnen de organisatie (<a href="https://stichtingfontys.sharepoint.com/sites/060_HARP">HARP</a>).</p><p>In het voorgenomen reorganisatieplan verdwijnt ruim een kwart van de huidige formatie: de dienst moet terug van 161,4 naar 120,8 fte. Een deel van die krimp wordt opgevangen via natuurlijk verloop en het niet verlengen van tijdelijke contracten. Naar verwachting blijft een reorganisatieopgave van bijna 19 fte over.</p><p><span>De dienstraad medezeggenschap (dmr) heeft ingestemd met het reorganisatieplan, waarna het cvb op 26 mei een voorgenomen besluit heeft genomen. Volgens Mily Simpson van de dmr is de voorgenomen reorganisatie “een stap in de goede richting voor een toekomstbestendig Fontys”. Het plan ligt nu bij de centrale medezeggenschapsraad (cmr). Na de zomer volgen gesprekken met de vakbonden over de uitvoering van de reorganisatie, die waarschijnlijk in het najaar ingaat.</span></p><p><span><strong>Begrip én onzekerheid</strong></span><br><span>Hoewel medewerkers begrip tonen voor de noodzaak van de reorganisatie, is er ook onzekerheid over de praktische en persoonlijke gevolgen. Vooral medewerkers die dicht bij de instituten werken, vragen zich af hoe centraal de nieuwe organisatie straks daadwerkelijk wordt ingericht.</span></p><p><span>Zo noemt een instituutsmedewerker de reorganisatie “zakelijk gezien logisch”, maar maakt ze zich wel zorgen over de verbinding met de instituten en de opleidingen. “Wij doen hier veel maatwerk, zijn veel in gesprek met het mt en de opleidingen. Ik hoop dat dit zo blijft, maar daar heb ik niet veel vertrouwen in.”</span></p><p><span>De onzekerheid onder medewerkers zit niet alleen in de organisatiestructuur, maar ook in de functies zelf. Medewerkers weten nog niet in welk team ze straks terechtkomen en hoeveel plekken daar beschikbaar zijn. “Het duurt gewoon lang”, zegt een medewerker van de centrale dienst. “Eigenlijk zouden we voor de zomer meer weten, maar dat wordt nu pas daarna omdat de vakorganisaties meer tijd nodig hebben.”</span></p><p><span><strong>Kleuren</strong></span><br><span>Vanaf het najaar krijgen medewerkers een eerste indicatie van hun positie binnen de reorganisatie. Daarbij werkt Fontys met verschillende kleuren, vertelt een van de medewerkers. Groen betekent dat een functie behouden blijft zonder boventalligheid, geel dat een functie blijft bestaan maar binnen het team mogelijk te veel mensen zitten en rood dat een functie verdwijnt. Daarnaast komen er nieuwe functies (blauw) waarop medewerkers kunnen solliciteren.</span></p><p><span>Een medewerker laat weten benieuwd te zijn naar het aanbod. “Als dat interessant is, ga ik zeker reageren.” Voor haar is niet alles in beton gegoten, al is nog niet duidelijk hoe een en ander gaat uitpakken. "Ik vind het ook leuk om mee te bewegen in de transitie. Als er nieuwe of andere werkzaamheden komen, sta ik daar zeker voor open.”</span></p><p><span><strong>Lange tijdslijn</strong></span><br><span>Toch lijkt vooral de lange tijdslijn voor spanning te zorgen. De reorganisatie wordt uitgesmeerd over meerdere jaren, met eerst een zogenoemd matchingsjaar en daarna een plaatsingsjaar. “Deze aanpak verrast mij wel”, aldus een andere medewerker van de centrale dienst. “Aan de ene kant vind ik het eerlijk: het biedt kansen en ruimte voor iedereen. Aan de andere kant betekent het een heel lange periode van onzekerheid.”</span></p><p><span>Ook Geoffrey Snippe, teamleider in Venlo met een aflopend tijdelijk contract en wiens functie verdwijnt in de nieuwe structuur, ziet die spanning bij zijn teamleden. “Mensen snappen dat de dienst moet krimpen”, zegt hij. “Maar iedereen wil nu wel weten waar hij aan toe is.” Volgens Snippe begint de lange aanlooptijd inmiddels zijn tol te eisen. “Je hebt kans op een lek van talent. Mensen zijn verandermoe en gaan om zich heen kijken.”</span></p><p><span>Als het om zijn eigen portemonnee zou gaan, zou Snippe de pleister er heel snel vanaf trekken. Maar Fontys is een sociale organisatie die er echt de tijd voor wil nemen, constateert hij. “</span>Wat dat betreft wordt het allemaal goed geregeld, en al helemaal als je een vast contract hebt. Dan heb je de tijd om na te denken over wat je wel of niet zou willen. <span>Daarover kun je eigenlijk niets verkeerds zeggen.