<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
     xmlns:pp="http://www.presspage.com/rss/"
     version="2.0"
     xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom">
                <channel>
                    <title><![CDATA[Bron onafhankelijk nieuws Fontys]]></title>
                    <link>https://bron.fontys.nl/</link>
                    <description></description>
                    <language>nl</language>
                    <lastBuildDate>Thu, 22 Oct 2026 23:55:34 +0200</lastBuildDate>
                    <pubDate>Fri, 12 Jun 2026 10:47:15 +0200</pubDate>
                    <image>
                        <title><![CDATA[Bron onafhankelijk nieuws Fontys]]></title>
                        <url>https://content.presspage.com/clients/150_1980.jpg</url>
                        <link>https://bron.fontys.nl/</link>
                        <width>144</width>
                    </image><item>
                        <title>Nieuw keurmerk neemt social media onder de loep</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/nieuw-keurmerk-neemt-social-media-onder-de-loep/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/nieuw-keurmerk-neemt-social-media-onder-de-loep/</guid><pp:caseid>757234</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Social media-platforms hebben een grote invloed op het dagelijks leven van jongeren. Maar wie controleert of die platforms veilig en verantwoord functioneren? Fontys-onderzoeker Herm Kisjes vindt dat dat veel te weinig gebeurt, en daarom ontwikkelde hij het Keurmerk Gezonde Social Media (GSM). “Om te toetsen op verslavende algoritmes, privacy en online veiligheid.”</strong></span></p><p><span>Het keurmerk is een initiatief vanuit FitPhone, het onderzoeksproject en preventieprogramma dat Herm Kisjes enkele jaren geleden opzette om gezond smartphonegebruik onder jongvolwassenen te verbeteren. Social media zijn daarbij niet weg te denken, maar gezond zijn ze vaak niet.</span></p><p><span>Daarom ontwikkelde de onderzoeker samen met een team bestaande uit docenten en studenten een keurmerk dat social media-platforms moet stimuleren – of uiteindelijk verplichten – om gezonder en transparanter te werken. Kisjes: “Een auto mag zonder apk ook de weg niet op. En nieuwe medicijnen worden eerst uitgebreid getest voordat ze op de markt verschijnen. Maar voor social media geldt dat niet.”</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/feaa8586-51e6-4d90-8400-680b6d02644d/500_keurmerkgezondesocialmedia.jpeg?x=1780923271396" alt="Keurmerk Gezonde Social Media" width="200">Geen controle</strong></span><br><span>Dat is vreemd, vindt Kisjes. “Bijna alles wat maatschappelijke impact heeft, wordt vooraf gecontroleerd. Social media-bedrijven kunnen hun product echter gewoon lanceren en aanpassen zonder dat daar vooraf onafhankelijke toetsing tegenover staat.”</span></p><p><a href="https://fitphone.nl/wp-content/uploads/2026/06/GSM-keurmerk-def..pdf" target="_blank"><span>Het keurmerk</span></a><span>, dat maandag gepresenteerd werd tijdens het symposium ‘Welke zorgplicht hebben social media-bedrijven?’, moet daar verandering in brengen. “Dat gebeurt aan de hand van zeven aandachtspunten. Die vormen de basis voor onafhankelijke beoordelingen van social media.”</span></p><p><span><strong>Verschillende werelden</strong></span><br><span>De belangrijkste daarvan is volgens Kisjes: wat offline geldt, geldt ook online. “Dus wat offline niet mag, mag online ook niet. Dat zouden geen verschillende werelden moeten zijn.” Hij doelt daarmee onder andere op misleiding, schadelijke content en advertenties over gokken, vapen en online aankopen die op minderjarigen zijn gericht.</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:297/auto;width:297px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/3c313913-aa9d-4acb-b9e2-3eff57d4aee3/800_onlineoffline.jpeg?x=1780923299701" alt="Online = offline" width="297" height="auto">Daarnaast pleit het keurmerk voor periodieke controles door een onafhankelijke toezichthouder, meer transparantie over dataverzameling en een verbod op verslavende algoritmes. “Voldoe je niet aan die voorwaarden, volgt een waarschuwing, flinke boete of tijdelijke schorsing. Nu krijgen bedrijven vaak een boete die slechts gezien wordt als een ‘kostenpost met weinig effect’, want veel grote techbedrijven verdienen miljarden. Dat moet veranderen, en een schorsing is een sanctie waar ze echt last van zullen hebben.”</span></p><p><span><strong>Van Fontys naar Europa</strong></span><br><span>Daarom vertrekt de onderzoeker op 23 juni naar de Tweede Kamer, waar hij het Keurmerk Gezonde Social Media aanbiedt aan de commissie Digitale Zaken, inclusief </span><a href="https://keurmerksocialmedia.petities.nl/"><span>bijbehorende petitie</span></a><span>. “Ons keurmerk is een eerste versie die verder uitgewerkt kan worden door experts, beleidsmakers, juristen én de politiek. We moeten ergens beginnen als het gaat om strengere regels voor social media, en de eerste stap hebben wij alvast gezet.” Of het keurmerk daadwerkelijk onderdeel wordt van de Europese wet- en regelgeving rondom social media, is nog niet duidelijk.</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Onderzoek,Onderzoek Maatschappij,Onderzoek Gezondheid,Eindhoven,Berg]]></category>
            <pubDate>Mon, 08 Jun 2026 15:55:52 +0200</pubDate>
            <pp:lastModified>Fri, 12 Jun 2026 08:47:15 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/77fc387c-5c6a-44e8-8392-26ce143878cd/500_hetteamachterkeurmerkgezondesocialmedia.jpeg?10000" length="0" type="image/jpeg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/77fc387c-5c6a-44e8-8392-26ce143878cd/500_hetteamachterkeurmerkgezondesocialmedia.jpeg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/77fc387c-5c6a-44e8-8392-26ce143878cd/hetteamachterkeurmerkgezondesocialmedia.jpeg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Het team achter Keurmerk Gezonde Social Media]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Verpleegkundigen in beeld brengen: de do&#039;s en dont&#039;s</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/verpleegkundigen-in-beeld-brengen-de-dos-en-donts/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/verpleegkundigen-in-beeld-brengen-de-dos-en-donts/</guid><pp:caseid>746181</pp:caseid><description><![CDATA[<p style="margin-left:0px;"><span style="margin:0px;padding:0px;text-align:left;"><strong>Beeld&nbsp;niet alleen&nbsp;westerse vrouwen&nbsp;af&nbsp;die bij een ziekenhuisbed&nbsp;staan, maar&nbsp;zorg voor&nbsp;een representatieve vertegenwoordiging&nbsp;van gender en culturele achtergrond. Laat zoveel mogelijk sectoren zien en toon binnen die sectoren ook een diversiteit van werkzaamheden. Dat is hoe je het clichématige beeld van verpleegkundigen kunt veranderen, zo blijkt uit onderzoek van&nbsp;Fontys.&nbsp;</strong>&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Twee jaar geleden&nbsp;zijn twee lectoraten van&nbsp;Fontys&nbsp;Mens en Gezondheid en&nbsp;Fontys&nbsp;Journalistiek&nbsp;een onderzoek </span><a href="https://bron.fontys.nl/steunkousen-en-vrouwen-cliches-moeten-weg-uit-beelden-zorgsector/" target="_blank"><span style="margin:0px;padding:0px;">gestart</span></a><span style="margin:0px;padding:0px;"> naar clichébeelden uit de zorg, plus daarbij de vraag hoe je verpleegkundigen, verzorgenden IG en verpleegkundig specialisten het beste in beeld kunt brengen.&nbsp;Dat deden ze in samenwerking met&nbsp;ZonMw&nbsp;V&V, een financieringsorganisatie van innovatie en onderzoek in de gezondheidszorg,&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:175/auto;width:175px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/908b14d7-398b-4c4c-956b-4794f2e836ef/500_schermshyafbeelding2023-11-28om12.30.16.png?x=1779192068977" alt="Jessie van Wijk" width="175" height="auto">Voor het&nbsp;onderzoek&nbsp;is&nbsp;ook&nbsp;een&nbsp;eerdere&nbsp;</span><a href="https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC12413654/" target="_blank"><span style="margin:0px;padding:0px;">studie</span></a><span style="margin:0px;padding:0px;">&nbsp;van docent-onderzoeker Jessie van Wijk gebruikt, gericht op de representatie van verpleegkundigen in de Nederlandse krantenmedia. Telkens kwam hetzelfde beeld terug: “We zien steeds dat verpleegkundigen vaak anoniem en stereotyperend worden afgebeeld”, zegt Van Wijk.&nbsp;&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><strong>Verschillende rollen</strong><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Een verpleegkundige is op beeld bijna altijd een blonde vrouw aan een bed of achter een medicijnkastje, vaak in het wit gekleed; de typische ziekenhuiskleur. Maar, zegt lector Pieterbas&nbsp;Lalleman van het lectoraat Verpleegkunde door de Tijd, die namens Mens en Gezondheid meedeed aan het onderzoek&nbsp;voor&nbsp;ZonMw: “Het gros van de verpleegkundigen werkt helemaal niet in het ziekenhuis, maar in de wijk of voor de langdurige zorg.”