<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
     xmlns:pp="http://www.presspage.com/rss/"
     version="2.0"
     xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom">
                <channel>
                    <title><![CDATA[Bron onafhankelijk nieuws Fontys]]></title>
                    <link>https://bron.fontys.nl/</link>
                    <description></description>
                    <language>nl</language>
                    <lastBuildDate>Mon, 07 Sep 2026 19:01:23 +0200</lastBuildDate>
                    <pubDate>Fri, 04 Sep 2026 10:58:35 +0200</pubDate>
                    <image>
                        <title><![CDATA[Bron onafhankelijk nieuws Fontys]]></title>
                        <url>https://content.presspage.com/clients/150_1980.jpg</url>
                        <link>https://bron.fontys.nl/</link>
                        <width>144</width>
                    </image><item>
                        <title>Fontys en TU/e bundelen krachten in Elektrotechniek</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/fontys-en-tue-bundelen-krachten-in-elektrotechniek/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/fontys-en-tue-bundelen-krachten-in-elektrotechniek/</guid><pp:caseid>805508</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p><strong>Financiering gezamenlijke onderwijsmodule</strong><br>Rock Your Baby wordt grotendeels gefinancierd door <a href="https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2024/03/28/nederland-investeert-25-miljard-euro-in-sterk-ondernemingsklimaat-voor-microchipsector-brainport-eindhoven" target="_blank">Project Beethoven</a>, een pakket maatregelen van Rijk en regio om de Brainportregio en de Nederlandse microchipsector te versterken. Van de 2,51 miljard euro die hiervoor beschikbaar is, gaat 450 miljoen euro tot en met 2030 naar de ontwikkeling van technisch talent. Daarna is hiervoor structureel 80 miljoen euro per jaar beschikbaar.</p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><strong>Eerstejaarsstudenten Elektrotechniek van Fontys Technology en de TU/e volgen dit semester voor het eerst samen een vak. Een van de doelen is</strong> <strong>om studenten op de juiste plek binnen het vakgebied te krijgen. Ook willen de instellingen met het project technisch talent behouden voor de Brainportregio en de elektrotechnische sector.</strong></p><img src="https://content.presspage.com/uploads/1980/e3cabda0-0910-4e67-a2ea-c9ee2c2b6b72/1920_petru.jpg?10000"><p>Tijdens de kick-offbijeenkomst donderdagochtend maakten de eerstejaarsstudenten kennis met elkaar in een bomvolle collegezaal op de TU/e-campus en werd de gezamenlijke opdracht toegelicht. In 42 gemengde teams gaan 370 studenten van Fontys en de TU/e samenwerken aan een technische oplossing voor een baby die rustig moet worden in een kinderzitje.</p><p>“Waarom gebeurt dit?” Dat is volgens tweedejaarsstudent Elektrotechniek Petru Ghermen typisch een vraag voor een TU/e-student. Bij Fontys staat eerder de vraag centraal: “Hoe kan ik dit toepassen?” Juist die twee benaderingen komen volgens hem samen in het nieuwe project Rock Your Baby.</p><p>Petru weet waarover hij praat. Hij studeerde zes maanden Elektrotechniek aan Fontys, voordat hij overstapte naar de TU/e. De theoretische en meer op onderzoek gerichte kant van de universitaire opleiding past beter bij hem. Tegelijkertijd heeft hij veel gehad aan de praktische vaardigheden die hij bij Fontys heeft opgestoken.</p><p>Nu is Petru studenttutor voor het project Rock Your Baby. Hij begeleidt eerstejaarsstudenten in de gemengde teams. “Omdat ik ervaring heb met de opleiding Elektrotechniek aan beide onderwijsinstellingen, kan ik ze goed begeleiden en laten samenwerken.”</p><p><strong>Krachten bundelen</strong><br />In het project werken 250 TU/e-studenten en 120 Fontysstudenten vanaf de eerste week van hun opleiding samen. Volgens onderwijsmanager Nico van der Aa (hoofdfoto) van Fontys zit de meerwaarde in de verschillende kwaliteiten van de studenten. “We willen dat ze in dit project hun krachten gaan bundelen. Ze hebben elkaar nodig om tot een goed resultaat te komen.”</p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:271px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/d8604b9a-14b9-4b6e-9dc2-3f73b26a1258/800_pietslenders.jpg" alt="Piet Slenders" width="271" />Ook Fontysdocent en designcoach Piet Slenders verwacht dat de verschillende achtergronden elkaar kunnen versterken. Zelf komt hij uit het bedrijfsleven en werkt hij veel met printplaten. “Je kunt ongelofelijke dingen voor elkaar krijgen als je een paar hele slimme wiskundigen met een aantal praktische mensen bij elkaar zet.”</p><p>De samenwerking is nadrukkelijk meer dan een kennismaking tussen hbo en wo. De studenten werken elke donderdagochtend aan het project, worden daarop getoetst en leveren een portfolio en uiteindelijk een prototype op. Het vak maakt onderdeel uit van het curriculum van de opleiding en levert studiepunten op. De eerstejaars worden begeleid door ongeveer honderd docenten, designcoaches en studenttutoren van zowel Fontys als TU/e.</p><p><strong>Talentgericht onderwijs</strong><br />Voor de TU/e is het project overigens niet nieuw. Rock Your Baby wordt daar al meerdere jaren aangeboden. Fontys haakt dit studiejaar voor het eerst aan. Fontysstudenten krijgen daarbij extra begeleiding; elke donderdagmiddag is er een terugkommoment. TU/e-studenten worden in het eerste semester juist meer losgelaten. “Wij willen juist dat onze studenten gestructureerd gaan werken”, zegt Van der Aa.</p><p>Voor Slenders is vooral zijn rol als designcoach anders dan in ‘traditioneel’ onderwijs. “Fontys Technology werkt al enige jaren met talentgericht onderwijs, dus de werkwijze is mij niet geheel vreemd. Het vraagt van mij om niet te snel antwoorden en oplossingen te geven, daar ben ik als technicus wel toe geneigd. Ik moet studenten genoeg informatie geven om verder te kunnen, zonder de oplossing alvast voor te zeggen.”</p><p>Dat betekent ook dat hij vooral op het proces moet letten. Een van de uitdagingen is volgens hem dat het werk in de studententeams eerlijk wordt verdeeld. “Van nature trekken mensen werk al gauw naar zich toe. Wij moeten ervoor zorgen dat ze het werk goed verdelen, zodat iedereen een maximaal leereffect kan behalen.”</p><p><strong>Andere leerroute</strong><br />Dat studenten dankzij het project mogelijk ontdekken dat de opleiding aan het andere instituut beter bij hen past, is geen bijeffect maar een van de doelen. Bij zowel Fontys als de TU/e valt een deel van de studenten in het eerste jaar uit. “Een vroege studiekeuze, verwachtingen van ouders en een verkeerde inschatting van de opleiding kunnen daarbij een rol spelen”, licht Van der Aa toe.</p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:274px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/ebc2bf54-81ad-46b8-a81f-156225140acc/800_bvof-2026-0903-0016nico.jpg" alt="Nico van der Aa. Foto: Bart van Overbeeke" width="274" />Daarom worden studenten die zich niet op hun plek voelen meteen al gewezen op de andere onderwijsroute. TU/e-studenten kunnen na het eerste semester direct instromen naar het tweede semester bij Fontys, of ze stappen in februari over. Fontys houdt daarvoor rekening met kleinere klassen.</p><p>Van der Aa hoopt dat studenten die mogelijkheid daadwerkelijk gaan benutten. “We zien dat er nu maar een handjevol studenten vanuit de TU/e bij ons aanklopt. Daarom willen we er meer bekendheid aan geven. Daar werken we hard aan”, zegt hij. Fontysstudenten kunnen na hun opleiding via een hbo-topprogramma bovendien doorstromen naar een master aan de TU/e. Petru is zelf het voorbeeld dat zo’n overstap kan werken.</p><p><strong>Brug naar het werkveld</strong><br />Het gezamenlijke onderwijs moet volgens Fontys en de TU/e niet alleen studenten helpen bij hun studiekeuze, maar ook bijdragen aan het behoud van technisch talent voor de Brainportregio. Onderwijsmanager Van der Aa benadrukt dat het project geen eenmalig experiment is. Fontys en de TU/e hebben volgens hem bewust gekozen voor een langetermijnsamenwerking. “Ik denk zelfs dat deze uitgebreid kan gaan worden. De opleidingen Wiskunde van beide instellingen hebben inmiddels interesse getoond in een vergelijkbare samenwerking.”</p><p>Voor Van der Aa is de samenwerking tussen Fontys en de TU/e vanzelfsprekend. In het regionale werkveld werken afgestudeerden van beide instellingen al langer samen. “Op de werkvloer gaat dat heel natuurlijk. Ik denk dat we, hoe verder we komen in dit project, steeds vaker denken: dit is heel logisch wat we doen.”</p><h5><strong>De foto bovenin is gemaakt door Bart van Overbeeke</strong></h5>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Onderwijs Techniek,Onderzoek Techniek,PRO Techniek,Techniek,Eindhoven,FT]]></category>
            <pubDate>Thu, 03 Sep 2026 15:20:32 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/e6858dca-fb37-4769-8b10-95b8dbe636a7/500_bvof-2026-0903-0202kick-offcbl-onderwijsmodulefontystue-studentenee.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/e6858dca-fb37-4769-8b10-95b8dbe636a7/500_bvof-2026-0903-0202kick-offcbl-onderwijsmodulefontystue-studentenee.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/e6858dca-fb37-4769-8b10-95b8dbe636a7/bvof-2026-0903-0202kick-offcbl-onderwijsmodulefontystue-studentenee.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Nico van der Aa]]></pp:imageTitle><pp:imageDescription><![CDATA[Foto: Bart van Overbeeke]]></pp:imageDescription></item><item>