&nbsp;</span>"</p><p><span><strong>Menselijk</strong></span><br><span>Ook andere medewerkers die Bron sprak, spreken over uitgebreide informatiebijeenkomsten, procesworkshops en een sociaal plan waarin medewerkers tijd krijgen om ander werk te vinden, binnen of buiten Fontys. “Het wordt heel zorgvuldig gedaan”, zegt een medewerker. “Heel menselijk ook. Maar dat betekent dus ook dat het langer duurt voordat er duidelijkheid is."</span></p><p><span>Sommigen blijven voornamelijk nuchter: “Ik probeer er niet te veel mee bezig te zijn tot het moment dat ik weet wat het voor mij gaat betekenen. Natuurlijk voel ik de onrust in de organisatie en in mezelf, maar ik probeer er niet te veel naar te handelen. Als ik straks weet hoe ik ervoor sta, kan ik pas echt in de actiestand. Ik hoop natuurlijk dat er een kans ontstaat voor mij, al kan ik die nu nog niet zien.”</span></p><h5>Meerdere medewerkers werkten mee aan dit artikel op voorwaarde van anonimiteit. Hun namen zijn bekend bij de redactie.</h5>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,MC&amp;P,economie,PRO Management en Organisatie,Organisatie,Bestuur en medezeggenschap,Verbiesen]]></category>
            <pubDate>Mon, 01 Jun 2026 17:17:54 +0200</pubDate>
            <pp:lastModified>Fri, 05 Jun 2026 06:39:18 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/6c205bf7-98a3-424f-89d3-ecfbc95179e2/500_rachelsmolencampusr4r3eindhoven.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/6c205bf7-98a3-424f-89d3-ecfbc95179e2/500_rachelsmolencampusr4r3eindhoven.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/6c205bf7-98a3-424f-89d3-ecfbc95179e2/rachelsmolencampusr4r3eindhoven.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Rachelsmolen campus R4 R3 Eindhoven]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Media bijten zich stuk op de student als nieuwsconsument</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/media-bijten-zich-stuk-op-de-student-als-nieuwsconsument/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/media-bijten-zich-stuk-op-de-student-als-nieuwsconsument/</guid><pp:caseid>740691</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>“Bron? Oh ja, iets met nieuws toch?” Het is een reactie die opvallend vaak terugkomt op de Fontys-campussen. Veel studenten hebben nog nooit van het platform gehoord, of herkennen de naam slechts vaag. En dat terwijl Bron juist voor hen produceert. Het probleem: niet desinteresse, maar zichtbaarheid.&nbsp;</strong></span></p><p><span>Dat studenten geen interesse hebben in het nieuws is een hardnekkig misverstand. Uit onderzoek en gesprekken met studenten blijkt juist het tegenovergestelde: ze zijn geïnteresseerd, maar consumeren nieuws fundamenteel anders.&nbsp;</span></p><p><span>Zo vertelt Patrick Selbach, directeur van #UseTheNews (een stichting die zich samen met jongeren inzet voor een andere nieuwsvoorziening): “Jongeren zoeken het nieuws niet actief op, ze komen het tegen in hun feed.” Die manier van consumeren, ook wel het “news finds me”-principe genoemd, maakt zichtbaarheid van het platform cruciaal. Wat niet direct opvalt, verdwijnt namelijk weer in het algoritme.&nbsp;</span></p><p><span><strong>Scrollen, kiezen, weg</strong></span><br><span>Sociale media spelen dus een belangrijke rol. Studenten ‘snacken’ nieuws, zo legt Britney Sieben uit, onderzoeker aan het lectoraat Waarde(n)volle Journalistiek van de hogeschool Windesheim. “Ze scrollen door korte fragmenten en maken meteen een keuze: dit vind ik interessant. Of niet, en scrollen meteen door."</span></p><p><span>Die snelheid kent een keerzijde vindt Karin Schut, freelance onderzoeker en auteur van het onderzoek ‘Jongeren, nieuws en media: een blik op de toekomst van het nieuws’. "Je komt heel veel nieuws tegen dat misschien helemaal niet geverifieerd is. Daar heb je als gebruiker echt een stuk mediawijsheid voor nodig.”</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:486/auto;width:486px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/256250f2-75a0-43c1-8689-af278bf83787/800_shutterstock-2354615783.jpg?x=1774879496228" alt="" width="486" height="auto">Sociale media oplossing?