&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">De rollen die een verpleegkundige kan hebben, rijken volgens hem veel verder dan de directe patiëntenzorg. “Bij&nbsp;Fontys&nbsp;proberen we onze verpleegkundigen heel breed op te leiden. En ja:&nbsp;daar hoort patiëntenzorg bij, maar zeker in de laatste decennia is daar ook heel veel ander werk bij gekomen. Ze kunnen bijvoorbeeld ook zij aan zij staan met bestuurders. Dat zien we alleen bijna niet terug in bestaande&nbsp;beeldbanken.”&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><strong>Beeldwijzer met tips</strong><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Het&nbsp;doel&nbsp;van het onderzoek voor&nbsp;ZonMw&nbsp;V&V&nbsp;was het ontwikkelen van&nbsp;een </span><a href="https://www.venvn.nl/beeldwijzer-verpleegkundigen-verzorgenden-ig-en-verpleegkundig-specialisten" target="_blank"><span style="margin:0px;padding:0px;">praktische beeldwijzer</span></a><span style="margin:0px;padding:0px;">,&nbsp;die ervoor moet zorgen dat er meer representatieve beelden gemaakt worden over het werk dat verpleegkundigen doen.&nbsp;Daarin staan vijf tips centraal, te beginnen met: breng zorgprofessionals herkenbaar in beeld. Zorg voor een afspiegeling van de samenleving en breng verschillende sectoren in beeld. Ga dus niet alleen in op ziekenhuispersoneel, maar ook op wijkverpleging, GGZ, gehandicaptenzorg en GGD. Laat binnen die sectoren diversiteit van werkzaamheden zien én maak de handelingen en expertise van verpleegkundigen zichtbaar.&nbsp; &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Verder staan er ook nog fotografische aanwijzingen in, zoals: zet zo weinig mogelijk in scène, houd de werkomgeving zoveel mogelijk intact, gebruik zoveel mogelijk natuurlijk licht en wissel af tussen close-ups en totaalshots.&nbsp;&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/efe29ad1-498b-4470-a8d0-815909487a87/500_fotopieterbaslallemanvierkant.png?x=1779262772962" alt="Pieterbas Lalleman" width="200"><strong>Rol voor journalist</strong></span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">De beeldwijzer is bedoeld&nbsp;voor&nbsp;zowel&nbsp;verpleegkundigen als fotojournalisten.&nbsp;Lalleman: “We kunnen wel zeggen dat verpleegkundigen harder hun best moeten doen om uit te leggen wat hun werk is, maar er is hier ook een rol weggelegd voor&nbsp;journalisten. Want die gebruiken de beelden; zij bepalen welke foto’s er bij hun artikelen komen te staan.&nbsp;Dat is toch wel een heel belangrijk punt uit het onderzoek: dat de verantwoordelijkheid grotendeels bij de journalist ligt.” Van Wijk gaat daar met behulp van een verkregen promotiebeurs in de komende jaren meer onderzoek naar doen.&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Of het probleem daarna is opgelost? Daar durven&nbsp;Lalleman&nbsp;en Van Wijk geen harde uitspraken over te doen. AI werkt&nbsp;in ieder geval&nbsp;niet bepaald mee,&nbsp;vinden ze allebei. “Want als jij&nbsp;AI vraagt om een AI-gegenereerd beeld van een verpleegkundige, dan krijg je nog steeds het stereotype beeld dat we juist níét willen zien.”&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><i><span style="margin:0px;padding:0px;">Behalve Lalleman en Van Wijk werkten ook </span><span style="text-align:left;">Daniëlle Arets, Michiel Bles en Karlijn ten Cate van Fontys Journalistiek mee aan het onderzoek.</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Lectoraten,Lectoren,Onderzoek,Onderzoek Algemeen,Onderzoek Gezondheid,Onderzoek Maatschappij,FHJ,FHMG,PRO Gezondheid,PRO Gezondheidszorg,Journalistiek,Luiken]]></category>
            <pubDate>Wed, 20 May 2026 10:25:32 +0200</pubDate>
            <pp:lastModified>Thu, 21 May 2026 14:25:08 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/34f318cb-776e-4483-8645-72bff560bd5b/500_shutterstock_2747679221.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/34f318cb-776e-4483-8645-72bff560bd5b/500_shutterstock_2747679221.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/34f318cb-776e-4483-8645-72bff560bd5b/shutterstock_2747679221.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[zorg ziekenhuis verpleegkundige]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Gesprekskaarten brengen ethiek tot leven in het ETZ</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/gesprekskaarten-brengen-ethiek-tot-leven-in-het-etz/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/gesprekskaarten-brengen-ethiek-tot-leven-in-het-etz/</guid><pp:caseid>741561</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span style="text-align:start;"><strong>Agressieve patiënten, de omgang met naasten en het wel of niet moeten beëindigen van een leven. Medewerkers in de zorg komen dagelijks voor ethische kwesties te staan waar de vele beschikbare protocollen niet altijd een passend antwoord op kunnen geven. Met een onderzoeksproject van Fontys en het ETZ, waarbij echte verhalen uit de praktijk worden besproken, gaan verpleegkundigen het gesprek hierover aan.</strong></span></p><p>Een verwarde man wordt per ambulance binnengebracht bij de spoedeisende hulp. Hij spreekt onsamenhangend en maakt ongecoördineerde bewegingen. Zijn kleding is doorweekt en vuil, en je ruikt alcohol als je dicht bij hem komt.</p><p>Volgens het ziekenhuisprotocol hoeft het personeel hem geen nieuwe kleding te geven, maar hoe menselijk is het om hem na een behandeling op deze manier weer weg te sturen? En wat doe je als de familie van een oudere, kwetsbare patiënt door wil gaan met een behandeling, terwijl de patiënt zelf het eigenlijk wel gehad heeft?&nbsp;</p><p style="text-align:start;"><strong>Onderwijs verrijken</strong><br>Dit soort ethische kwesties zijn aan de orde van de dag bij het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis (ETZ) in Tilburg, waar Fontys voor een nieuw onderzoeksproject van het lectoraat Ethisch Werken een samenwerking mee is aangegaan. Docent-onderzoeker Richard Voddé is daar nauw bij betrokken en vertelt dat het project is gestart met verschillende doelstellingen.</p><p style="text-align:start;">“Ten eerste wil het lectoraat samenwerkingen aangaan met partners buiten het onderwijs. Maar een andere doelstelling is dat we het onderwijs meer willen verrijken met ethische kwesties, omdat we vinden dat er op dat vlak nog te weinig inzit”, klinkt het. “Aan die laatste doelstelling werken we nu samen met het ETZ door samen moresprudentie op te bouwen. Dat is vergelijkbaar met jurisprudentie, waarbij je een casuïstiek onderzoekt en er op deze wijze inzicht ontstaat in het moreel leren.”&nbsp;</p><p style="text-align:start;"><strong>Agressie</strong><br>Vanuit het ETZ werkt geestelijk verzorger en ethicus José Krijnen samen met haar team mee met het onderzoeksproject, plus nog tientallen verpleegkundigen van uiteenlopende afdelingen bij het ETZ. Onder wie ook Judith Cornelissen, die al twintig jaar werkzaam is op de afdeling Spoedeisende Hulp (SEH) bij het Tilburgse ziekenhuis. Ze maakte in die tijd veel uitdagende kwesties mee, waar soms veel emoties bij kwamen kijken en waar niet altijd voldoende over gepraat werd. <i>[Tekst gaat verder onder de foto's]</i></p><p style="text-align:start;">Een aantal van die kwesties is samen met nog tig andere praktijkvoorbeelden door docentonderzoeker Voddé verwerkt in gesprekskaarten. Die hebben als doel dat ze eens in de zoveel tijd door verpleegkundigen besproken worden, zodat ze samen het gesprek aan kunnen gaan over dit soort ethische dilemma’s. En hoe daarbij te handelen. Bij elke situatie staan drie vragen centraal. Wat doet het met jou? Wat doet het met het team? En wat vind jij passende zorg?&nbsp;</p><p style="text-align:start;"><strong>Niet alleen</strong><br>Cornelissen noemt het een mooie en laagdrempelige manier om met collega’s in gesprek te gaan. “Het is niet leuk als je bijvoorbeeld iemand de straat op moet sturen terwijl je weet dat die persoon daar niks heeft. Maar als je daar vervolgens met je collega’s over kunt sparren en zij zouden hetzelfde hebben gedaan, dan voel je je daar niet alleen in. Dat sterkt, het geeft rust.”</p><p style="text-align:start;">Krijnen vult haar aan met een extra stukje uitleg. “We doen dit met de toenemende zorgvraag als uitgangspunt. Enerzijds hebben we te maken met vergrijzing, en dus meer zorg, terwijl het aantal medewerkers vermindert. We proberen in alle gevallen passende zorg te geven, maar dat is niet altijd makkelijk.” Want het is niet altijd alleen maar de keuze over het wel of niet moeten geven van – bijvoorbeeld – een injectie, vervolgt ze. “Het gaat ook om de waaromvraag. Welke waarden zitten erachter? Dit project moet daarbij helpen; het is een moreel leerproces naar passende zorg.”</p><p>Het team van Krijnen, Geestelijke Verzorging & Ethiek, werkt al meer dan vijftien jaar aan de morele veerkracht voor zorgmedewerkers. “<span style="text-align:left;">Dat dit nu zo goed lukt, komt omdat er al een goede infrastructuur is. En dit onderzoek draagt daar ook weer aan bij.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Tilburg,Onderzoek,Onderzoek Gezondheid,FHMG,Lectoraten,Luiken]]></category>