                        <title>Stageprobleem Automotive blijft, studievertraging dreigt</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/stageprobleem-automotive-blijft-studievertraging-dreigt/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/stageprobleem-automotive-blijft-studievertraging-dreigt/</guid><pp:caseid>762733</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Tientallen telefoontjes, nog meer mailtjes, maar nul reacties. Studenten van de opleiding Fontys Automotive kampen nog steeds met problemen bij het zoeken naar stage- en afstudeerplekken. Voor sommigen dreigt daardoor zelfs studievertraging. “Je doet je best om alles op tijd te halen, maar hier heb je geen invloed op.”</strong></span></p><p><span>Het is stagebureau-coördinator en afstudeerbegeleider bij Fontys Automotive Frank Steeghs die vorige maand op LinkedIn de noodklok luidde. Want hoewel Bron </span><a href="https://bron.fontys.nl/stageplek-vinden-voor-sommigen-nu-veel-lastiger/"><span>in januari dit jaar</span></a><span> al een bericht deelde over het tekort aan stage- en afstudeerplekken, lijkt de situatie nauwelijks te zijn verbeterd. Steeghs riep bedrijven en organisaties daarom op: ‘Kijk nog eens of er ruimte is voor een stage of afstudeeropdracht. Met relatief weinig moeite kun je een groot verschil maken, en samen houden we talent in beweging.’</span></p><p><span>Een van die talenten is derdejaars Automotive-student Jules, die na zes telefoontjes naar hetzelfde bedrijf de moed langzaam in zijn schoenen voelde zakken. Steeds opnieuw kreeg hij te horen dat zijn gegevens zouden worden doorgegeven, maar een reactie bleef uit. “Het lastigste is om überhaupt contact te leggen. Je kunt mailen of bellen, maar vaak kom je uit bij een servicedesk of verdwijnt je mail ergens in een overvolle inbox. Dan hoor je gewoon niets meer.”</span></p><p><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/b229ab2e-2dec-4285-9ed3-f2ab43e3d7c4/500_steehgs.png?x=1783587907419" alt="Frank Steeghs" width="200">Meer dan de helft</strong><br><span>Jules is echter niet de enige. Volgens Steeghs hebben pas 20 van de 46 studenten die in september willen starten met afstuderen een geschikte plek doorgegeven. “Dat betekent dus dat meer dan de helft nog geen definitieve plek heeft.”</span><br><br><span>Normaal gesproken moeten deze studenten begin juli duidelijkheid hebben over hun afstudeerplek, maar dit jaar kiest de opleiding ervoor om soepeler met die deadline om te gaan. “Doen we dat niet, dan bezorgen we studenten een half jaar vertraging terwijl zij daar vaak nauwelijks iets aan kunnen doen. Dat voelt allesbehalve eerlijk.”</span></p><p><span>Toch blijft de onzekerheid volgens de coördinator groot. “Ik ben heel benieuwd hoe de balans er op 1 september uitziet. Want als straks tien tot twintig studenten nog steeds geen plek hebben, hebben we echt een serieus probleem.”</span></p><p><span><strong>Hoop voor Jules</strong></span><br><span>Die problemen beginnen al vorm te krijgen, want er zijn studenten die in februari hadden willen beginnen met hun stage, maar pas maanden later een plek vonden. “Er zijn ook studenten die niets hebben gevonden, maar die vertraging haal je niet meer in.”</span></p><p><span>Jules ziet dat ook gebeuren bij zijn medestudenten. “Ik ken iemand die al een half jaar vertraging heeft omdat hij geen stage kon regelen. Een ander heeft ongeveer twintig bedrijven benaderd voordat hij eindelijk ergens terechtkon.”</span></p><p><span>Zelf nam Jules contact op met zo’n acht bedrijven, nog zonder definitief succes. Een studiereis naar Zwitserland bood gelukkig wel wat hoop. “Op een universiteit daar is mogelijk een stageplek beschikbaar, en er is nu één Nederlands bedrijf waar ik op gesprek mag komen. Waar het op uitloopt, weet ik niet, maar ik moet wel nog van alles regelen terwijl veel mensen al met vakantie zijn.”</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:263/auto;width:263px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/fcd85567-304e-4a4a-a62f-62201752e8d7/800_speeddates.jpg?x=1783588080184" alt="De speeddates" width="263" height="auto">Onzekerheden bij bedrijven</strong></span><br><span>Dat studenten zoveel moeite hebben met het vinden van geschikte stage- en afstudeerplekken heeft volgens Mark Herman, accountmanager bij Centre of Expertise </span><span style="text-align:start;">High Tech Systems and Materials (</span><span>HTSM), alles te maken met economische onzekerheden in de technische sector. “Bedrijven weten niet goed wat de markt gaat doen en sommige organisaties hebben het afgelopen jaar mensen moeten ontslaan. Daardoor is er minder capaciteit om stagiairs te begeleiden, dus zijn bedrijven terughoudender geworden.”</span></p><p><span>Dat merkte de accountmanager al op tijdens Meet & Match, het jaarlijkse evenement waar studenten van Fontys Technology en bedrijven elkaar ontmoeten voor stages, afstudeeropdrachten en startersfuncties. “Normaal hebben we zo’n 250 bedrijven en ruim 150 speeddatetitels voor stage- en afstudeeropdrachten. Dit jaar stonden er ongeveer 215 bedrijven en waren er minder dan 100 speeddates.”</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/d20585f1-eebc-4089-8e05-2042f3ea6027/500_markherman.jpeg?x=1783588108309" alt="Mark Herman" width="200">Voorzichtig vooruitzicht</strong></span><br><span>Een duidelijk signaal dat er iets gaande is in de technologische wereld, al lijkt die wereld heel voorzichtig toch ook weer bergopwaarts te gaan. “ASML gaat weer meer produceren, en dat werkt uiteindelijk door in de hele keten. Ik verwacht dat bedrijven daardoor de komende periode weer meer ruimte krijgen om studenten aan te nemen.”</span></p><p><span>En die ruimte is waardevol, vindt zowel Herman als Steeghs. “Een stage is veel meer dan alleen een opdracht uitvoeren. Je leert hoe een organisatie werkt, ontdekt welk type bedrijf bij je past en ontwikkelt jezelf op professioneel gebied”, aldus Herman. Steeghs: “Praktijkervaring maakt onze studenten zelfstandiger en professioneler, en je merkt echt welke studenten al stage hebben gelopen.”</span></p><p><span><strong>Geen eigen invloed</strong></span><br><span>Of Jules zich daar binnenkort ook bij mag scharen, is voor nu nog even de vraag. Maar de student blijft hopen dat zijn zoektocht binnenkort eindigt. “Je doet drie jaar lang je best om alles op tijd te halen, dus dan zou het jammer zijn als je alsnog vertraging oploopt door iets waar je zelf eigenlijk geen invloed op hebt.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Automotive,Onderwijs Techniek,Onderzoek Techniek,PRO Techniek,Techniek,Student,Studenten,Eindhoven,Berg]]></category>
            <pubDate>Thu, 09 Jul 2026 11:20:18 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_praktijkonderwijsautomotivemotorkap.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_praktijkonderwijsautomotivemotorkap.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/praktijkonderwijsautomotivemotorkap.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Praktijkonderwijs Automotive motorkap]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Student Eser werkt mee aan IVF-laboratorium in de ruimte</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/student-eser-werkt-mee-aan-ivf-laboratorium-in-de-ruimte/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/student-eser-werkt-mee-aan-ivf-laboratorium-in-de-ruimte/</guid><pp:caseid>744538</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Een IVF-laboratorium in de ruimte, dat is het doel van SpaceBorn United en het Eindhovense studententeam Aster in Space. Fontysstudent Eser Sazli werkt mee aan dit unieke project.</strong></span></p><p><span>Eser is een 23-jarige student Mechatronics die naast zijn opleiding parttime bij het Eindhovense biomedische start-upbedrijf SpaceBorn United (SBU) werkt. Hij is ook vrijwilliger bij het studententeam Aster in Space van de Technische Universiteit Eindhoven. Het team werkte al samen met SBU, maar dankzij Sazli gaan de partijen nu ook samen aan de slag om over minimaal tweeënhalf jaar een satelliet met een mini-IVF-laboratorium de ruimte in te sturen.&nbsp;</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/e28208d8-bee8-40c2-bceb-f421e9d7b641/500_eser.jpg?x=1778490164418" alt="Eser Sazli" width="200">Dat is volgens Sazli uniek. Ze gaan proberen de eerste bevruchting van zoogdieren met een IVF-opstelling in de ruimte uit te voeren en hiermee uiteindelijk ook IVF op aarde succesvoller te maken.</span></p><p><span><strong>Samenwerking</strong></span><br><span>Aster in Space werd vier jaar geleden opgericht door studenten om de ruimtevaartindustrie toegankelijker te maken voor studenten uit de regio Eindhoven. Dankzij de samenwerking met SBU kunnen zij en de TU/e hun apparatuur daadwerkelijk in de ruimte testen. Tegelijkertijd profiteert SBU van de samenwerking binnen hun visie op zelfvoorzienende menselijke nederzettingen op de maan en om IVF op aarde succesvoller te maken.</span></p><p><span>SBU levert het laboratorium en Aster in Space ontwikkelt subsystemen, zoals de ‘On-Board Computer’, het ‘Electrical Power System’ en het ‘Structural and Thermal Management System’. “In eerste instantie was het doel van SBU alleen om apparatuur te testen, maar uiteindelijk zagen zij dat er meer potentie in zat. Nu wordt het een orbitale missie in plaats van een suborbitale missie”, vertelt Sazli.</span></p><p><span>Het is dus de bedoeling dat er daadwerkelijk een satelliet in een baan rond de aarde wordt gebracht om daar een poging te doen tot de eerste bevruchting van zoogdieren met een IVF-opstelling in de ruimte. “Het is een complex en ingewikkeld doel, maar ik heb er echt vertrouwen in. Het zal ongetwijfeld lastig worden, maar dat is juist waarom we het doen. Als het makkelijk was, zou het ook niet interessant zijn.”</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:586/auto;width:586px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/f3eee319-1f64-4085-8619-c4a7a6fb7029/1920_labwerk.jpg?x=1778490434291" alt="Een student bezig met onderzoek voor het baanbrekende project" width="586" height="auto">Toekomst van Aster</strong></span><br><span>Daarnaast vertelt Sazli dat Aster opnieuw gestructureerd gaat worden. Er is een voorstel aangenomen om minder langdurige grote missies uit te voeren en meer korte missies te doen.&nbsp;</span></p><p><span>“We voeren nog steeds langetermijnmissies uit, maar mijn voorstel was om eerst kortere missies te doen om zo ervaring én financiering op te bouwen voor de grotere, complexere langetermijnmissies."</span></p><p><span>"Dit verkleint natuurlijk ook het risico op een totale mislukking van een missie, omdat we stap voor stap toewerken naar grotere missies met kleinere missies. Als er dan één mislukt, kun je sneller herstellen. Je spreidt het risico dus over meerdere missies, in plaats van alles op één missie te zetten.”</span></p><p><span><strong>Motivatie</strong></span><br><span>Daarnaast helpen kortere missies ook binnen het team, omdat ze de motivatie en aandacht beter vasthouden. “Studenten die bij Aster aangesloten zijn, zitten er vaak maar anderhalf jaar. Dan helpen ze wel mee, maar zien ze uiteindelijk niet het eindresultaat van hun inzet.”</span></p><p><span>Volgens Sazli maakt die nieuwe aanpak het ook makkelijker om samen te werken met de universiteit. “De universiteit kan dan iets ontwikkelen wat ze de ruimte in willen sturen, een ‘payload’. In plaats van dat ze daarvoor een extern bedrijf moeten zoeken, kunnen ze binnen de universiteit terecht. Wij zorgen dan voor de ‘bus’, dus het systeem waarin het wordt vervoerd.”&nbsp;</span></p><p><span>Uiteindelijk lijkt het Sazli ook interessant om dat idee vóór het einde van zijn studie bij Fontys neer te leggen.</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Student,Onderzoek Techniek,Onderzoek,Eindhoven]]></category>