</strong></span><br><span>Vrijwel alle mediaplatformen zetten vol op sociale media in, met de hoop om zo hun studenten te bereiken. Instagram is daarin de grote uitblinker. Schut legt uit: “In ons onderzoek hebben we daarop ingezoomd: sociale media. Het is voor de klassieke nieuwsmedia best ingewikkeld om jongeren te bereiken, áls ze daar al mee bezig zijn.” Ze vindt het belangrijk dat je je als platform afvraagt waar je sociale media voor inzet: “Je hebt weinig invloed op wie je bereikt middels sociale media."&nbsp;</span></p><p><span>Opvallend is dat jongeren klassieke nieuwsmedia betrouwbaarder vinden dan sociale media, maar toch vooral via die sociale platforms nieuws consumeren. Dus niet elk platform wordt als betrouwbaar beschouwd, maar vanwege de routine wel geconsumeerd via sociale media. Vooral bij de onbekende/twijfelachtige platforms wordt het checken en vergelijken van informatie ingezet. Zo vertelt Sieben: "Als ze iets op Instagram zien en twijfelen, kijken ze bijvoorbeeld in de NOS-app wat er echt aan de hand is.” Het probleem zit hem dus in een overdaad aan informatie, en het gebrek aan richting daarin.&nbsp;</span></p><p><span>Veel nieuwsmedia proberen jongeren te bereiken door formats van elkaar over te nemen, denk aan de swipebare stories van NOS Stories. Begrijpelijk vindt Sieben, maar niet zonder risico. “Als iedereen hetzelfde format gaat gebruiken, dan gaat alles op elkaar lijken. Het algoritme moet dan alsnog kiezen. Dan krijgen ook accounts zonder geverifieerd nieuws de kans om jongeren te bereiken." Je eigen identiteit als platform is daar veel belangrijker in, stelt ze. Sociale media zou gebruikt moeten worden als trechter naar diepere journalistiek.&nbsp;</span></p><p><span><strong>Studenten willen relevantie en hoop</strong></span><br><span>Wat studenten wél willen is duidelijk: nieuws dat dichtbij komt. “Ik vind het belangrijk dat nieuws echt relevant voor me is”, vertelt een bevraagde student. “Als het over mijn opleiding specifiek zou gaan, zou ik het zeker lezen.”</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:471/auto;width:471px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/54ce183b-c70e-48d8-9db3-dd7bb51686d1/800_studentesmartphone.jpg?x=1774879719178" alt="" width="471" height="auto">Dat is volgens Selbach heel herkenbaar: “Onderwerpen moeten dichtbij de leefwereld liggen. Studie, huisvesting, mentale gezondheid, het studentenleven. Dat raakt ze direct.”&nbsp; En ook Sieben ziet daar kansen liggen: "Studenten missen vaak hun eigen perspectief in het nieuws. Ze hebben niet het idee dat ze worden aangesproken.”</span></p><p><span>Naast relevantie speelt ook de toon een rol. Studenten haken af door de constante stroom van negatief nieuws. “Wat we veel terugzien is negativiteit, herhaling en een gevoel van machteloosheid”, vertelt Sieben. “Constructieve journalistiek kan daar een goed antwoord op zijn.” Niet alleen het probleem tonen, maar ook context en mogelijke oplossingen.&nbsp;</span></p><p><span><strong>Zichtbaarheid en betrokkenheid</strong></span><br><span>De kern van het probleem is niet te verwijten aan één oorzaak. Het niet of moeilijk bereiken van jongeren is een mondiaal probleem, waar geen duidelijke oplossing voor bestaat. Als die al zou bestaan zou iedere redactie die overnemen. Het gaat om een combinatie van verschillende factoren: lage bekendheid, veranderend mediagedrag, concurrentie van algoritmes en de capaciteit van een redactie.&nbsp; “Er is geen vaste strategie om jongeren te bereiken, je moet blijven experimenteren”, onderstreept Selbach. “Kijk wat er aanslaat, samen met de studenten, betrek ze erbij.”&nbsp;</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:453/auto;width:453px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/8ee7e87f-a4d1-4c1a-8037-73322550286e/800_bronl.png?x=1774879536661" alt="" width="453" height="auto">Daarentegen is het opvallend dat Bron in de praktijk al veel stappen heeft gezet om studenten te bereiken. Van zichtbaarheid op de campus met posters en schermen, aanwezigheid bij evenementen zoals het Purple Festival, winacties, en het experimenteren met sociale media. Het platform zoekt actief naar manieren om dichter bij de doelgroep te komen. Dat deze inspanningen tot op heden slechts een beperkt bereik hebben gehad, onderstreept hoe complex het huidige medialandschap is.