            <pubDate>Thu, 09 Apr 2026 12:32:47 +0200</pubDate>
            <pp:lastModified>Mon, 13 Apr 2026 08:52:05 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/a4e57240-4519-4800-83a7-a9fb191d1f1f/500_img_44012.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/a4e57240-4519-4800-83a7-a9fb191d1f1f/500_img_44012.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/a4e57240-4519-4800-83a7-a9fb191d1f1f/img_44012.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Jos&amp;eacute; Krijnen, Richard Vodd&amp;eacute; en Judith Cornelissen]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Kleine voetspieren, maar groot verschil voor ouderen</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/kleine-voetspieren-maar-groot-verschil-voor-ouderen/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/kleine-voetspieren-maar-groot-verschil-voor-ouderen/</guid><pp:caseid>739110</pp:caseid><description><![CDATA[<p style="margin-left:0px;"><span style="margin:0px;padding:0px;text-align:left;"><strong>Wat als je de kleine spiertjes in je voet traint om&nbsp;valpartijen&nbsp;bij ouderen te voorkomen.&nbsp;Vallen&nbsp;is&nbsp;in deze groep&nbsp;immers&nbsp;de meest voorkomende oorzaak voor ernstig letsel.&nbsp;Zou dat werken? Docent Lydia Willemse, werkzaam bij&nbsp;Fontys&nbsp;Paramedisch, deed er onderzoek naar.</strong>&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Onderzoeken naar de&nbsp;grote&nbsp;beenspieren&nbsp;zijn&nbsp;er&nbsp;al&nbsp;verscheidene. Daar is al van alles over bekend en&nbsp;in&nbsp;de literatuur wordt er in veelvoud over geschreven. Maar over de functie van de intrinsieke voetspieren, de kleine dus, was nog weinig gepubliceerd. “Het is een onderwerp dat mij interesseert en wat nog onontgonnen terrein was”, vertelt Lydia Willemse.&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">De docent besloot het verder te onderzoeken en ging daarvoor in gesprek met collega’s. Zo kwam zij erachter dat er&nbsp;mogelijk&nbsp;veel kansen lagen op&nbsp;het&nbsp;verminderen&nbsp;van valpartijen door&nbsp;het trainen van de kleine voetspieren. Ze vroeg in 2018 de Promotiebeurs voor leraren aan en ontving die vervolgens een jaar later. Daarna kon haar&nbsp;op ouderen gerichte&nbsp;onderzoek van start. &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/39a172ec-beb7-467b-a3b1-26b4885f521a/500_lydiawillemse1_.jpg?x=1773824241851" alt="Lydia Willemse" width="200">Vergrijzing</strong>&nbsp;</span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">“Wat mij heel erg aansprak, is dat het onderzoek niet alleen een groeiende doelgroep heeft, maar dat ook het probleem in die doelgroep groeiende is”, aldus Willemse. “Dat komt omdat de bevolking aan het vergrijzen is. Er zijn steeds meer ouderen die ouder worden. En hoe ouder je wordt, hoe groter de kans op vallen.”&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Het vallen&nbsp;an&nbsp;sich&nbsp;is daarbij niet per se het probleem. Kinderen vallen misschien nog veel vaker. “Maar bij ouderen gaat dat vaker gepaard met een&nbsp;groter letsel,&nbsp;mentale gevolgen of functionele achteruitgang.&nbsp;Nu is vallen natuurlijk&nbsp;multifacterieel; het kan een samenspel zijn van meerdere factoren. Maar de grootste risicofactoren zijn een verminderde&nbsp;balans&nbsp;en&nbsp;looppatroon&nbsp;of vermindering van de algehele spierkracht.”&nbsp;Twee factoren waar je iets aan kunt doen, stelt de docent.&nbsp; &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Balanceren&nbsp;</strong>&nbsp;</span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Om te onderzoeken of het trainen van de kleine voetspieren&nbsp;daaraan kan bijdragen, heeft Willemse met haar onderzoeksgroep twee groepen ouderen onder de loep genomen die allemaal beweegprogramma’s volgden. Eén van de groepen kreeg daar in het kader van het onderzoek een extra taak bij: de intrinsieke voetspieren trainen door bepaalde oefeningen een paar keer per week te doen. Voorbeeld daarvan is het op je tenen lopen of staan, of het balanceren op één been.&nbsp; &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">“Hoewel&nbsp;we er niet naar vroegen en dit niet per se antwoorden waren waar we naar op zoek waren, gaven de ouderen bijna allemaal aan dat de training ze iets had gebracht. Voor de één was dat een betere balans, voor de andere meer zekerheid bij het lopen. Ze voelden zich letterlijk steviger in hun schoenen staan en waren minder bezorgd om te vallen,&nbsp;wat weer een belangrijke risicofactor voor vallen is.”&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Duizenden views</strong>&nbsp;</span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Concrete conclusies over of het trainen van de kleine&nbsp;voetspieren&nbsp;inderdaad kan helpen bij het voorkomen van vallen, kan Willemse vanwege het korte tijdsbestek van het onderzoek niet geven. De ouderen zijn twaalf weken gevolgd, maar zouden voor keiharde cijfers een jaar lang gevolgd moeten worden, en dan ook nog eens in grotere groepen.&nbsp;&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">“Wij hebben dus gekeken naar de bewegingsfactoren die in relatie staan tot valrisico om zo indirect iets te zeggen over de kans op vallen. Maar ik ben zelf van mening dat dat net zo waardevol is als het kijken naar het vallen zelf”, verklaart Willemse. Bovendien heeft het onderzoek ook andere dingen opgeleverd. Tijdens het hele proces zijn er instructiefilmpjes&nbsp;gemaakt van de toe te passen voetoefeningen, en die worden inmiddels door verschillende&nbsp;fysio- en (vooral)&nbsp;podopraktijken&nbsp;gebruikt. “De video’s&nbsp;hebben&nbsp;al&nbsp;duizenden </span><a href="https://www.fontys.nl/Onderzoek/Health-Innovations-Technology-1/STIFF.htm" target="_blank"><span style="margin:0px;padding:0px;">views</span></a><span style="margin:0px;padding:0px;">.”&nbsp;&nbsp;</span></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,FHMG,FHPM,Onderzoek,Onderzoek Algemeen,Onderzoek Gezondheid,Onderzoek Maatschappij,Luiken]]></category>
            <pubDate>Wed, 18 Mar 2026 10:27:25 +0100</pubDate>
            <pp:lastModified>Wed, 18 Mar 2026 12:03:58 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/9f9d5c76-36b6-4c45-9a99-dadadc266ee0/500_shutterstock_2672718157.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/9f9d5c76-36b6-4c45-9a99-dadadc266ee0/500_shutterstock_2672718157.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/9f9d5c76-36b6-4c45-9a99-dadadc266ee0/shutterstock_2672718157.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[shutterstock_2672718157]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Jong en longcovid: ‘Je leven staat stil’</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/jong-en-longcovid-je-leven-staat-stil/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/jong-en-longcovid-je-leven-staat-stil/</guid><pp:caseid>738075</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span style="text-align:start;"><strong>Vermoeidheid, cognitieve problemen, slaapproblemen en een groeiend gevoel van eenzaamheid. Voor veel jongvolwassenen met longcovid is het dagelijkse realiteit. Dat blijkt uit de eerste resultaten van het door docentonderzoeker Leoni van Dijk geleide onderzoek over de impact van longcovid onder jongvolwassenen.</strong></span></p><p style="text-align:start;">Het <a href="https://bron.fontys.nl/postcovid-beperkt-studie-en-werk-bij-fontys/" target="_blank">onderzoek</a> startte twee jaar geleden met als doel om meer inzicht te krijgen in de klachten en de dagelijkse beperkingen die jongvolwassenen (tussen de 16 en 30 jaar) met longcovid ervaren. Ruim vierhonderd mensen werkten eraan mee, zowel met als zonder longcovid. Leoni van Dijk, werkzaam bij Fontys Paramedisch, legt uit waarom er voor deze doelgroep gekozen is.</p><p style="text-align:start;">“Ten eerste omdat deze doelgroep ook bij Fontys rondloopt. Maar daarnaast is het ook een groep die nog onderbelicht is in de literatuur. Jongvolwassenen met longcovid worden niet genoeg gezien, terwijl ook zij grote problemen ervaren.”