            <pubDate>Mon, 11 May 2026 11:13:51 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/bb834942-3b22-467a-8b20-e26af2439cdd/500_spaceshuttle.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/bb834942-3b22-467a-8b20-e26af2439cdd/500_spaceshuttle.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/bb834942-3b22-467a-8b20-e26af2439cdd/spaceshuttle.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[spaceshuttle]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Subsidie voor elektrische koelwagens met zonnepanelen</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/subsidie-voor-elektrische-koelwagens-met-zonnepanelen/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/subsidie-voor-elektrische-koelwagens-met-zonnepanelen/</guid><pp:caseid>744320</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Kleine elektrische koelwagens die middels zonnepanelen hun eigen energie opwekken tijdens het rijden en zo voldoende rijbereik hebben. Het klinkt haast te mooi om waar te zijn, maar niets is minder waar. Het lectoraat Automotive & Energy Innovation ontvangt als onderdeel van het SmartSOLAR-project een subsidie van bijna 2 ton om dit te bewerkstelligen.</strong></span></p><p><span>De subsidie maakt deel uit van het programma Zeeland in Stroomversnellingen, dat innovatieve projecten stimuleert die bijdragen aan thema’s zoals energie, klimaat, landbouw en voeding. Fontys werkt voor dit project namelijk samen met de Zeeuwse bedrijven Smartbox, Adri en Zoon, G en B, Kotra Wagenparkbeheer en Impuls Zeeland.</span></p><p><span>Vanuit het lectoraat Automotive & Energy Innovation, dat als doel heeft om maatschappelijke impact te creëren op het gebied van energietransities, emissieloos transport en veiligere en schonere mobiliteit, is docentonderzoeker Oxana Zaal betrokken bij het project. “Het gaat in dit geval om een klein beetje extra energie, maar dat kan precies het verschil maken.”</span></p><p><strong>Ingewikkelde constructie</strong><br><span>In Zeeland rijden namelijk een hele hoop elektrische bestelbusjes die gekoelde of diepgevroren producten vervoeren, zoals vis. Maar juist in dat segment blijkt elektrificatie een grote uitdaging, legt Zaal uit. “Deze busjes kunnen redelijk wat kilometers maken, maar zodra je er een koelinstallatie aan toevoegt, wordt het ingewikkeld.”</span></p><p><span>De koelinstallatie draait immers op dezelfde batterij als die de bestelbus nodig heeft voor de aandrijving. “De energie die je nodig hebt voor de koeling gaat dus ten koste van je rijbereik”, aldus de docentonderzoeker. “En daardoor kunnen bezorgers net niet al hun ritten uitvoeren.”</span></p><p><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:274/auto;width:274px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/5b386c03-8a23-43f5-8042-fe1bae09e7ad/800_oxanazaal.jpeg?x=1778158218770" alt="Oxana Zaal" width="274" height="auto">Eerdere poging</strong><br><span>Om dat probleem op te lossen ontstond het idee om zonnepanelen op de daken van deze busjes te plaatsen. Iets wat bij vrachtwagens al gebeurt omdat deze veel dakoppervlak hebben, maar bij bestelbusjes wegens het gebrek aan ruimte nog niet eerder geprobeerd is. “Toch kan dat kleine beetje energie precies genoeg zijn om die laatste rit nog wel te halen.”</span></p><p><span>Het is voor Fontys echter niet de eerste keer dat zij onderzoekt of zonnepanelen rendabel zijn voor kleinere bussen. “We hebben eerder een vergelijkbare studie gedaan voor een kaasboerderij die haar marktwagen wilde elektrificeren. Daaruit bleek dat het net niet haalbaar was, tenzij men zonnepanelen toe zou voegen. Dat advies kunnen we nu verder onderzoeken.”</span></p><p><strong>Van digitaal naar praktijk</strong><br><span>Binnen het Zeeuwse project focust Zaal zich dus niet op het bouwen van de voertuigen, maar bij het analyseren en onderbouwen van de keuzes. “Vooral de theoretische kant dus”, legt ze uit. “We maken digitale modellen van de voertuigen en zonnepanelen en combineren deze om de eventuele opbrengsten te kunnen voorspellen. Daarna toetsen we in de praktijk of dit klopt.”</span></p><p><span>In juni wordt de subsidie officieel uitgereikt aan de SmartSOLAR-groep, waarna Zaal, haar collega’s en studenten die betrokken zijn bij het lectoraat aan de slag kunnen. En ook die laatste groep is volgens haar heel belangrijk. “We gebruiken dit soort projecten zodat studenten met echte vraagstukken aan de slag kunnen. Inclusief data die niet perfect is en situaties die ze niet in een lesboek tegenkomen. Daar leren ze enorm veel van.”</span></p><p><span>De docentonderzoeker verwacht dat het project in het najaar echt vorm krijgt en dat de eerste inzichten snel zullen volgen. “Zo blijkt uit eerdere studies dat niet altijd de koelinstallatie de grootste energieverbruiker is. In sommige gevallen blijkt de verwarming van de cabine in de winter juist zwaarder te wegen." Ook andere factoren spelen een rol, zoals het rijgedrag van chauffeurs. “We zien vaak dat energieverbruik in het begin hoger ligt,” legt Zaal uit. “Na verloop van tijd leren chauffeurs efficiënter te rijden en daalt het verbruik. Dat soort effecten kun je alleen zien als je langere tijd meet.”</span></p><p><span>Daarom duurt het project twee jaar. “Want hoe langer je monitort, hoe meer patronen je ontdekt”, licht Zaal toe. Of we straks dan op ieder bestelbusje zonnepanelen zien liggen? “Dat denk ik niet, want het gebruik hangt sterk af van hoe en waar je je voertuig gebruikt. Op snelwegen en in de Zeeuwse landschappen is bijvoorbeeld meer opbrengst mogelijk dan in steden, omdat hier meer zonuren zijn. Voor dit soort bedrijven kan het in ieder geval heel interessant zijn.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Automotive,Onderzoek,Onderzoek Techniek,Lectoraten,Berg]]></category>
            <pubDate>Thu, 07 May 2026 15:16:12 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/d1ec56e5-298f-4632-bcc9-155d9cc72f3f/500_shutterstock_2718668777.jpg?44724" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/d1ec56e5-298f-4632-bcc9-155d9cc72f3f/500_shutterstock_2718668777.jpg?44724</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/d1ec56e5-298f-4632-bcc9-155d9cc72f3f/shutterstock_2718668777.jpg?44724</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Foto ter illustratie]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Nexus-fusie moet slagkracht technische studies vergroten</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/nexus-fusie-moet-slagkracht-technische-studies-vergroten/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/nexus-fusie-moet-slagkracht-technische-studies-vergroten/</guid><pp:caseid>713829</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Het is een fusie die velen al veel eerder hadden willen zien gebeuren. Niet op de laatste plaats het werkveld, maar ook medewerkers van de Fontys-instituten die sinds een paar jaar samen in Nexus zijn ondergebracht. Vanaf 1 januari is het dan zover en gaan drie instituten samen verder onder de naam Fontys Technology.</strong></p><p>Fontys Engineering, Bedrijfsmanagement en Techniek (BenT), en Toegepaste Natuurwetenschappen (TNW): allemaal technische studies, allemaal bezig met verwante onderwerpen en onderzoeken. Maar tot nu toe ook allemaal apart.</p><p>Fusies kennen vaak voor- en tegenstanders. De een ziet de voordelen van samensmelting, de ander is bang voor identiteitsverlies of voor banen die mogelijk verloren gaan. Die laatste angst bestaat ook nu zeker wel onder de medewerkers die Nexus als standplaats hebben. Maar dat heeft weinig met de fusie te maken en veel met een combinatie van grote ontwikkelingen, zoals HARP, het harmonisatieproces van de diensten, TGO en Beethoven.</p><p>Dat die twee processen nu tegelijkertijd lopen, ziet Maartje Damoiseaux (directeur van BeNT en TNW) juist als een voordeel. “Beide processen hebben hetzelfde doel: de slagkracht vergroten. Per toeval gebeurt dat nu in hetzelfde tempo. Maar het is juist veel fijner dat het tegelijkertijd gebeurt in plaats van achter elkaar. Het vraagt alleen wel veel afstemming.”</p><p><strong>Onrust</strong><br>Dat onderschrijven ook Bart-Jan van Lierop, directeur van Engineering, en Miloe van Sprang, procesmanager van de fusie. Zij bevestigen alle drie dat er inderdaad onrust is onder de medewerkers, maar dat dit vooral te maken heeft met alles wat er momenteel speelt “Zoals je dat ook elders binnen Fontys ziet. De onrust hier, zo hebben wij het gevoel, is zeker niet fusie-gerelateerd.”</p><p>Van Lierop voegt toe dat ook andere processen helpen bij de samensmelting van de drie instituten. “In het verleden is vaker geprobeerd om samen te werken, maar dat bleek dan toch lastig. Voordat de covid-crisis uitbrak deden we ook al steeds meer samen. Maar dat is daarna verwaterd. HARP, maar ook Beethoven (het omvangrijke subsidieprogramma voor de Brainportregio, red.) en Talentgericht Onderwijs versterken nu juist dit proces.”