&nbsp;</span></p><p><span>Bereik is niet langer vanzelfsprekend, maar afhankelijk van algoritmes, timing en relevantie voor de doelgroep. Het vraagstuk rondom zichtbaarheid lijkt daarmee minder een kwestie van inzet, en meer een kwestie van experimenteren met de juiste vorm en de juiste plek.&nbsp;</span></p><p><i><span>Noé van Beek is vierdejaars student Journalistiek bij Fontys en liep de afgelopen maanden stage bij Bron. Bovenstaand artikel is de uitkomst van de onderzoeksopdracht die deel uitmaakte van zijn stage.</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Nieuws,economie,Noé,Student,Journalistiek]]></category>
            <pubDate>Mon, 30 Mar 2026 16:22:54 +0200</pubDate>
            <pp:lastModified>Tue, 31 Mar 2026 12:05:55 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/b8575f4e-2ad9-4296-a7f2-0478c6f63319/500_studentnieuwsscrollenmobiel.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/b8575f4e-2ad9-4296-a7f2-0478c6f63319/500_studentnieuwsscrollenmobiel.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/b8575f4e-2ad9-4296-a7f2-0478c6f63319/studentnieuwsscrollenmobiel.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[student nieuws scrollen mobiel]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>De kroeg in voor circulaire oplossingen</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/studenten-duiken-de-kroeg-in-voor-circulaire-oplossingen/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/studenten-duiken-de-kroeg-in-voor-circulaire-oplossingen/</guid><pp:caseid>724588</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p><span>Voordat het zover is en je straks op het Piusplein huisgemaakte champignonkroketten kunt eten of onder een duurzamer alternatief van de terrasheater zit, vindt er op vrijdag 31 oktober in het Stadhuis in Tilburg nog een eindexpositie plaats onder de noemer ‘</span><a href="https://www.linkedin.com/events/crossoverlabexhibition-newurban7371801254173286400/"><span>New Urban Purpose</span></a><span>’.&nbsp;</span></p><p><span>Hier worden alle ideeën van de vier Crossover Labs tentoongesteld. “Iedereen is welkom. Of je nu een Tilburgse beleidsmaker, een (horeca)ondernemer of gewoon nieuwsgierig bent. Laat onze ideeën je zodanig inspireren dat we de circulariteit, inclusiviteit, democratie én het ondernemerschap in Tilburg nog meer kunnen bevorderen", aldus Schreuder.</span></p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><span><strong>Met veertig vierdejaars studenten de kroegen in. Niet voor een drankje, feestje of een borrel, maar om de horeca als branche en sector meer te verduurzamen aan de hand van nieuwe businessmodellen. Dat staat deze periode centraal bij een van de Crossover Labs van Fontys Economie Tilburg.</strong></span></p><p><span>De Crossover Labs startten drie jaar geleden, waarin studenten van vier verschillende opleidingen in Tilburg bij elkaar komen voor een gezamenlijk project. “We werken hier multidisciplinair samen aan complexe vraagstukken uit de maatschappij, waarbij we studenten zoveel mogelijk willen laten leren in en met de praktijk. Hoe Fontys for Society wil je het hebben?”, gaat docent en begeleider Ivo Henckens direct van start.</span></p><p><span>Het zijn de economische studies Digital Business Concepts,</span><span> </span><span>Creative Marketing Concepts en de studies Trend Research & Concept Creation in Lifestyle en Creative Concepts for Communication die in de Crossover Labs hun krachten bundelen. “Zo leren studenten met andere disciplines samen te werken en hun eigen rol en toevoegde waarde beter in beeld te krijgen. Daarnaast hebben onze partners met hun maatschappelijke vraagstukken een projectteam nodig dat vanuit verschillende invalshoeken naar de uitdaging kan kijken.”