</p><p style="text-align:start;"><strong>Toekomst onder druk&nbsp;</strong><br>Uit de eerste resultaten van het onderzoek blijkt dat die problemen zeer divers zijn. Jongvolwassenen kunnen hun studie niet afronden, hun toekomst staat onder druk en het is moeilijk om sociale contacten te onderhouden. “Terwijl dat wel dingen zijn die in deze levensfase juist heel belangrijk zijn en die hun identiteit vormen. Als ze dit allemaal moeten missen, heeft dat grote gevolgen voor hun toekomst.”</p><p style="text-align:start;"><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/ea0e576a-5b0d-494b-9937-902ceeff0733/500_leonivandijk.jpg?x=1772716440203" alt="Leoni van Dijk" width="200">Hoeveel jongvolwassenen met longcovid er in Nederland precies zijn, is volgens Van Dijk niet bekend. Een schatting is er wel. Het RIVM heeft namelijk een groot onderzoek uitgezet waaruit blijkt dat het om 3 tot 4 procent van alle jongvolwassenen tot 25 jaar gaat. “Het is een vermoeden hoeveel het er zijn. Deze mensen leven vaak onder de radar en bovendien is het exacte aantal ook niet bekend omdat klachten moeilijk te linken zijn aan de diagnose longcovid.”</p><p><span style="margin:0px;padding:0px;text-align:left;">Bovendien wordt de diagnose ook lang niet altijd gegeven, legt Van Dijk uit. “Dat zie ik ook terug in&nbsp;ons&nbsp;onderzoek. Zo’n&nbsp;86 procent van de deelnemers&nbsp;geeft aan een diagnose te hebben&nbsp;gekregen&nbsp;van een zorgprofessional.&nbsp;Dan blijft er&nbsp;nog 14&nbsp;procent over die wel klachten van longcovid heeft, maar geen diagnose.&nbsp;Onder deze groep is er het vermoeden dat het om longcovid&nbsp;gaat.&nbsp;Meerdere deelnemers geven aan kennis te missen bij zorgverleners, waardoor een diagnose soms uitblijft of lang op zich laat wachten.”&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;"><span style="margin:0px;padding:0px;text-align:left;"><strong>Kwaliteit van leven</strong>&nbsp;</span><br><span style="margin:0px;padding:0px;text-align:left;">Bij bijna alle ondervraagden, het gaat om 98 procent, is de meest voorkomende klacht vermoeidheid&nbsp;of uitputting. Andere veel voorkomende klachten zijn&nbsp;cognitieve problemen,&nbsp;slaapproblemen, pijn in het lichaam,&nbsp;mentale problemen&nbsp;en een gevoel van eenzaamheid. Die klachten komen overeen met klachten die volwassenen met longcovid ervaren.&nbsp;Verder blijkt ook dat jongvolwassenen met longcovid een veel lagere kwaliteit van leven ervaren dan gezonde leeftijdsgenoten.&nbsp;&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">“We hebben gekeken naar welke factoren&nbsp;samenhangen met&nbsp;de ervaring van kwaliteit van leven. We kunnen geen oorzaak of gevolg aantonen, maar we kunnen wel zeggen dat&nbsp;jongvolwassenen&nbsp;met longcovid en&nbsp;overgewicht, obesitas of ondergewicht lager scoren op dit gebied. Hetzelfde geldt voor de hoeveelheid symptomen; hoe&nbsp;meer klachten iemand ervaart, hoe lager de kwaliteit van leven.&nbsp;Ook de mate van Post&nbsp;Exertionele&nbsp;Malaise (PEM), de ervaren beperkingen en de mate van eenzaamheid, voorspellen de ervaren kwaliteit van leven.”&nbsp; &nbsp;</span><br><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Hoewel de eerste resultaten al veel inzichten geven, is het onderzoek nog niet klaar. Het bevat ook nog verdiepende interviews met respondenten. Met alle resultaten wil&nbsp;Van Dijk&nbsp;uiteindelijk verschillende vormen van ondersteuningsbehoeftes in beeld brengen, zowel gericht op het fysieke als mentale stuk. “Er is nu bijna geen zorg voor&nbsp;mensen met longcovid. Er zijn wel&nbsp;longcovid-klinieken, maar&nbsp;daar kan niet iedereen terecht vanwege beperkte capaciteit en niet alles wordt&nbsp;vergoed.&nbsp;Longcovid is een biomedische aandoening die mentaal iets met je doet. Al je vrienden gaan uit, hebben het over carrière maken. En jij zit daar maar. Dat doet iets met je en&nbsp;ik vind dat daar&nbsp;meer&nbsp;aandacht en&nbsp;begeleiding voor moet zijn.”&nbsp;</span></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Lectoraten,Onderzoek,Onderzoek Algemeen,Onderzoek Gezondheid,FHPM,FHMG,Luiken]]></category>
            <pubDate>Thu, 05 Mar 2026 14:30:25 +0100</pubDate>
            <pp:lastModified>Fri, 06 Mar 2026 05:16:24 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/0d7d7840-96bf-4294-aca0-0f5e174ed812/500_shutterstock_1902146578.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/0d7d7840-96bf-4294-aca0-0f5e174ed812/500_shutterstock_1902146578.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/0d7d7840-96bf-4294-aca0-0f5e174ed812/shutterstock_1902146578.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[slapen moe corona longcovid student bureau]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Ondanks potentie blijft SmartGlove in Fontys-vitrine</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/ondanks-potentie-blijft-smartglove-in-fontys-vitrine/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/ondanks-potentie-blijft-smartglove-in-fontys-vitrine/</guid><pp:caseid>736207</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p style="margin-left:0cm;text-align:start;">Bron vroeg Fontys om een algemene reactie op dit stuk, en kreeg het volgende antwoord: “Fontys ontwikkelt en verkoopt geen commerciële goederen. In theorie zou dat wel mogen, zolang we geen oneerlijke concurrentie zijn voor bedrijven. Maar Fontys kiest hier bewust niet voor. Wij willen ons volledig richten op onze belangrijkste taken: goed onderwijs geven, praktijkgericht onderzoek doen en kennis delen met de maatschappij."&nbsp;</p><p style="margin-left:0cm;text-align:start;">"Daarnaast zegt de Wet Markt en Overheid dat publieke instellingen hun commerciële activiteiten moeten scheiden van hun onderwijs. Dat maakt het ingewikkeld. Een commercieel goed brengt ook risico’s met zich mee. Denk aan financieel risico, aansprakelijkheid en verplichtingen voor garantie en service. Fontys vindt dat dit niet bij ons past als onderwijsinstelling. Ook kunnen commerciële belangen van docenten of onderzoekers botsen met objectief onderwijs, onafhankelijke beoordeling en wetenschappelijke integriteit. Daarom kiest Fontys ervoor om niet zelf commerciële goederen te ontwikkelen en op de markt te brengen.”</p><p style="margin-left:0cm;text-align:start;">Wel heeft het college van bestuur eind vorig jaar de Fontys Regeling Kennisvalorisatie vastgesteld. Deze regeling wordt momenteel geïmplementeerd - door Bart van Duijl en Astrid Wiktor – en treedt 1 september 2026 in werking. “Daarom is deze regeling nog niet gepubliceerd op de portal en website van Fontys. De regeling maakt het voor medewerkers en studenten mogelijk om binnen Fontys ontwikkeld werk extern te gelde te maken conform de procedures zoals vastgelegd in de regeling. Hierbij wordt onder meer rekening gehouden met publieke/private geldstromen, integriteit en belangenverstrengeling. Veel belovende resultaten kunnen dan dus wel vermarkt gaan worden, maar niet via Fontys.”</p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p style="margin-left:0px;"><span style="margin:0px;padding:0px;text-align:left;"><strong>Jarenlang&nbsp;werd er&nbsp;onder anderen&nbsp;door&nbsp;onderzoekers&nbsp;Fred&nbsp;Holtkamp&nbsp;en Geert-Jos van der&nbsp;Maazen&nbsp;ziel en zaligheid gelegd in het ontwikkelen van de SmartGlove, een&nbsp;‘slimme&nbsp;handschoen’&nbsp;voor orthopedisch technologen.&nbsp;Nu wordt het resultaat daarvan tentoongesteld in het&nbsp;Waalwijkse&nbsp;museum&nbsp;het&nbsp;Schoenenkwartier. Maar het&nbsp;product&nbsp;namens&nbsp;Fontys&nbsp;op de markt brengen? “Dat kan niet, en dat is zó jammer.”</strong>&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">De SmartGlove is een resultaat uit het onderzoeksproject&nbsp;SmartScan,&nbsp;dat&nbsp;mede&nbsp;gefinancierd wordt door Regieorgaan SIA. Het product kan het beste omschreven worden als een slimme handschoen die gebruikt wordt bij het aanmeten&nbsp;van&nbsp;op maat gemaakte orthopedische schoenen voor mensen met voetproblemen. Denk daarbij aan mensen met een klapvoet of mensen met reuma of diabetes.&nbsp;&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><strong>Gips of geen gips</strong><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Dat proces gebeurt al van oudsher met behulp van gips. Maar, vertelt&nbsp;associate&nbsp;lector&nbsp;Fred&nbsp;Holtkamp: “Dat gips wordt&nbsp;op bepaalde punten&nbsp;gemanipuleerd&nbsp;om de goede stand te krijgen. Dat doe je met je handen en&nbsp;vervolgens wordt&nbsp;de kennis die je in je handen hebt&nbsp;in het gipsmodel&nbsp;weggezet.&nbsp;Maar je ziet niet hoe je dat doet; er zijn geen waardes voor hoe hoog de druk is die je&nbsp;met je handen&nbsp;uitoefent op die&nbsp;kracht”.&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/161b11ce-3fd2-4f56-a9af-3cf5e5c95243/500_img_38332.jpg?x=1770894905306" alt="Fred Holtkamp" width="200">De kennis wordt bij het gebruik van gips dus niet zichtbaar. “Maar de SmartGlove maakt die kennis wél zichtbaar dankzij allerlei sensoren.