</p><p><strong>Loket</strong><br>Het is, zo stellen zij, een hele logische koers die nu gevaren wordt. En eentje waarbij iedereen in Nexus op één lijn zit. Met niet als enige maar misschien wel grootste voordeel dat het werkveld straks één loket heeft waar het aan kan kloppen.&nbsp;</p><p>Damoiseaux: “Het helpt enorm als we al die ‘silo’s’ weghalen. We krijgen nu bijvoorbeeld één LLO(Leven Lang Ontwikkelen)-loket: daar is geen werkveld op tegen. En ook als het gaat om de bedrijfsvoering: de krachten bundelen gaat zonder meer een positief effect hebben.”</p><p>En niemand hoeft, in elk geval vooralsnog, te vrezen voor veranderingen in onderwijs of onderzoek. “We wijzigen niets aan onderzoek en onderwijs. Dat houden we buiten de scope van dit proces. We moeten daarin doorlopen in het tempo zoals we dat al doen, ook vanwege het werkveld.”</p><p><strong>Banenverlies</strong><br>Fusies kennen vrijwel altijd voordelen omdat zaken en taken gebundeld kunnen worden. Vaak betekent dit ook dat je met minder mensen toe kunt komen. HARP mag dat misschien als een van de doelstellingen hebben, maar deze fusie niet, zo benadrukken Damoiseaux en Van Lierop.</p><p>“Nee, dat is nooit een uitgangspunt of intentie geweest achter deze fusie. Het gaat erom dat we meer slagkracht krijgen en dat we de juiste mensen op de juiste plaats krijgen”, stelt Van Lierop. “En iedereen hier droomt ook wel van die gemeenschappelijkheid.”</p><p>Slagkracht die hard nodig is in de steeds sneller veranderende wereld en waarin een wendbaardere organisatie nodig is. En over dromen gesproken… Van Sprang:<span>&nbsp; </span>“Daarom hebben we ook ontwikkelteams samengesteld die bepaalde disciplines vormgeven. En die begonnen zijn met ‘droomscenario’s’: hoe zou het ideale plaatje eruitzien. Om van daaruit te gaan kijken wat daar realistisch van in de praktijk te brengen is. Daarin sluit HARP dus ook mooi aan. Zoals ook al die andere strategische projecten ons heel erg helpen.”</p><p>Ook de IMR’s en klankbordgroepen van studenten zijn betrokken bij het fusieproces. En op 1 januari, als de fusie een officieel feit is, wordt als het even kan ook éé nieuwe Raad van Advies opgericht in plaats van de drie die er nu zijn.</p><p><strong>Krimp</strong><br>Fontys kampt al een paar jaar met krimp, zoals inmiddels alle hoger onderwijsinstellingen. Ook bij de ‘technische’ opleidingen – en voor de goede orde: de naam van het nieuwe instituut is dus niet Fontys Techniek maar Fontys Technology – is sprake van krimp in de studentaantallen. Met name de twee kleinere instituten, BenT en TNW, hebben daarmee te kampen.</p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:396/auto;width:396px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/34928812-739f-438e-aaf1-777095502bf0/800_800-img-4024.jpg?x=1752223195896" alt="" width="396" height="auto">“TNW is bijvoorbeeld best wel een niche binnen Fontys. Het zijn kleine opleidingen. Maar ook die moeten we koesteren. En juist deze twee zijn ook gebaat bij meer slagkracht, halen veel voordelen uit het feit dat ze onderdeel van een groter geheel worden.”</p><p>Wel wordt gewerkt, los van de fusie, aan nieuwe portfolio’s en nieuwe curricula voor de opleidingen van de drie instituten. “Daarvoor zijn ook al andere zaken in gang gezet om dat proces te stutten”, aldus Damoiseaux. “Dat zal ook gaan helpen bij de werving, bij en voor de scholen waar onze nieuwe studenten vandaan komen.”</p><p>Van Lierop: “Je hebt àlle disciplines nodig in deze regio. We hebben alle best practices dan onder een dak zitten en kunnen nog meer sturen op vaardigheden en toepassen van kennis in de praktijk.” Om eraan toe te voegen: “Het is tijd voor nieuwe rituelen.”</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Nexus,FHENG,FBeNT,FTNW,Techniek,PRO Techniek,Onderzoek Techniek,Onderwijs Techniek,Eindhoven,Tilburg,Ligthart]]></category>
            <pubDate>Fri, 11 Jul 2025 10:58:07 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/d81dd6bf-974c-41b8-b6fe-85c612b86aa4/500_nexus-2.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/d81dd6bf-974c-41b8-b6fe-85c612b86aa4/500_nexus-2.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/d81dd6bf-974c-41b8-b6fe-85c612b86aa4/nexus-2.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Nexus]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Bijzondere samenwerking leidt tot prijswinnend onderzoek</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/bijzondere-samenwerking-leidt-tot-prijswinnend-onderzoek/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/bijzondere-samenwerking-leidt-tot-prijswinnend-onderzoek/</guid><pp:caseid>690306</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>In hoeverre kun je algoritmische adviezen vertrouwen? Docent Mohammed Tahtali weet er alles van. Hij doet promotieonderzoek naar dit onderwerp en betrekt daar regelmatig studenten bij. Samen met Ruben Gloudemans schreef hij er een inmiddels gepubliceerd wetenschappelijke publicatie over.</strong></span></p><p><span>Een kleine vier jaar geleden begon Mohammed Tahtali, docentonderzoeker bij het lectoraat Industrial Engineering and Entrepreneurship en werkzaam bij Technische Bedrijfskunde, zijn promotietraject over vertrouwen in AI en slimme technologieën. Sindsdien is hij bezig met een onderzoek dat niet alleen academisch relevant is, maar waar ook studenten bij betrokken worden die voor hun afstuderen werken aan verschillende vraagstukken. Eén van hen is Ruben Gloudemans, die onderzoek deed naar de Voetencheck-app.</span></p><p><span><strong>AI-toepassing</strong></span><br><span>De applicatie stelt podotherapeuten in staat om de voeten van patiënten op afstand te screenen en tijdig in te grijpen bij risico’s. Maar hoe werkt deze technologie in de praktijk en welke drempels zijn er voor acceptatie en blijvend gebruik? “De Voetencheck-app heeft nu nog geen AI-toepassing, maar stel dat die er wel komt, gaan gebruikers die dan vertrouwen? Daar hebben Ruben en ik onderzoek naar gedaan, deels in samenwerking met Fontys Paramedisch”, vertelt Tahtali.</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:300/auto;width:300px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/f290b9f5-aa56-4f2b-bbd3-d5b7da177d24/800_tahtali-mohammed-ali-ieis-vh-7505-prom.jpg?x=1741620450066" alt="Mohammed Tahtali, foto: Vincent van den Hoogen" width="300" height="auto">Uit gesprekken met verschillende podotherapeuten is gebleken dat er wel behoefte is naar een AI-toepassing in de app, maar dan vooral als ondersteunende rol. Niet voor het stellen van diagnoses. “Dat vonden we interessant, omdat dit beeld breed terugkomt in meerdere onderzoeken waar vertrouwen in algoritmische adviezen zich op focussen”, vervolgt Tahtali. “Mensen blijken nog weinig vertrouwen te hebben in AI als het gaat om het overnemen van de rol van een expert.”</span></p><p><span><strong>Bijzondere samenwerking</strong></span><br><span>De interviews die Ruben in focusgroepen hield en het daarbij horende literatuuronderzoek, die samen de basis van zijn scriptie vormen, zijn de rode draad in de wetenschappelijke publicatie die deze maand </span><a href="https://humanfactors.jmir.org/2025/1/e59010" target="_blank"><span>verscheen</span></a><span> in de Journal of Medical Internet Research. Zijn docent heeft de paper aangevuld door er een analyse op los te laten en alles wetenschappelijk te onderbouwen.</span></p><p><span>Tahtali noemt het een bijzondere samenwerking. “Want hoe vaak komt het voor dat podotherapie direct veel raakvlakken heeft met Technische Bedrijfskunde?”, zegt hij. En behalve bijzonder was het gezamenlijke project ook succesvol. Ruben won met zijn scriptie namelijk maar liefst twee prijzen: de scriptieprijs van Fontys TBK en de posterprijs op het congres Diabetische Voet.</span></p><p><span>“Eén van de redenen waarom ik dit onderzoek ben gaan doen, is vanwege mijn achtergrond”, vertelt Ruben. “Mijn vader is huisarts en zelf heb ik ook bij een huisartsenpost gewerkt. Als student Technische Bedrijfskunde krijg je niet vaak de mogelijkheid om iets binnen het zorgdomein te doen, dus toen deze kans zich voordeed, pakte ik ‘m met beide handen.” Bovendien, gaat hij verder: “Vond ik het academische stukje van dit onderzoek, wat veel andere afstudeerscripties in het hbo missen, ook een uitdaging.”</span></p><p><span><strong>Lang traject</strong></span><br><span>Het onderzoek van de docentonderzoeker en student is al een hele poos geleden afgerond, maar toch is het wetenschappelijke artikel in de Journal of Medical Internet Research deze maand pas verschenen. “Het duurt altijd heel lang voor een Journal-paper gepubliceerd wordt”, legt Tahtali uit. “Dat komt omdat alles heel academisch moet worden geformuleerd – wat natuurlijk iets vraagt van een student – maar ook omdat er twee onafhankelijke beoordelaars naar kijken. Vorig jaar hebben we een aanvraag ingediend, en nu is de boel pas verschenen.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Onderwijs Onderzoek,Onderzoek,Onderzoek Techniek,Luiken]]></category>