</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:359/auto;width:359px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/9cd2ded0-0a7a-4417-8a66-ed121e74f301/800_destudentenbijcafeacutebakker.jpg?x=1759922787723" alt="De studenten bij Café Bakker" width="359" height="auto">Affiniteit met de opdrachtgever</strong></span><br><span>Die vraagstukken kunnen vallen onder maatschappelijke thema’s zoals inclusiviteit, democratie, ondernemerschap en circulariteit. Voor dat laatste thema zocht Fontys de samenwerking met de Tilburgse horeca op. “Een mooie ontwikkeling”, aldus Paul Schreuder, die samen met zijn collega’s Maarten de Rooij en Oscar de Souza het Crossover Lab Circulariteit bemant.&nbsp;</span></p><p><span>“Onze opleiding was voorheen erg gericht op de entertainmentindustrie, vandaar onze affiniteit met deze sector. Ook is de horeca in Tilburg een hele actieve en belangrijke sector. Niet alleen voor de stad, maar ook voor onze studenten. De ervaring leert dat hoe enthousiaster de studenten zijn over een opdrachtgever, hoe groter de motivatie om iets moois neer te zetten.”</span></p><p><span>Daar zetten de veertig studenten zich gedurende acht weken dan ook volle bak voor in. Om er achter te komen welke circulaire uitdagingen in de Tilburgse horeca op de loer liggen, gingen de studenten op bezoek bij een aantal zaken. Wat bleek: uitdagingen genoeg.</span></p><p><span><strong>Verspilling en verbruik</strong></span><br><span>Denk bijvoorbeeld aan voedselverspilling als gasten hun bord niet leeg eten. Of het gebruik van plastic rietjes en cupjes. En hoe zit het met het energieverbruik om heaters op het terras aan te zetten of het onnodige waterverbruik achter de bar? “Het is aan onze studenten om onder andere op deze vlakken de circulariteit te bevorderen.”</span></p><p><span>Toch valt dat volgens Schreuder niet altijd mee. “Studenten zijn gewend dat zij een afgebakende briefing krijgen, maar dit zijn open vraagstukken die om analyses van een complex systeem vragen. Zo moeten ze eerst in kaart brengen waar horecaondernemers allemaal rekening mee moeten houden, zoals de gemeente</span><span>n</span><span>, personeel, bezoekers, aangesloten brouwerijen en andere stakeholders.”</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:424/auto;width:424px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/bef123b5-831f-4d94-b726-177f02ee7203/800_opbezoekbijcafeacuteslagroom.jpg?x=1759922803112" alt="Op bezoek bij Café Slagroom" width="424" height="auto">Kansen en oplossingen</strong></span><br><span>Een moeilijke klus, zo bestempelt de docent het. “Maar het biedt ook de mogelijkheid om kansen te zien waar volgens hen iets te winnen valt binnen het huidige systeem. En dan komen ze niet weg met weer een social media-campagne. Er moet écht iets veranderen in het businessmodel ten behoeve van de circulariteit.”</span></p><p><span>De eerste oplossingen hebben het daglicht al gezien. Bij één van de horecazaken hebben de studenten gepleit voor ‘porties op maat’, waar bezoekers aan kunnen geven of zij kleine of grote trek hebben. “Minder trek is een kleinere portie, dus minder voedselverspilling. Bij een andere kroeg wordt gekeken of het koffie-afval gebruikt kan worden voor het kweken van champignons. Met uiteindelijk wellicht eigen champignonkroketten op de kaart."</span></p><p><span><strong>Van plan naar werkelijkheid</strong></span><br><span>Het is een greep uit de ideeën die de komende tijd worden onderzocht, getest en wellicht ook definitief worden geïmplementeerd. Want de Crossover Labs formuleren niet alleen maar mooie plannen, het moet ook haalbaar zijn, aldus Schreuder. “Onze horecapartners hebben aangegeven dat, als een concreet plan werkt, het ook bij hen gestart mag worden.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Tilburg,economie,Duurzaamheid,Student,Berg,PRO Economie]]></category>
            <pubDate>Wed, 08 Oct 2025 14:35:07 +0200</pubDate>
            <pp:lastModified>Thu, 09 Oct 2025 09:50:13 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/c752d524-0011-4251-ad89-8334b3438e85/500_studentenduikendekroeginvoorcirculariteit.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/c752d524-0011-4251-ad89-8334b3438e85/500_studentenduikendekroeginvoorcirculariteit.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/c752d524-0011-4251-ad89-8334b3438e85/studentenduikendekroeginvoorcirculariteit.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Studenten duiken de kroeg in voor circulariteit]]></pp:imageTitle></item></channel>
                    </rss>