&nbsp;Het aanmeetproces wordt met de handschoen niet alleen veel nauwkeuriger, maar ook sneller.&nbsp;Bovendien is de nieuwe methode patiëntvriendelijker, op termijn kostenbesparender en een stuk milieuvriendelijker omdat je hiermee niet al dat gips bij het chemisch afval hoeft te gooien.”&nbsp;&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><strong>Eindeloze mogelijkheden</strong><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Voor nu wordt de handschoen alleen nog gebruikt op de voet, maar de technologie zou ook toepasbaar kunnen zijn op andere lichaamsdelen. Voor het aanmeten van protheses bijvoorbeeld, voor tandartsen, zelfs voor chirurgen. “Als je eenmaal kunt digitaliseren wat je met je handen doet als je die handschoen aan hebt, qua kracht en positie, dan kun je er heel veel mee. De voorbeelden zijn eindeloos”, zegt Geert-Jos&nbsp;van der&nbsp;Maazen.&nbsp; &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Een veelbelovende techniek dus&nbsp;– waar in 2023 zelfs een SIA RAAK-Award mee is gewonnen –&nbsp;en toch wordt die volgens&nbsp;Holtkamp&nbsp;en Van der&nbsp;Maazen&nbsp;nog nergens ter wereld op deze manier toegepast. Reden genoeg om er als&nbsp;Fontys&nbsp;meer&nbsp;mee te doen, toch? “We zouden dit soort producten graag via&nbsp;Fontys&nbsp;op de markt brengen, maar dat is nog niet mogelijk", zegt Holtkamp. "We hopen dat&nbsp;Fontys&nbsp;hier de komende jaren een beleid voor ontwikkelt zodat veelbelovende projecten met hun resultaten ook&nbsp;vermarkt&nbsp;kunnen worden.&nbsp;Ik heb me daar al hard voor gemaakt, heb zelfs vragen gesteld aan het bestuur, maar tot nu toe zonder succes.” &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Misschien in eigen beheer uitbrengen dan? Het is immers ‘jouw kindje’?&nbsp;“Daar heb ik ook al over nagedacht, maar&nbsp;dan heb je héél veel geld nodig.&nbsp;Daar komt bij dat ik het ook onethisch zou vinden omdat we voor de ontwikkeling van dit project heel veel publieksgelden hebben gekregen. Als ik daar dan in mijn eentje mee vandoor ga… Nee, dat ga ik niet doen. Het is en blijft een discussiepuntje binnen&nbsp;Fontys.”&nbsp;&nbsp;&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/e392c693-f189-457d-9ceb-d77a72a6350c/500_img_3833.jpg?x=1770894915675" alt="Geert-Jos van der Maazen" width="200">En terwijl dat gesprek&nbsp;gevoerd wordt, blijven&nbsp;Holtkamp&nbsp;en Van der&nbsp;Maazen&nbsp;zich samen met verschillende&nbsp;Fontys-opleidingen en studenten&nbsp;inzetten voor verdere ontwikkelingen op het gebied van de SmartGlove.&nbsp;Ze hebben tal van ideeën hoe ze het bestaande prototype verder kunnen uitbouwen en moderniseren.&nbsp; &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Van der&nbsp;Maazen: “Nu meten we alleen hoe hard je drukt, maar nog niet wanneer je té hard drukt. Daar willen we een waarschuwingssysteem voor ontwikkelen.” Aangevuld door&nbsp;Holtkamp: “We willen de handschoen heel graag&nbsp;doorontwikkelen&nbsp;tot het een product is dat we in een doosje&nbsp;zo aan de markt zouden kunnen aanbieden.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Lectoraten,Lectoren,Eindhoven,Onderzoek Algemeen,Onderzoek,Onderzoek Gezondheid,FHMG,Luiken]]></category>
            <pubDate>Fri, 13 Feb 2026 09:39:59 +0100</pubDate>
            <pp:lastModified>Mon, 23 Feb 2026 11:08:56 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/65bc4966-45d0-4c04-83e9-10c7e4c047b7/500_img_3831.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/65bc4966-45d0-4c04-83e9-10c7e4c047b7/500_img_3831.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/65bc4966-45d0-4c04-83e9-10c7e4c047b7/img_3831.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Fred Holtkamp en Geert-Jos van der Maazen]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Vier RAAK-subsidies voor projecten Fontys</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/vier-raak-subsidies-voor-projecten-fontys/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/vier-raak-subsidies-voor-projecten-fontys/</guid><pp:caseid>733435</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Onderzoek doen naar meer balans en minder beperkingen voor kinderen die geboren worden met een klompvoet, de succesfactoren en valkuilen van live journalistiek, en het inzetten van sensoren voor stressmanagement. Het zijn praktijkgerichte projecten waarvoor Fontys RAAK-subsidies heeft binnengehaald.</strong></span></p><p><span>Naast Fontys hebben ook 17 andere hogescholen onderzoeksubsidies toegewezen gekregen, in totaal goed voor zo’n 31 miljoen euro. Van de 53 aanvragen die in juni waren ingediend voor een RAAK-publieksubsidie zijn er 22 gehonoreerd bij in totaal 12 hogescholen, </span><a href="https://regieorgaan-sia.nl/nieuwsoverzicht/raak-publiek-ronde-juni-2025-22-aanvragen-toegewezen/"><span>meldt</span></a><span> Regieorgaan SIA. Met maximaal 350.000 euro verrichten deze hogescholen onderzoek naar praktijkvragen uit de publieke sector.</span></p><p><span>De hogescholen werken samen met ten minste twee publieke organisaties. De onderzoekspartners, waaronder de hogeschool zelf, verdubbelen de RAAK-subsidie uit eigen zak. In december zijn ook de grote RAAK-PRO subsidies uit de aanvraagronde van 2024 </span><a href="https://regieorgaan-sia.nl/nieuwsoverzicht/34-aanvragen-raak-pro-ronde-2024-toegewezen/"><span>toegewezen</span></a><span>. Van de 162 aanvragen kunnen 34 projecten van start bij 14 hogescholen. Met maximaal zeven ton, die door de samenwerkingspartners naar minstens een miljoen euro wordt verhoogd, wordt vier jaar onderzoek betaald.</span></p><p><span><strong>Projecten Fontys</strong></span><br><span>Fontys heeft twee RAAK-publieksubsidies en twee RAAK-PRO subsidies binnengesleept. De eerste publieksubsidie gaat naar het onderzoek ‘Verbetering van functionele beperkingen in uitdagende dynamische activiteiten: het ontwikkelen van een training voor kinderen met een behandelde klompvoet’.</span></p><p><span>Jaarlijks worden ongeveer 200 kinderen in Nederland geboren met een klompvoet. Na behandeling ervaren veel kinderen alsnog balansproblemen. Met een technologische en op gamificatie-gebaseerde training wil Fontys de spierkracht en balans van deze kinderen verbeteren en zo functionele beperkingen verminderen.</span></p><p><span>Ook het onderzoeksproject ‘Truthful, not Neutral’ krijgt een publieksubsidie. Hierin wordt live journalistiek, wat steeds meer groeit in Nederland, onder de loep genomen. Samen met praktijkpartners onderzoekt Fontys de succesfactoren, risico’s en spanningsvelden van deze vorm van journalistiek.</span></p><p><span><strong>RAAK-PRO</strong></span><br><span>Het onderzoek ‘Systeemdenken voor energiesystemen’, waar Fontys samen met tien andere consortiumpartners deel van uitmaakt, is begin dit jaar van start gegaan. Met een subsidie van bijna 700.000 euro focust het onderzoek zich op het bevorderen van de efficiëntie van gehele energiesystemen bij bedrijven </span><a href="https://www.sia-projecten.nl/project/systeemdenken-voor-energiesystemen"><span>door middel van systeemdenken</span></a><span>. Met behulp van een stappenplan worden bedrijven zo geholpen bij het inventariseren en optimaliseren van energiegebruik.</span></p><p><span>Het laatste Fontysproject dat gesubsidieerd wordt is het project ‘Sensors2care: Adoptie van stressmetingen met wearables in de zorg’. Samen met elf partners richt Fontys zich hiermee op de inzet van draagbare sensoren die stressgerelateerde indicatoren meten en monitoren. Het uiteindelijke projectdoel: het doorontwikkelen van wearables die daadwerkelijk gebruikt kunnen worden in verschillende takken van de zorg.</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Onderwijs Onderzoek,Onderzoek,Onderzoek Gezondheid,Onderzoek Algemeen,Berg]]></category>
            <pubDate>Thu, 15 Jan 2026 12:28:08 +0100</pubDate>