            <pubDate>Tue, 11 Mar 2025 16:14:08 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/9d312c9b-9ec1-4081-8825-ebb0cf686e7b/500_1709496996015.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/9d312c9b-9ec1-4081-8825-ebb0cf686e7b/500_1709496996015.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/9d312c9b-9ec1-4081-8825-ebb0cf686e7b/1709496996015.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Mohammed Tahtali en Ruben Gloudemans]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Fontys juicht promotierecht voor hogescholen toe</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/fontys-juicht-promotierecht-voor-hogescholen-toe/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/fontys-juicht-promotierecht-voor-hogescholen-toe/</guid><pp:caseid>666532</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p><span>Ongeveer veertig jaar geleden werd er voor het eerst onderzoek gedaan aan hogescholen. De afgelopen twintig jaar zit het praktijkgericht onderzoek enorm in de lift. Rond 2001 werd de term ‘lector’ geïntroduceerd, een functie die vergelijkbaar is met een hoogleraar aan een universiteit, maar dan in het hbo. Pas in 2017 </span>wordt de functie van lector wettelijk verbonden aan het hbo.</p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><span><strong>Minister Eppo Bruins van Onderwijs wil dat ook hogescholen promotierecht krijgen. Fontysbestuurder Arian Steenbruggen vindt het een goed idee als onderzoekers aan hun eigen hogeschool kunnen promoveren. “We pleiten hier al enige jaren voor.”</strong></span></p><p><span>Nu kunnen alleen nog onderzoekers aan universiteiten promoveren in hun vakgebied. Zij dragen dan de doctorstitel PhD. Bruins wil dat ook het praktijkgericht onderwijs op hogescholen tot de hoogste kwalificatie kan leiden. Deze promovendi zouden dan de titel professional doctorate krijgen, ofwel PD.</span></p><p><span>Bruins besprak zijn voorstel onlangs in de Tweede Kamer. Hij wil graag dat er een wet komt met het promotierecht voor hogescholen. Vanuit de hogescholen wordt enthousiast gereageerd. Ook Fontysbestuurder Arian Steenbruggen vindt het een goed voorstel.</span></p><p><span><strong>Maatschappelijke behoefte</strong></span><br><span>“We pleiten hier al enige jaren voor”, zegt ze. “Praktijkgericht promotieonderzoek kan heel helpend zijn bij de vele ingewikkelde vraagstukken die zich voordoen in de sectoren waar wij voor opleiden. Naast academisch gericht promotieonderzoek van de universiteiten is er een maatschappelijke behoefte aan praktijkgerichte kennis op dat niveau.”</span></p><p><span>Het promotierecht voor hogescholen biedt onderzoekers de mogelijkheid om binnen Fontys zelf te promoveren. Er zijn meer voordelen, aldus Steenbruggen. “Ook voor onze werkveldpartners kan een professional doctorate-traject aantrekkelijk zijn. En voor lectoren om praktijkgericht promotieonderzoek te begeleiden.”</span></p><p><span>Binnen de Centres of Expertise (CoE) van Fontys wordt praktijkgericht onderzoek uitgevoerd in samenwerking met bedrijven en instellingen. “Als we daarbij werknemers van die partners een mogelijkheid kunnen bieden om praktijkgericht promotieonderzoek binnen hun eigen werkomgeving te doen, zou dat heel waardevol zijn”, betoogt de bestuurder.</span></p><p><span><strong>Pilot&nbsp;</strong></span><br><span>Vorig jaar is een pilot van start gegaan waaraan 25 hogescholen meedoen. Via dit traject, dat tot 2029 loopt, doen 135 onderzoekers praktijkgericht promotieonderzoek, waarvan 7 werkzaam zijn bij Fontys. 6 van hen zijn actief in de domeinen kunst en creatief, gezondheid en welzijn en leren en professionaliseren. De invulling van de andere positie volgt snel. </span>Verder heeft Fontys het signaal afgegeven 3 posities te willen in het domein techniek en digitalisering.</p><p><span>Vorige week heeft Fontys een korte evaluatie gehouden en daaruit blijkt volgens Steenbruggen dat de onderzoekers en lectoren ‘heel positief zijn over het praktijkgericht promoveren’. “De kanttekeningen betreffen vooral het pionieren in deze pilotfase. Dat vraagt extra wendbaarheid en ook een portie lef.”</span></p><p><span>Minister Bruins maakte zich in de Tweede Kamer ook hard voor vaste financiering van hbo-onderzoek. “Dat is niet alleen een goed idee”, stelt Steenbruggen, "het is zelfs hard nodig.” Op dit moment is er sprake van tijdelijke financiering tot 2031.&nbsp;</span></p><p><span>De bestuurder meent dat als je hogescholen in staat wilt stellen om hun rol als kennisinstellingen serieus te nemen, vaste financiering een voorwaarde is. “Het verschil tussen universiteiten en hogescholen op dit vlak is nu heel groot. Daar mag natuurlijk best verschil in blijven, maar het is wel logisch en zelfs noodzakelijk om de hogescholen op dit vlak meer financiële armslag te geven dan nu het geval is.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Onderzoek Algemeen,Onderzoek Maatschappij,Onderzoek Educatie,Onderzoek Gezondheid,Onderzoek Techniek,Onderzoek Economie,Verbiesen]]></category>
            <pubDate>Tue, 08 Oct 2024 12:12:58 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/ea165ffd-e09b-496c-ac4d-29e334fbb8ef/500_promoveren-promotie-diploma-afstuderen-shutterstock.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/ea165ffd-e09b-496c-ac4d-29e334fbb8ef/500_promoveren-promotie-diploma-afstuderen-shutterstock.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/ea165ffd-e09b-496c-ac4d-29e334fbb8ef/promoveren-promotie-diploma-afstuderen-shutterstock.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[promoveren-promotie-diploma-afstuderen-shutterstock]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Nikki werkt mee aan nieuwe, pijnloze screening borstkanker</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/nikki-werkt-mee-aan-nieuwe-pijnloze-screening-borstkanker/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/nikki-werkt-mee-aan-nieuwe-pijnloze-screening-borstkanker/</guid><pp:caseid>636421</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Jaren voordat het zover is, zien vrouwen er vaak al tegenop: de mammografie, een bevolkingsonderzoek naar borstkanker. Dit is een pijnlijke methode waar nu mogelijk een alternatief voor is bedacht, de Early Warning Scan. Vierdejaarsstudent MBRT Nikki Luiken is erbij betrokken.</strong></span></p><p><span>Het gaat nu goed met haar, maar een aantal jaren geleden werd bij de moeder van Nikki (21) borstkanker geconstateerd. Dat was de eerste kennismaking met mammografie. “Mijn moeder vond het onderzoek niet prettig”, zegt de studente. Het was voor Nikki reden om te kiezen voor de opleiding Medisch Beeldvormende en Radiotherapeutische Technieken (MBRT) aan Fontys Paramedisch.</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:445/auto;width:445px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/02268696-c022-4478-91e6-c2a10e1b5b40/800_nikkiluikenentomsanders.jpeg?x=1718291818140" alt="Nikki Luiken en Tom Sanders" width="445" height="auto">In haar afstudeerproject valt alles samen. “Dat ik een bijdrage kan leveren aan de ontwikkeling van een alternatieve manier van borstkankerscreening vind ik heel bijzonder. Mijn moeder is heel trots op me en heeft zich al aangemeld als vrijwillige proefpersoon voor de testfase van de Early Warning Scan.”</span></p><p><span>Deze scan is bedacht door Tom Sanders, die een achtergrond heeft in 3D-fotografie. </span>Hij heeft de scan bedacht nadat er bij zijn vrouw borstkanker werd geconstateerd, wat niet ontdekt was in het huidige bevolkingsonderzoek, waar zij al tien jaar aan deelnam.<span> Hij bedacht een vroegtijdige, pijnloze screening die voor alle vrouwen toegankelijk is en niet alleen voor vrouwen vanaf 50 jaar.</span></p><p><span><strong>Geen gemakkelijke klus</strong></span><br><span>Sinds eind 2019 is de Early Warning Scan in de ontwikkeling. Het is bijna zover dat hij kan worden getest op vrouwen. Daarvoor moet een onderzoeksprotocol worden geschreven waarmee Nikki nu bezig is. “In het protocol beschrijf ik alle stappen die gevolgd moeten worden om de kans op fouten te verkleinen en ethische richtlijnen te kunnen handhaven.”</span></p><p><span>Dat is geen gemakkelijke klus, weet ze. “Er zitten veel haken en ogen aan en er is veel wet- en regelgeving waar ik rekening mee moet houden. Daar moet ik heel zorgvuldig mee omgaan.” </span>Ook is het nodig dat er een niet-WMO-verklaring aangevraagd wordt, zodat de scan op een juiste manier getest kan worden, zonder dat het onder de Wet medisch wetenschappelijk onderzoek met mensen (WMO) valt.<span> “Daarmee moet ik ook rekening houden in het onderzoeksprotocol.”</span></p><p><strong>PITCH</strong><br><span>Gelukkig krijgt Nikki ondersteuning van een begeleider van PITCH, zegt ze. PITCH staat voor Platform to Innovate, Test & Connect in Health. Het platform verbindt zorg-innoverende bedrijven en zorgaanbieders met studenten en docentonderzoekers van Fontys Paramedische Hogeschool. “PITCH was ook bezig om contact te leggen met Tom Sanders, zodoende is het allemaal heel snel gegaan.”</span></p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:305/auto;width:305px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/a94539f4-6dfd-45a0-a19b-f02a631fefac/800_earlywarningscan-2.jpeg?x=1718291866707" alt="De Early Warning Scan" width="305" height="auto"><span>Inmiddels heeft Nikki veel mensen gesproken en is ze naar eigen zeggen goed op weg met haar afstudeerproject. Voor de zomervakantie hoopt ze het onderzoeksprotocol te hebben afgerond. Nikki hoopt dat de Early Warning Scan voor haar dertigste in het bevolkingsonderzoek naar borstkanker is opgenomen. Dat is de adviesleeftijd waarop artsen haar hebben aangeraden zichzelf vroegtijdig te laten screenen op de ziekte. “Als de screening met de nieuwe scan zou kunnen plaatsvinden, zou ik dat een fijn idee vinden.”</span></p><p><strong>Jonge vrouwen</strong><br><span>Toch is ze zich ervan bewust dat met het scanapparaat geen diagnose gesteld kan worden. “Er kunnen wel afwijkingen gesignaleerd worden waarmee je het advies kunt krijgen om je verder te laten onderzoeken. En het grootste voordeel is dat deze methode pijnloos is, zonder straling werkt en eenvoudig kan worden uitgevoerd.”</span></p><p><span>“Een deel van de vrouwen laat zich nu niet onderzoeken omdat de mammografie geen prettig onderzoek is. Dat willen ze voorkomen met de Early Warning Scan”, aldus Nikki. “</span>En ik vind het vooral belangrijk dat jongere vrouwen ook meegenomen kunnen worden in het bevolkingsonderzoek met de Early Warning Scan. Met het huidige bevolkingsonderzoek is dat pas vanaf 50 jaar.”</p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,FPH,Onderzoek Gezondheid,Onderzoek Maatschappij,Onderzoek Techniek,Verbiesen,PRO Gezondheidszorg,PRO Techniek]]></category>