            <pp:lastModified>Fri, 16 Jan 2026 08:46:44 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/ee826d91-9ded-40c3-a1ed-198f4e3764bd/500_praktijkgericht-onderzoek-lectoraat-lector-1-uitsnede.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/ee826d91-9ded-40c3-a1ed-198f4e3764bd/500_praktijkgericht-onderzoek-lectoraat-lector-1-uitsnede.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/ee826d91-9ded-40c3-a1ed-198f4e3764bd/praktijkgericht-onderzoek-lectoraat-lector-1-uitsnede.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[praktijkgericht-onderzoek-lectoraat-lector-1-uitsnede]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Eenzaamheid en jongeren: &#039;Omgeving anders inrichten&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/eenzaamheid-en-jongeren-omgeving-anders-inrichten/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/eenzaamheid-en-jongeren-omgeving-anders-inrichten/</guid><pp:caseid>723988</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Eenzaamheid is een groeiend probleem, vooral onder jongeren. Fontys-onderzoekers Pauline van den Berg en Eric Schoenmakers willen bijdragen aan het verminderen van die eenzaamheid. Ze doen dat door te kijken naar het anders inrichten van de alledaagse leefomgeving van jongeren. En wie anders dan de jongeren zelf kunnen daar het best bij helpen.&nbsp;</strong></span></p><p>Het is al langer bekend dat veel factoren in onze woonomgeving van invloed zijn op onze (mentale) gezondheid. Zoals de kwaliteit van huizen, de hoeveelheid groen in een buurt of het aanbod van voorzieningen. Het was voor de twee onderzoekers dan ook niet verrassend dat uit hun literatuurstudie bleek dat dit ook invloed heeft op het gevoel van eenzaamheid bij jongeren.</p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/ae83a88c-1e3b-46d3-8e79-2e95b285df13/500_bergvandenpauline.jpg?x=1759400445764" alt="Pauline van den Berg" width="200">Ze waren voor hun onderzoek dan ook erg benieuwd hoe jongeren dat ervaren. En dus klopten ze aan bij de doelgroep zelf. Een vrij voor de hand liggende gedachte vindt Van den Berg, maar dat ziet ze niet overal. “Als het gaat om het thema eenzaamheid is het onderzoek tot nu toe vooral gericht op ouderen. Daar is nog wel iets te winnen.”&nbsp;<span>&nbsp;</span></p><p><strong>Uiteenlopende kiekjes</strong><br>Sinds de start van hun onderzoek I BELONG begin dit jaar, vroegen ze jongeren in de leeftijd van 15 tot 25 jaar om foto’s te maken van een plek waar ze wel of juist niet naartoe gaan als ze zich eenzaam voelen. En dat levert uiteenlopende kiekjes op.</p><p>“We zien op de foto’s dat er jongeren zijn die een levendige plek opzoeken en naar een drukke winkelstraat gaan om zich minder alleen te voelen”, vertelt Van den Berg. “Terwijl anderen kiezen voor een groen park waar ze in alle rust een wandeling kunnen maken. Die vinden af en toe iemand tegen komen om hallo tegen te zeggen meer dan voldoende.”</p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/e1315586-79d4-4d03-96f1-ccf57d8b478a/500_ericschoenmakers.jpg?x=1759401624903" alt="Eric Schoenmakers" width="200">Maar net zo vaak heeft ze gemerkt dat juist de confrontatie met anderen in de openbare ruimte ervoor zorgt dat het gevoel van eenzaamheid alleen maar erger wordt.<span>&nbsp;&nbsp;</span></p><p>“Voor die jongeren is een plek waar mensen gezellig samen zitten te kletsen juist heel erg confronterend. En maakt dat het gevoel van alleen zijn juist groter wordt.”</p><p>En dat is niet iets, zo zegt Schoenmakers, waar we als samenleving vaak bij stilstaan. “De heersende opvatting is toch dat we, zeker voor jongeren die eenzaam zijn, allerlei dingen menen te moeten organiseren om ze erbij te betrekken. Maar lang niet alle jongeren hebben daar behoefte aan. Dat is wel iets om rekening mee te houden.”</p><p><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/aa13d848-7cd3-43ea-a9e1-a0e29751ec65/500_pauline.jpg?x=1759401617458" alt="Pauline van den Berg tijdens haar presentatie" width="200">Meer aandacht</strong><br>Afgelopen woensdag presenteerde Van den Berg tijdens een netwerkbijeenkomst de eerste bevindingen van het onderzoek. Niet geheel toevallig tijdens de Week van de Eenzaamheid, waarin er volgens de onderzoekers steeds meer aandacht is voor ook hun kijk op het thema.</p><p>“Nog geen vijf jaar geleden was er eigenlijk nog maar weinig besef dat ook de gebouwde omgeving een rol speelt bij gevoelens van eenzaamheid”, vertelt Van den Berg. “Nu zie je dat er ook internationaal veel meer aandacht voor is en werken we in dit onderzoek zelfs samen met Europese partners.”</p><p>De volgende fase van het onderzoek gaat over het invullen van de praktische vraag. Hoe kun je die omgeving zo veranderen dat jongeren zich minder eenzaam gaan voelen?</p><p><strong>Handboek</strong><br>Uiteindelijk is het de bedoeling dat er over ruim anderhalf jaar een handboek ligt dat richtlijnen biedt om (woon)omgevingen te kunnen ontwerpen die bijdragen aan minder eenzaamheid. Maar dat zou niet het eindpunt moeten zijn, vindt Schoenmakers.</p><p><span>“Het is natuurlijk heel fijn dat we anderen straks een toolkit kunnen aanbieden. Maar ons onderzoek zou wat mij betreft pas echt geslaagd zijn als er ook echt iets mee gebeurt. En dat die ruimtes er over tien of twintig jaar ook daadwerkelijk zijn gekomen.”</span><br>&nbsp;</p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Annemiek,Onderzoek Gezondheid,Student]]></category>
            <pubDate>Thu, 02 Oct 2025 13:37:31 +0200</pubDate>
            <pp:lastModified>Fri, 03 Oct 2025 09:04:17 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_woman-5015849-1920.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_woman-5015849-1920.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/woman-5015849-1920.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Jongeren en mensen met een handicap of uit een andere cultuur hebben evengoed last van eenzaamheid.]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Fontys en TU/e werken samen aan ‘snelle’ soa-test</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/fontys-en-tue-werken-samen-aan-snelle-soa-test/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/fontys-en-tue-werken-samen-aan-snelle-soa-test/</guid><pp:caseid>685068</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Seksueel overdraagbare aandoeningen (soa's) zijn in Nederland aan een flinke opmars bezig. Om verspreiding tegen te gaan en een betere behandeling mogelijk te maken, werken onderzoeksgroepen van Fontys en de TU/e samen aan een ‘snelle’ soa-test die bij een specialist kan worden afgenomen.</strong></p><p>Soa kunnen schadelijke gevolgen hebben voor de gezondheid, zoals verminderde vruchtbaarheid, buitenbaarmoederlijke zwangerschap en bij mannen kan het leiden tot ontstekingen in bekken, bijballen of prostaat. Vooral Gonorroe is hiervan de veroorzaker, zo blijkt uit een <a href="https://www.rivm.nl/publicaties/sexually-transmitted-infections-in-netherlands-in-2023" target="_blank">rapport </a>uit 2024 van het RIVM. Een snelle en gerichte behandeling kan verspreiding en erger voorkomen.&nbsp;<br><br>En daar zit hem nu net het probleem, weten Joost Schoeber, lector Life Sciences bij Fontys, en Harm van der Veer, onderzoeker bij de TU/e. Op dit moment duurt het tot wel twee dagen voordat een patiënt de uitslag van een test krijgt over een mogelijke soa-aandoening. Ondertussen kan de arts geen goed behandelplan in gang zetten en kan de patiënt zijn omgeving niet juist informeren.&nbsp;<br><br><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:325/auto;width:325px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/9a2a6b67-836d-4a66-b99b-d8211664df75/800_onderzoeksgroepfontystueglowinthedarktest.jpg?x=1737449506955" alt="De onderzoeksgroep van Fontys en TU/e met vlnr: Joost Schoeber, Yosta de Stigter, Harm van der Veer, Anne Loonen (Fontys) en Maarten Merkx." width="325" height="auto">Om die reden werken de onderzoeksgroepen van Fontys en de TU/e aan een ‘snelle’ test die laagdrempelig bij een lokale zorgverlener, zoals een huisarts of GGD-poli, kan worden afgenomen. “Het onderzoek is erop gericht om de technologie die door de TU/e al is ontwikkeld en bruikbaar is voor deze soa-test, door te ontwikkelen tot een<a href="https://www.biotechbooster.nl/projects/glow-in-the-dark-molecular-diagnostics/" target="_blank"> point-of-care-test</a> (POCT)”, licht Schoeber toe.&nbsp;<br><br><strong>Makkelijke apparatuur</strong><br>“Dat betekent dat de soa-test niet plaatsvindt in een lab, zoals nu wel gebruikelijk is en wat voor veel vertraging zorgt, maar met makkelijke apparatuur bij een behandelend specialist kan worden afgenomen. Met onze test heeft de patiënt straks binnen 30 minuten de uitslag en kan de specialist meteen een behandeling starten.”&nbsp;<br><br>De testmethode kan ook voor andere infectieziekten worden gebruikt. Daarnaast wordt gedacht aan gebruik door dierenartsen. “Het hebben van een snelle test maakt het mogelijk direct te behandelen, in de wetenschap welke ziekteverwekker de boosdoener is. Dat kan in veel gevallen bijdragen aan het beperken van antibioticaresistentie, wat een groeiend probleem is”, aldus Schoeber.&nbsp;<br><br>Volgens de lector is de samenwerking tussen Fontys en de TU/e in dit project uniek. Er wordt al vaker samengewerkt tussen beide instellingen, maar nog nauwelijks voor de valorisatie van onderzoek. Valorisatie is het creëren van waarde uit kennis, door deze beschikbaar te maken voor economische en/of maatschappelijke toepassing. Schoeber: “De technologie heeft alleen meerwaarde als je deze ook kunt implementeren.”