            <pubDate>Mon, 17 Jun 2024 15:54:32 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/341a7991-de5e-4c1a-ae73-d9c23ddc15cb/500_earlywarningscan-1-liggend.jpeg?10000" length="0" type="image/jpeg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/341a7991-de5e-4c1a-ae73-d9c23ddc15cb/500_earlywarningscan-1-liggend.jpeg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/341a7991-de5e-4c1a-ae73-d9c23ddc15cb/earlywarningscan-1-liggend.jpeg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Early Warning Scan-1-liggend]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Sociaal onderzoek doen met technologie? Het kan!</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/sociaal-onderzoek-doen-met-technologie-het-kan/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/sociaal-onderzoek-doen-met-technologie-het-kan/</guid><pp:caseid>625810</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Met technologie kun je ook sociaal onderzoek doen. Dat ondervond Informaticastudent Nicoleta Cazac. Ze deed een studie naar de luchtkwaliteit in drie Noord-Limburgse gemeenten. “Het was een hele nieuwe ervaring en het voelde erg goed om echt iets te kunnen betekenen voor mensen.”</strong></span></p><p><span>Voor een zaal vol mensen gaf de derdejaarsstudent uit Moldavië onlangs haar eindpresentatie. In het Engels welteverstaan, ondersteund met Nederlandstalige sheets voor de oudere inwoners die het Engels niet geheel machtig zijn.</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:290/auto;width:290px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/13f3fced-6d0c-4519-ba9d-e8dcd8ccba89/800_img-0472-1.jpg?x=1711526174056" alt="Nicoleta" width="290" height="auto">Spannend vond ze het, want in de zaal zaten niet zomaar mensen, maar inwoners van de drie gemeenten die vol verwachting de resultaten van haar onderzoek afwachtten, en vertegenwoordigers van bedrijven, overheden en instanties.</span></p><p><span>Een belangrijke bijeenkomst dus, die in het teken stond van de voortgang van het Limburgse project ‘Grenzeloos Meten’, waarbij Fontys Venlo en Fontys Green Tech Lab nauw betrokken zijn. Alle partijen werken samen om de luchtkwaliteit op lokaal niveau te meten, met speciale aandacht voor fijnstof en geur. De zorgen van burgers over hun gezondheid door bedrijvigheid - denk aan de landbouw, industrie en snelwegen - in hun omgeving vormden de aanleiding voor dit project.</span></p><p><span><strong>Politiek beladen</strong></span><br><span>Een behoorlijk politiek beladen onderwerp, weet Nicoleta, maar daar hoeft ze haar handen niet aan te branden. “Het is niet aan mij om conclusies te verbinden aan de metingen, maar wel om inzicht te geven in de opgehaalde data.” En dat deed ze op een manier die veel lof oogstte tijdens de bijeenkomst.</span></p><p><span>“Ik wilde de hoeveelheid fijnstof in de lucht zichtbaar maken, zodat iedereen het zou kunnen begrijpen. Daarvoor heb ik het principe van een hittekaart gebruikt. <img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/a45be811-6b76-4254-b162-9394e5774535/500_bv6512.jpg?x=1711526313513" alt="Een fijnstofmeter" width="200">Zo’n kaart laat met kleuren zien wat de gevoelstemperatuur is op een bepaalde plek. Donkerrood staat bijvoorbeeld voor heel heet en lichtblauw voor koel. Dat heb ik toegepast voor de hoeveelheid fijnstof in de lucht. Rood staat dan voor een slechte luchtkwaliteit en blauw voor een goede.”</span></p><p><span>Om de metingen te kunnen doen, zijn in september vorig jaar op dertig locaties bij burgers fijnstofmeters opgehangen die voortdurend data verzamelen. Nicoleta heeft deze gegevens geanalyseerd en ze visueel gemaakt. “Want fijnstof is zo klein dat je het niet of nauwelijks kunt zien”, zegt ze. “Hoe kleiner, hoe schadelijker voor onze gezondheid. Als we de luchtkwaliteit op een locatie willen weten, moeten we dus de hoeveelheid fijnstof meten.”</span></p><p><span><strong>Kleurkaarten</strong></span><br><span>Voor het onderzoek heeft Nicoleta zich gericht op PM10, fijnstof met een grootte tot 10 micrometer, zoals deeltjes zeezout, stof en rook. Niet heel klein, maar wel zo klein dat je niet met het blote oog kunt zien hoeveel van dit fijnstof in de lucht aanwezig is en of het schadelijk is. “Met de hittekaarten die ik heb gemaakt, kun je op één beeld zien of de hoeveelheid fijnstof op een bepaald moment voldoet aan de Europese richtlijnen.”</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:298/auto;width:298px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/b2299a1f-a23a-4ed8-a9cb-549a40418e9b/800_heatmap-2023-10-01-00-00-00.png?x=1711526211484" alt="              De 'hitte'kaart" width="298" height="auto">Door de beelden achter elkaar te zetten, krijg je een indruk van het fijnstof gedurende de dag. “Ik heb het zo gemaakt dat je door een tijdlijn scrolt. Per uur zie je dan de luchtkwaliteit ‘bewegen’ en zie je waar deze vandaan komt en naartoe gaat. Het is de bedoeling om een digitaal platform op te zetten waar mensen de hoeveelheid fijnstof in de lucht kunnen volgen, net zoals er al websites zijn voor weersvoorspellingen.”</span></p><p><span>Het uiteindelijke doel van het project is om te achterhalen of bepaalde concentraties fijnstof te wijten zijn aan lokale bronnen. Dit vereist echter nog aanvullend onderzoek. Het komende semester neemt een andere derdejaarsstudent Informatica, Maksym Kobzar, het stokje over van Nicoleta. Het onderzoek loopt nog tot en met juni.</span></p><p><span><strong>Nieuwe ervaring</strong></span><br><span>Nicoleta kijkt met tevredenheid terug op haar onderzoek. “Meewerken aan een werkelijk bestaand project was een hele nieuwe ervaring en het voelde erg goed om echt iets te kunnen betekenen voor mensen. Met technologie kun je dus heel goed sociaal onderzoek doen. Zeker tegenwoordig, er is zoveel technologie beschikbaar waar we gebruik van kunnen maken. Wat dat betreft leven we in een geweldige tijd.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Onderzoek Gezondheid,Onderzoek Techniek,FHICT,Venlo,Verbiesen]]></category>
            <pubDate>Thu, 28 Mar 2024 14:58:59 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/16b2b12e-9bea-4490-9afb-6d5aa9acf57c/500_img-0907.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/16b2b12e-9bea-4490-9afb-6d5aa9acf57c/500_img-0907.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/16b2b12e-9bea-4490-9afb-6d5aa9acf57c/img-0907.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Nicoleta Cazac bij de presentatie van het onderzoek naar luchtkwaliteit in Noord-Limburg]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Nederland geeft minder uit aan bèta dan andere landen</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/nederland-geeft-minder-uit-aan-beta-dan-andere-landen/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/nederland-geeft-minder-uit-aan-beta-dan-andere-landen/</guid><pp:caseid>604389</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>De Nederlandse uitgaven aan bèta en techniek blijven internationaal gezien achter en de aanwas in de bacheloropleidingen is relatief laag, schrijft onderwijsminister Dijkgraaf.</strong></span></p><p><span>De VVD en de ChristenUnie wilden meer duidelijkheid over de verdeling van onderzoeks- en onderwijsmiddelen over de verschillende wetenschapsgebieden in Nederland, vergeleken met andere landen. De minister baseert zijn antwoord op allerlei analyses.</span></p><p><span>De totale onderzoeksuitgaven zijn tussen 2013 en 2021 gestegen met 36 procent, stelt het Rathenau Instituut. Dat geldt in ongeveer gelijke mate voor alle sectoren (bèta en techniek, medisch, gamma en alfa). &nbsp;</span></p><p><span>Vergeleken met andere landen gaf Nederland weinig uit aan bèta-onderzoek en veel aan de medische sector. Sowieso zijn er veel landen die percentueel meer uitgeven aan de wetenschap dan Nederland. </span><i><span>[Tekst gaat verder onder de grafiek]</span></i></p><p><span>Voor een betrouwbare vergelijking van de onderwijsmiddelen van landen zijn onvoldoende data voor handen, stelt de minister. “De systematiek voor bekostiging verschilt te veel.” Wel is het mogelijk om een vergelijking te maken van de spreiding van het aantal studenten.</span></p><p><span>Zo blijkt dat relatief weinig bachelorstudenten aan Nederlandse hogescholen en universiteiten een bètaopleiding volgen. Meer dan de helft van hen volgt een gammastudie en dat is in vergelijking met andere landen veel.</span></p><p><span>Het aandeel masterstudenten bij Nederlandse bèta-opleidingen is weer best hoog. Volgens de onderzoekers is dit tussen 2013 en 2021 fors gestegen. </span><i><span>[HOP]</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Onderzoek Techniek]]></category>
            <pubDate>Wed, 01 Nov 2023 10:14:16 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_shutterstock-702099169.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_shutterstock-702099169.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/shutterstock-702099169.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[student techniek logistiek]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Master of Applied IT: leren van praktijkoplossingen</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/master-of-applied-it-leren-van-praktijkoplossingen/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/master-of-applied-it-leren-van-praktijkoplossingen/</guid><pp:caseid>559953</pp:caseid><description><![CDATA[<p style="margin-left:0cm;"><span><strong>Fontys Hogeschool ICT trapte deze maand af met een kersverse hbo-Master of Applied IT. “Niet alleen in de boeken kruipen, maar gewoon dóen”, zegt student Sieuwe Elferink.</strong></span></p><p style="margin-left:0cm;"><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/e3cc2e04-66c5-42c6-b232-b90a7d7e6cb2/500_nicokuijpers.jpeg?x=1676556695513" alt="Nico Kuijpers">Volgens opleidingscoördinator Nico Kuijpers dient deze eerste master van FHICT twee doelen: “Het is een verdiepende opleiding voor afgestudeerde bachelors waarmee het werkveld prima uit de voeten kan. Daarnaast biedt het Fontys de kans méér te doen met praktijkgericht onderzoek.”</span></p><p style="margin-left:0cm;"><span>Een masteropleiding was lang het domein van de universiteiten. Hbo-masters bleven beperkt tot eerstegraads lerarenopleidingen en enkele vakmasters. Recent pleiten bedrijven en bijvoorbeeld de Landelijke Vereniging Hogescholen voor meer praktische masterprogramma’s, gericht op concrete marktvragen.</span></p><p style="margin-left:0cm;"><span><strong>Praktijkoplossing staat centraal</strong></span><br><span>“De master biedt verbreding en/of verdieping van de inhoudelijke kennis in disciplines als software-engineering en hardware-interfacing ”, zegt Kuijpers. “In algemenere zin wordt het analytisch vermogen van studenten aangescherpt bij het nadenken over een methodische aanpak én een werkende oplossing.” Daarnaast wordt aan de studenten gevraagd om zo’n specifieke oplossing ook te generaliseren: dus in hoeverre is de nieuwe kennis bruikbaar in andere projecten?</span></p><p style="margin-left:0cm;"><span>Een en ander sluit naadloos aan bij behoeften in bijvoorbeeld de Brainport-regio: “Vooral grote organisaties in de regio hebben behoefte aan personeel met sterke analytische vermogens én praktische knowhow. Met een Master of Applied IT krijg je het allebei.”</span></p><p style="margin-left:0cm;"><span>Veel afgestudeerde bachelors die eenmaal aan het werk zijn willen zich volgens Kuijpers graag doorontwikkelen via het volgen van een academische master. “Maar dat betekent dat je vooral je theoretische (bijvoorbeeld wiskundige) kennis bijspijkert. Echter: bedrijven én studenten focussen liever op de praktische kant. Juist dat is ook de insteek van onze eenjarige master.”</span></p><p style="margin-left:0cm;"><span><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:518px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/f2a6e3ac-094e-4c3d-897a-7aa965118ff4/500_sieuweelferink.jpg?x=1676556739641" alt="Sieuwe Elferink">Eigen bedrijf</strong></span><br><span>Binnen de Master of Applied IT werken studenten aan gerichte vraagstukken die uit bedrijven of Fontys-lectoraten komen. Sieuwe Elferink – één van de zeven studenten die begin deze maand startte met de master – houdt zich bezig met het project ‘Flower Power’, waarbij een drone helpt bij het determineren en tellen van bloemensoorten. “Op basis van AI maakt de drone foto’s en weet hij de soorten automatisch te duiden. Zo kun je bijvoorbeeld een biodiversiteitskaart maken.”</span></p><p style="margin-left:0cm;"><span>Binnen zijn start-up MultiRotorResearch bouwde Sieuwe met een team van Fontys-studenten </span><a href="https://bron.fontys.nl/fontys-team-wint-tue-prijs-voor-zelfvliegende-drone/"><span>eerder</span></a><span> een op basis van AI zelfstandig vliegende drone, waarmee hij meerdere prijzen en startsubsidies in de wacht sleepte. “Ik koos voor deze master omdat ik nog dieper in wil gaan op de werking van AI. Die kennis gebruik ik om mijn drones slimmer te laten werken.”</span></p><p style="margin-left:0cm;"><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:547px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/f039e3ea-3f55-4d88-8201-b334f2ddc032/500_groepsfotostudentsteachers.jpg?x=1676556818916" alt="De studenten en docenten van de allereerste lichting Master of Applied IT.">“In de master leer ik meer over drones en slimme navigatie; die kennis stroomt zo mijn bedrijf in. Een aspect als het generaliseren van een oplossing, het in bredere zin impact maken met een onderzoek, spreekt me aan. Al gebeurt dat met zo’n drone haast automatisch. Je kunt AI ook eenvoudig inzetten voor bijvoorbeeld de kwaliteitsinspectie van bruggen.”</span></p><p style="margin-left:0cm;"><span><strong>Echte innovatie</strong></span><br><span>De eisen die aan het uitgevoerde onderzoek worden gesteld gaan een stuk verder dan in de bachelor. “Je ontwikkelt echt iets nieuws”, vertelt Sieuwe. “Je kunt weliswaar uitgaan van een combinatie van bestaande technieken, maar daaruit moet wel een heuse innovatie rollen.”</span></p><p><span>Juist de praktijk van het maken spreekt hem aan: “Ik dacht eerst ook aan het volgen van een academische master. Maar ik wil vooral door met mijn bedrijf. Het opdoen van al die aanvullende theoriekennis kost ontzettend veel tijd. Bovendien: ik wil niet alleen in de boeken kruipen, ik wil gewoon doen!” [</span><i><span>Frank van den Nieuwenhuijzen</span></i><span>]</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,FHICT,PRO ICT,Onderwijs Techniek,Onderzoek Techniek]]></category>
            <pubDate>Fri, 17 Feb 2023 08:50:59 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/37995846-d3c4-4cf2-a9cf-5b0fd821f419/500_aftrapmasterofapplieditop7februari.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/37995846-d3c4-4cf2-a9cf-5b0fd821f419/500_aftrapmasterofapplieditop7februari.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/37995846-d3c4-4cf2-a9cf-5b0fd821f419/aftrapmasterofapplieditop7februari.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[De aftrap van de Master of Applied IT op 7 februari.]]></pp:imageTitle><pp:imageDescription><![CDATA[De aftrap van de Master of Applied IT op 7 februari.]]></pp:imageDescription></item><item>
                        <title>Digitaal paprika&#039;s kweken: hoe werkt dat?</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/digitaal-paprikas-kweken-hoe-werkt-dat/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/digitaal-paprikas-kweken-hoe-werkt-dat/</guid><pp:caseid>548497</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p><span style="background-color:white;"><strong>Het onderzoek wordt mede mogelijk gemaakt door het Centre of Expertise HTSM, waarvan GreenTechLab onderdeel is. Het bedrijfsleven, Fontys Engineering, Fontys ICT en Fontys Techniek & Logistiek zijn er ook bij betrokken.</strong></span></p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><span style="text-align:start;"><strong>Paprika’s kweken. Dat doe je toch in een kas? Zeker, maar je kunt de natuur ook een handje helpen. Met een digital twin bijvoorbeeld, een vorm van kunstmatige intelligentie. Marcel Roosen, manager van het Fontys GreenTechLab, vertelt er meer over.</strong></span></p><p><span>Het GreenTechLab is een onderzoek- en technologiegroep binnen Fontys en houdt zich bezig met verschillende projecten, vaak gericht op de agrosector en altijd met de focus op duurzaamheid. Een van de meest recente projecten richt zich op paprika’s. En dan met name op het digitaal kweken ervan.</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_fotomarcelroosen.jpg?x=1669122113095" alt="Marcel Roosen">“We hebben vanuit een kweker een vraagstelling gekregen. Hoe kun je inschatten welke paprika-oogst eraan zit te komen? Want hoe beter de inschatting, hoe beter je je personeel in kunt plannen en hoe duurzamer je werkt”, legt Roosen uit. “Wij zoeken uit hoe je technologie in kunt zetten om een oogst te voorspellen. Dat doen we naar aanleiding van een onderzoek waar voormalig student Alexander in 2020 de Fontys Onderzoeksprijs mee won.”</span></p><p><span><strong>Plannen</strong></span><br><span>Iedere kweker zal de problemen herkennen: personeel is niet op het juiste moment aanwezig, er is een personeelstekort of een plant produceert in een week tijd plotseling veel minder vruchten dan normaal. “De kweker heeft soms geen idee waar dat aan ligt”, zegt Roosen. “Met een digital twin kun je daar voorspellingen over doen.”</span></p><p><span>Oké, een digital twin dus. Maar wat is het? En belangrijker nog: wat doet het? Roosen: “Een digital twin is letterlijk een digitale tweeling van een paprika uit de kas. Die bootsen wij virtueel na door heel veel foto’s en data in een systeem te zetten. Het systeem moet gaan herkennen dat iets roods, groens of geels een paprika zou kunnen zijn. Als het een bepaalde ronding heeft, is het bijna zeker een paprika. Heeft het ook nog de juiste afmeting? Dan is er geen twijfel meer over mogelijk.” </span><i><span>[Tekst gaat verder onder de afbeeldingen]</span></i></p><p><span><strong>Zieke paprika’s</strong></span><br><span>Je vertelt een systeem dus wat een paprika is. Je hebt een paprika in real life en een paprika op je computerscherm. De paprika op je computerscherm herkent allerlei dingen. Wanneer de vrucht rijp is en dus geoogst kan worden, maar ook of er eventuele ziektes zijn. “Als je per rij paprika’s in een kas een schatting kunt maken over hoeveel kilogram er geoogst kan worden, kun je op basis daarvan je personeel beter inplannen. Dat vermindert de werkdruk en maakt een bedrijf financieel gezonder.”</span></p><p><span>Helder. Dan nu terug naar het herkennen van zieke paprika’s. Want dat is volgens Roosen de volgende stap. “Als we de vruchten met een digital twin kunnen herkennen, kunnen we dan ook ziektes zoals schimmelinfecties opsporen? Ja, met witte vlekjes op bladeren en vruchten. Een medewerker in een kweekkast is er vaak niet voor opgeleid om die te herkennen, een digital twin kan dat wel.”</span></p><p><span><strong>Koeien</strong></span><br><span>Best handig dus, zo'n digital twin. Zeker als je het ook op andere vlakken kunt gebruiken. Goed nieuws: dat is mogelijk. “Je kunt de methodiek gebruiken bij loopbewegingen van een dier", vertelt Roosen. "Wij hebben bijvoorbeeld gekeken naar een koe. Doel daarvan is dat je afwijkend loopgedrag kunt herkennen. En dat is fijn, want hoe eerder je een mankement signaleert, hoe sneller je erbij kunt zijn en hoe beter het helingsproces verloopt. Compleet ander doel dan bij de paprika’s, maar wel toegepast met dezelfde techniek.” </span><i><span>[Karen Luiken]</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Duurzaamheid,Venlo,Onderzoek Algemeen,Onderzoek Techniek,Onderzoek Economie]]></category>