&nbsp;<br><br><strong>Van tafel naar hal</strong><br>Maar voor onderzoek en implementatie is geld nodig, veel geld. Recent hoorde de onderzoekersgroep dat het project 200.000 euro van het Biotech Booster-programma uit het Nationaal Groeifonds ontvangt. Net als 53 andere biotechuitvindingen ‘met veel nut voor de maatschappij’. Hiermee kunnen deze uitvindingen daadwerkelijk van de tekentafel naar de productiehal, aldus het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) in een persbericht.&nbsp;<br><br>Wanneer kunnen we deze nieuwe, snelle soa-test bij de specialist verwachten? “Dat is moeilijk te voorspellen”, zegt Harm van der Veer. “We starten nu met dit project aan de ontwikkeling van onder meer een bijbehorend testapparaatje en dat duurt zeker twee jaar. Daarna moet de test nog worden goedgekeurd en op de markt worden gebracht.”&nbsp;<br><br><strong>In de praktijk</strong><br>De samenwerking tussen Fontys en de TU/e zorgt er wel voor dat techniekontwikkeling en valorisatiestappen meer gelijk opgaan. Van der Veer: “Wij werken aan de fundamentele ontwikkeling van de technologie aan de TU/e en bij Fontys wordt gewerkt aan toepassing van die technologie in de praktijk.”&nbsp;<br><br>Hiervoor zijn de instituten Fontys Paramedisch en Fontys Economie en Communicatie betrokken bij het project. Zij hebben wensen opgehaald bij patiënten, huisartspraktijken en GGD-poli’s, weet Schoeber. “Het is echt heel bijzonder dat we al tijdens de ontwikkeling van deze point-of-care-test de technologie kunnen toetsen en niet pas achteraf.”&nbsp;</p><p><i>Foto boven: Gonorroe-bacteriën gezien onder de microscoop.&nbsp;</i></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Onderzoek Gezondheid,Onderzoek Maatschappij,FPH,FHEC,Verbiesen]]></category>
            <pubDate>Tue, 21 Jan 2025 10:30:14 +0100</pubDate>
            <pp:lastModified>Fri, 24 Jan 2025 09:29:38 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/882f83ca-43c6-4320-904d-5605a4e4b2d5/500_soa-gonorroe-shutterstock.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/882f83ca-43c6-4320-904d-5605a4e4b2d5/500_soa-gonorroe-shutterstock.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/882f83ca-43c6-4320-904d-5605a4e4b2d5/soa-gonorroe-shutterstock.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[soa-gonorroe-shutterstock]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Met afscheid Eveline Wouters vertrekt een ‘Fontys-icoon’</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/met-afscheid-eveline-wouters-vertrekt-een-fontys-icoon/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/met-afscheid-eveline-wouters-vertrekt-een-fontys-icoon/</guid><pp:caseid>681595</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Meer dan drie decennia is Eveline Wouters al verbonden aan Fontys. Aanvankelijk als docent, daarna als associate lector en de laatste elf jaar als lector Health Innovations & Technology (HIT). In januari gaat zij na een speciaal voor haar georganiseerd symposium met pensioen</strong>.</span></p><p><span>Professor doctor Wouters een Fontys-icoon noemen is geen overdrijving. Als het gaat om technologische en sociale innovaties in de zorgsector is zij in haar veld van expertise een erkende autoriteit. Al sinds haar eerste dag is zij verbonden aan Fontys Paramedisch, en later ook bijzonder hoogleraar bij Tilburg University.</span></p><p><span>De medische wereld is geen onbekende voor Wouters. Haar man is een gepensioneerd huisarts, twee dochters zijn eveneens huisarts geworden. “Ik ben zelf ook opgeleid als medicus. Het is een superinteressant vakgebied. Het leuke eraan is dat het echt iedereen raakt, iedereen aangaat. Tegelijkertijd zijn er zoveel contextfactoren.”</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:358/auto;width:358px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/0992ae10-3eca-4f2a-92c8-02c5fb330c41/800_evelinewoutersstaand-fvw-img-3147.jpeg?x=1734420867589" alt="" width="358" height="auto">En met die laatste is zij al sinds jaar en dag flink aan de slag. Vooral met de technologische ontwikkelingen. Die bij Wouters altijd in dienst horen te staan van de sociale factoren. “Er werd en wordt enorm veel verwacht van technologie. Maar de kern van de verandering zit hem niet daarin. Die zit hem in mensen: in hoe we de zorg beter organiseren en de mens daarin centraal blijft staan.”</span></p><p><span>Want de organisatie van de zorg, die kan wat Wouters betreft echt een stuk beter. Met hulp van technologie, dat dan weer wel. “Er valt veel winst te halen in een betere organisatie. Alles, maar dan ook alles moet nu verantwoord worden. Door een hoop bureaucratie weg te halen, wordt het plezier in het werk ook veel groter.”</span></p><p><span>Door meer naar technologie te kijken, wordt de blik op het werkveld ook anders en kritischer. “Neem mensen met een chronische aandoening. Die hebben vaak thuiszorg nodig. Daar moet je wel verantwoordelijkheid voor af durven te staan. Maar tegelijkertijd moet je niet verwachten dat met alleen technologie de druk op de zorg wordt opgelost. Sociale innovatie is minstens zo belangrijk. Niet alleen in de zorg trouwens. Door social media zijn we allemaal in ons eigen bubbeltje gaan leven. Maar mensen hebben elkaar nodig.”</span></p><p><span><strong>Eilandjes</strong></span><br><span>Ergens in het gesprek zegt zij dat het vakgebied wel heel erg veranderd is in de loop der jaren. Hetzelfde geldt voor haar werk bij Fontys. “Toen ik hier begon waren het allemaal eilandjes en was onderzoek nog een heel klein onderdeel. Nu hebben we centres of expertise en is er veel meer focus. Waar vroeger een student bij wijze van spreken onderzoek deed naar één spier, zijn onderzoeken nu veel breder en groter en met veel meer disciplines.”</span></p><p><span>Haar eigen carrière kwam in een flinke stroomversnelling terecht toen zij lector werd. “Als associate lector zat ik op een zeker moment op een dood spoor, kon ik niet echt meters maken. Toen ik lector en later hoogleraar werd, kwam er ineens heel veel – soms te veel – op mijn bordje.”</span></p><p><span>Maar meters maken, dat deed zij ineens wel. En het vakgebied mag ondertussen veranderd zijn, na een half leven bij Fontys, geldt dat volgens Wouters niet voor het met en voor studenten werken. “Ja, de middelen zijn veranderd. Maar het gaat nog steeds om jonge, enthousiaste mensen. Het is en blijft heel procesgericht: studenten hebben behoefte aan duidelijkheid.”</span></p><p><span>Hóe je die duidelijkheid verschaft, dat is gedurende de jaren wel verschoven. “Dat is misschien wat lastiger geworden, ja. Daarom moet je wel kaders blijven bieden. En je ervaringen delen met hen. Dat is iets anders dan voorschrijven hoe het moet. Tegelijkertijd: de middelen mogen veranderd zijn, het enthousiasmeren van studenten blijft gewoon het leukste aan het docentenvak.” [</span><i><span>Tekst loopt door onder foto</span></i><span>]</span></p><p><span>Gezien haar werkveld lijkt het logisch dat de coronaperiode het deel van haar carrière omspant dat haar het meest is bijgebleven. Niet dus.&nbsp;</span></p><p><span>“Zeker, het was een leerzame periode. Alles ging toen veel sneller op het gebied van in gebruikname van technologie, dat wel. Maar in mijn vakgebied zie je nu dat het weer stukken minder is geworden. Neem het videobellen door artsen en specialisten: dat gebeurt nog maar heel weinig nu. Voor mij persoonlijk: ik heb ook corona gekregen en was daardoor lange tijd mijn reuk kwijt.”</span></p><p><span><strong>(On)gezond</strong></span><br><span>Over gezondheid gesproken…&nbsp;</span><br><span>Wat dat betreft heeft zij al die jaren haar grenzen ook wel moeten bewaken. “Ik doe mijn werk heel graag. Maar mijn werk is mijn hobby? Het is net als topsport: het is niet gezond om alleen maar dat te doen.”</span></p><p><span>“Dat wordt ook de komende tijd nog mijn uitdaging. Ik word 67 en moet dus met pensioen. Maar bij de universiteit heb ik officieel nog vijf jaar promotierecht. En promovendi begeleiden, dat blijf ik ook doen. Want ik vind dat heel inhoudelijk en superleuk werk. Mijn grote uitdaging wordt om niet te veel met nieuwe dingen aan de slag te gaan, geen subsidies meer aan te vragen voor nieuw onderzoek.”</span></p><p><span><strong>Authentiek</strong></span><br><span>Of ze nog een advies heeft voor studenten, docenten en lectoren van nu en in de toekomst? “Ben nieuwsgierig. Blijf vragen stellen. Leer niet om je diploma te halen. Het is het proces dat belangrijk is. Voor docenten: blijf authentiek en betrek elkaar bij dingen.”</span></p><p><span>“En als het om lectoren gaat: ik hoop dat zij wat vaker betrokken worden bij veranderingen in de onderwijswereld. Dat gebeurt nu te weinig.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,FHP,PRO Gezondheidszorg,Lectoraten,Onderzoek Gezondheid,Campus,Ligthart,FHMG]]></category>