            <pubDate>Tue, 22 Nov 2022 14:51:29 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_schermafbeelding2022-11-22om14.00.35.png?10000" length="0" type="image/png" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_schermafbeelding2022-11-22om14.00.35.png?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/schermafbeelding2022-11-22om14.00.35.png?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Marcel Roosen in het GreenTechLab]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Fontys onderzoekt: van ethische dilemma’s naar invloed voor bewoners</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/fontys-onderzoekt-van-ethische-dilemmas-naar-invloed-voor-bewoners/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/fontys-onderzoekt-van-ethische-dilemmas-naar-invloed-voor-bewoners/</guid><pp:caseid>516212</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Geef je bij een stoplicht voorrang aan een vervuilende dieselauto of aan een elektrische wagen? En mogen pakketbezorgende drones alles filmen onderweg of is dat een inbreuk op je privacy? Deze ethische dilemma’s kregen Bossche bewoners donderdag voorgeschoteld tijdens de Moral Data Hunt.</strong></span></p><p><span>De zogenaamde hunt werd verzorgd door het lectoraat Moral Design Strategy. Een handjevol studenten ging de straat op om te onderzoeken hoe Bosschenaren over technologie denken. Wat blijkt: men vindt er van alles van, maar invloed uitoefenen op diezelfde technologie? Ho maar.</span></p><p><span>Toch is dat niet helemaal waar, legt lector Bart Wernaart uit: “We willen burgers juist betrekken bij belangrijke ethische vraagstukken, zodat ook hun mening meegenomen kan worden in uiteindelijke beslissingen die bijvoorbeeld de gemeente van Den Bosch maakt.”</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:285px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/800_whatsappimage2022-06-30at4.47.57pm.jpeg?x=1656600724546" alt="Jong en oud werd gevraagd naar technologie in de toekomst">Van interview naar data</strong></span><br><span>Dat gebeurt aan de hand van een algoritme dat ontwikkeld wordt met behulp van antwoorden die door bewoners worden gegeven.&nbsp;</span></p><p><span>“Alle data uit interviews worden linguïstiek geanalyseerd en geïmplementeerd in een ‘personal value dictionary’. Daarin koppelen we kernwoorden en stukken tekst aan menselijke waarden, waardoor we praktisch inzicht hebben op wat mensen willen, maar ook welk gevoel opspeelt en waar eventueel frictie ontstaat.”</span></p><p><span>Met al deze gegevens bouwt het lectoraat een schat aan informatie op waarbij technologie uiteindelijk zo ontworpen kan worden dat het verankerd zit in de samenleving en geaccepteerd wordt. “Dat kan omdat je met deze methode precies weet wat de samenleving wil.”</span></p><p><span><strong>Jong en oud aan het woord</strong></span><br><span>Om tot die uiteindelijke conclusie te komen werden Bosschenaren van iedere leeftijd donderdag het hemd van het lijf gevraagd tijdens dieptegesprekken. Vraagstukken die daarbij aan bod kwamen hadden alles te maken met gereguleerde mobiliteit in de stad en pakketbezorgende drones die met camera’s alles onderweg vast kunnen leggen.</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:288px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/800_whatsappimage2022-06-30at4.47.58pm.jpeg?x=1656600742067" alt="Jong en oud werd gevraagd naar technologie in de toekomst">Bouwen aan steden van de toekomst</strong></span><br><span>Het lectoraat heeft het doel om ditzelfde onderzoek op één dag in negen verschillende steden in binnen- en buitenland uit te kunnen voeren, zodat verzamelde informatie gelinkt kan worden aan het werk van besturen en ethische commissies.&nbsp;</span></p><p><span>“Binnen een jaar hebben we een app ontwikkeld waarmee we mensen kunnen interviewen en waaruit geautomatiseerd naar voren komt welke waarden een rol spelen. Zo stellen we een soort moreel kompas van de stad op dat verandert zodra burgers nieuwe inzichten krijgen over technologie en hoe zij daarmee om willen gaan.”</span></p><p><span>De methodiek die Fontys bij dit onderzoek gebruikt is volgens Wernaart uniek en wordt volgende week gepresenteerd in Denemarken tijdens het internationale congres dat volledig in het teken staat van technologische filosofie. “Hier laten we zien hoe we dankzij onze methode professioneel en permanent onderzoek uitvoeren en uiteindelijk kunnen bouwen aan steden van de toekomst.” [</span><i><span>Noëlle van den Berg</span></i><span>]&nbsp;</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,PRO Techniek,Onderzoek Techniek]]></category>
            <pubDate>Thu, 30 Jun 2022 17:17:08 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_whatsappimage2022-06-30at4.48.00pm.jpeg?10000" length="0" type="image/jpeg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_whatsappimage2022-06-30at4.48.00pm.jpeg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/whatsappimage2022-06-30at4.48.00pm.jpeg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Bart Wernaart tijdens de Dataweek]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Lectoren Life Sciences kleuren buiten de lijntjes</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/lectoren-life-sciences-kleuren-buiten-de-lijntjes/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/lectoren-life-sciences-kleuren-buiten-de-lijntjes/</guid><pp:caseid>495325</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Nieuwe moleculaire testen ontwerpen en valideren, daarmee houden de kersverse lectoren Anne Loonen en Joost Schoeber zich de komende jaren intensief bezig. In hun lectorale rede gisteravond gingen ze in op de uitdagingen die daarbij komen kijken.&nbsp;</strong></span></p><p><span>Misschien niet het meest sexy onderwerp, toegepaste moleculaire diagnostiek, maar door de covid-19 pandemie wel zeer actueel en relevant. Snel en adequaat identificeren en detecteren van specifieke ziekteverwekkers is immers van groot belang. Het maakt uitbraken van virussen opspoorbaar en daarmee makkelijker beheersbaar.</span></p><p><span>In een bomvolle collegezaal in het Nexus-gebouw in Eindhoven gingen Anne Loonen en Joost Schoeber gisteravond dieper in op het belang van toegepaste moleculaire diagnostiek. Hierbij haalden ze hun onderzoek naar coronavrije bubbels uit het voorjaar van 2021 aan.</span></p><p><strong>Intelligente snelteststraat</strong><br><span>In dit zogenoemde 3T-project ontwikkelden de lectoren samen met het bedrijf 2Wave Diagnostics de ‘intelligente snelteststraat’. Met deze snelle testmethode werd onderwijs in coronavrije bubbels mogelijk. Het project werd een succes en kreeg landelijk aandacht in de media. Ze wonnen er zelfs de Pro-motor Award mee, een jaarlijkse prijs voor een ambitieuze samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven. <img class="image_resized image-style-align-right" style="width:320px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/800_anneloonen.jpg?x=1645621886344" alt="Anne Loonen"></span></p><p><span>Loonen: “Met ons praktijkgerichte onderzoek willen we impact hebben en met dit project hadden we grote impact. We kregen niet alleen veel exposure in de media, we kregen ook als eerste en enige hogeschool in Nederland een verklaring van prestatie van het RIVM. Een soort certificering van onze moleculaire teststraat. Die verklaring hangt ingelijst op ons laboratorium. Daar gaan we eeuwig trots op zijn.”&nbsp;</span></p><p><span><strong>Kracht van samenwerking</strong></span><br><span>De ‘intelligente teststraat’ kreeg geen praktisch vervolg omdat het ministerie van OCW vol inzette op zelftesten in het onderwijs. Maar het onderzoeksproject heeft het lectoraat Life Sciences van</span> Fontys Hogeschool Toegepaste Natuurwetenschappen<span> wel veel gebracht. Het is volgens Schoeber een prachtig voorbeeld van de kracht van publiek private samenwerking.</span></p><p><span>“Wij werken graag in de driehoek onderwijs, onderzoek en werkveld. Bedrijven zijn voor ons dan ook essentiële partners. We halen relevante opdrachten uit het werkveld en voeren die samen met het werkveld en studenten uit. Zo verstevigen we elkaar en laten we studenten kennismaken met de bedrijven waar ze in de toekomst komen te werken.”</span></p><p><span>Het 3T-project was, mede door een subsidie van 600.000 euro van het ministerie van OCW, voor het lectoraat van Loonen en Schoeber een gouden kans. Subsidies voor praktijkgericht onderzoek liggen immers niet voor het oprapen.</span></p><p><strong>Profilering</strong><br><span>Schoeber: “Subsidiegelden generen blijft een grote uitdaging. Dat kun je als lectoraat alleen realiseren als je ook buiten de lijntjes durft te kleuren, als je opvalt door niet de gebaande paden te volgen. Profilering, zichtbaarheid, dát helpt je vooruit. Dat ervaren wij ook sterk in ons lectoraat.” <img class="image_resized image-style-align-left" style="width:320px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/800_joostschoeber.jpg?x=1645621185519" alt="Joost Schoeber"></span></p><p><span>Inmiddels ligt er voor Loonen en Schoeber al wel een subsidie klaar van een miljoen euro voor onderzoek naar moleculaire SOA-diagnostiek. Hiermee willen ze de komende jaren een device ontwikkelen voor identificatie en detectie van micro-organismen die SOA’s veroorzaken. Een belangrijke stap voor het sneller en adequater behandelen van seksueel overdraagbare aandoeningen.</span></p><p><span>Maar Loonen en Schoeber richten zich met hun testen niet alleen op de medische wereld. Ook vanuit de agri- en foodindustrie komt er steeds meer vraag naar moleculaire testen. Zo vragen veredelingsbedrijven bijvoorbeeld om snelle, effectieve detectiemethoden.</span></p><p><span>Daarnaast hopen ze met hun testen de komende jaren een bijdrage te leveren aan de detectie van kreeftenpest, een ziekte die het voortbestaan van rivierkreeften in Nederland bedreigt. Met al deze projecten hebben de kersverse lectoren hun handen voorlopig vol. Al zijn er volgens Schoeber nog genoeg thema’s waar ze in de toekomst ook de tanden in willen zetten. [</span><i><span>Ivo van der Hoeven</span></i><span>] &nbsp;&nbsp;</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Onderzoek,FHTN,Onderzoek Techniek,Eindhoven]]></category>
            <pubDate>Wed, 23 Feb 2022 16:16:50 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_installatielectorenlifesciences.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_installatielectorenlifesciences.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/installatielectorenlifesciences.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Installatie lectoren Life Sciences]]></pp:imageTitle><pp:imageDescription><![CDATA[Joost Schoeber en Anne Loonen bij hun offici&amp;euml;le installatie als lectoren Life Sciences.]]></pp:imageDescription></item></channel>
                    </rss>