            <pubDate>Tue, 17 Dec 2024 11:10:53 +0100</pubDate>
            <pp:lastModified>Wed, 18 Dec 2024 11:53:27 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/0d5d1926-0daf-469f-aafc-be57234d710f/500_evelinewoutersfeatured-fvw-img-3166.jpeg?10000" length="0" type="image/jpeg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/0d5d1926-0daf-469f-aafc-be57234d710f/500_evelinewoutersfeatured-fvw-img-3166.jpeg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/0d5d1926-0daf-469f-aafc-be57234d710f/evelinewoutersfeatured-fvw-img-3166.jpeg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[foto&amp;#039;s Frank van Welie]]></pp:imageTitle><pp:imageDescription><![CDATA[Eveline Wouters]]></pp:imageDescription></item><item>
                        <title>Studenten aan de slag met groener maken Airport-wijk</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/studenten-aan-de-slag-met-groener-maken-airport-wijk/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/studenten-aan-de-slag-met-groener-maken-airport-wijk/</guid><pp:caseid>677393</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p><span>Een volledig overzicht van de activiteiten die tijdens de Nationale Klimaatweek plaatsvinden op Eindhoven Airport District </span><a href="https://www.fontys.nl/Onderzoek/De-ondernemende-regio-1/Groene-Gezonde-Bedrijventerreinen/Agenda/Programma.htm" target="_blank"><span>vind je hier</span></a><span>. Zowel studenten, personeel van Eindhoven Airport District als andere belangstellenden zijn welkom om deel te nemen. Aanmelden kan </span><a href="https://www.fontys.nl/Onderzoek/De-ondernemende-regio-1/Groene-Gezonde-Bedrijventerreinen/Agenda/Klimaatweek-2024.htm" target="_blank"><span>via de site</span></a><span>.</span></p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><span><strong>Bewust zijn van een gezonde en groene leefomgeving. Het staat de afgelopen jaren bij velen centraal, maar de meeste bedrijventerreinen in Nederland lopen daar flink op achter. Zo ook Eindhoven Airport District. Studenten van de opleiding Vastgoedkunde gaan de uitdaging aan om het gebied te vergroenen.</strong></span></p><p><span>Het bedrijventerrein rondom Eindhoven Airport is grijs, veel panden staan leeg en er is weinig groen. “Mensen brengen een derde van hun dag door op hun werk”, aldus Vastgoedkunde-docent Esther de Jong. </span><span style="text-align:start;">Volgens haar is een ‘groene gezonde werkomgeving’ belangrijk; niet alleen voor het faciliteren van gezond (werk)gedrag van mensen, zoals buiten wandelend vergaderen, maar ook voor de biodiversiteit en klimaatadaptatie om bijvoorbeeld hittestress tegen te gaan. “Zo werken we aan aantrekkelijke werklocaties.”</span></p><p><span>Samen met docent Nico Schram wist De Jong een jarenlange samenwerking te sluiten tussen het Eindhovense district, HAS en Fontys. Een meerjarenplan waarin studenten alles op alles zetten om het gebied juist wél aantrekkelijk te maken voor werknemers en buurtbewoners.</span></p><p><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:288/auto;width:288px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/a9467956-ed20-421a-9088-7e2eaff48d01/800_daanenravi.jpeg?x=1730979074227" alt="Daan en Ravi" width="288" height="auto">Duurzame thema's</strong><br><span>Iedere vijf weken werken twintig studenten van de opleiding Vastgoedkunde aan de realisatie van de groenimplementatie. De eerste groep, waar studenten Ravi Geilen en Daan Arends deel van uitmaken, storten zich daarbij vol op de Nationale Klimaatweek en het verzamelen van data.</span></p><p><span>Dat doen ze door komende week iedere dag in een duurzaam thema te gieten. Zo komen de onderwerpen ruimte en gezondheid, groen, voeding en ontspanning en natuur en mens aan bod. “Eindhoven Airport District is een heel groot bedrijventerrein dat veel grond bezet om winst te maken, maar de aanwezigheid van groen en gezondheid ontbreekt”, steekt Ravi van Wal.</span></p><p><strong>Betonjungle</strong><br><span>“Nu is het gebied rondom Eindhoven Airport vooral grijs en geasfalteerd, een soort betonjungle”, vult tweedejaarsstudent Daan Arends hem aan. Daar wil Eindoven Airport District graag verandering in zien. Het terrein moet een combinatie van werk, wonen en duurzame thema’s gaan waarborgen.</span></p><p><span>&nbsp;“Wanneer je een wandeling wil maken door de omgeving kan dat nu langs de busbaan. Stel je eens voor wat het aanleggen van een houtsnipper pad in het gebied kan doen. Ik weet zeker dat velen dan sneller geneigd zijn om een wandeling te maken, zelfs tijdens een vergadering.”</span></p><p><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:332/auto;width:332px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/0703938b-ffd7-45ec-bc30-8123e5fc97f2/800_eendeelvandemaquettediekomendeweektezienisopead.png?x=1730979113102" alt="Een deel van de maquette die komende week te zien is op EAD" width="332" height="auto">Dataverzameling</strong><br><span>Om de transitie naar een groenere en gezondere leef- en werkomgeving kracht bij te zetten, staan er tijdens de Nationale Klimaatweek tal van activiteiten op het programma. Aan de hand van lezingen, workshops, kennissessies, een pubquiz en spellen wil het studententeam een schat aan data ophalen.</span></p><p><span>Ook is er een </span><i><span>digital twin </span></i><span>maquette, zodat deelnemers zien hoe hun keuzes het groen rondom Eindhoven Airport beïnvloeden, en kan men op plattegronden een favoriete wandelroute of ‘groene plek’ aanduiden. “Zo participeren we, samen met de mensen die in dit gebied werken en wonen, in praktijkgericht onderzoek.”</span><br><br><span>Want hoe leuk zo’n klimaatweek ook is, voor beide studenten is de uitkomst van de dataverzameling het belangrijkst. “Op deze manier kan iedereen aangeven wat zij van deze werk- en leefomgeving vinden en leveren ze input over hoe dit groener en prettiger te maken”, legt Daan uit.</span></p><p><strong>Input, implementatie en realisatie</strong><br><span>De verzamelde data wordt uiteindelijk verwerkt en gebundeld door een volgende groep tweedejaarsstudenten van de opleiding Vastgoedkunde, die alle informatie overhandigt aan het district. Later volgt dan ook de implementatie en realisatie. “Helaas ligt dat niet meer in onze handen, maar we hebben echt ons best gedaan en vertrouwen erop dat de groepen na ons dat net zo doen”, vult Ravi aan.</span><br><br><span>Hoewel het voor de huidige studentengroep de laatste projectweek is, blijven ze ook daarna een gezamenlijke boodschap uitdragen. “Je moet gedurende de dag aan je eigen gezondheid werken. En dus ook met plezier en een fijn gevoel naar je werk komt. Een duurzame en groene omgeving helpt je daarbij, dus maak je daar hard voor.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Student,Duurzaamheid,PRO Gezondheid,Onderzoek Gezondheid]]></category>
            <pubDate>Thu, 07 Nov 2024 13:26:46 +0100</pubDate>
            <pp:lastModified>Mon, 11 Nov 2024 12:55:57 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/ea5976e8-888c-432c-be42-3bc05cfbf262/500_demanytreeeenvandeinstallatiesdiekomendeweektezienisopead..jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/ea5976e8-888c-432c-be42-3bc05cfbf262/500_demanytreeeenvandeinstallatiesdiekomendeweektezienisopead..jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/ea5976e8-888c-432c-be42-3bc05cfbf262/demanytreeeenvandeinstallatiesdiekomendeweektezienisopead..jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[De ManyTree, een van de installaties die komende week te zien is op EAD.]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Een lector die haar eigen levenslessen gebruikt</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/een-lector-die-haar-eigen-levenslessen-gebruikt/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/een-lector-die-haar-eigen-levenslessen-gebruikt/</guid><pp:caseid>664800</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Leren floreren. Evelyne Meens weet er alles van. Morgen wordt zij officieel aangesteld als lector Leren Floreren. “Lichamelijke opvoeding is altijd al een onderwijsvak geweest. Zie dit dan als geestelijke opvoeding. Hoe verbeter je je emotionele, psychische en sociale welzijn.”</strong></p><p>Ze zal er morgen, <span>niet toevallig de internationale dag van de mentale gezondheid,</span> nog wel op terugkomen in haar lectorale rede. Jarenlang worstelde Meens met zichzelf. Als student had ze om de zoveel tijd p<span>aniekaanvallen of huilbuien, was zij somber en voelde zich eenzaam. Kortom: depressies. </span>Alleen, ze wist zelf niet dat het depressies waren. En wat niet hielp was dat zij die depressieve gevoelens ook verborgen hield voor iedereen.&nbsp;</p><p>Inmiddels is Evelyne Meens die fase voorbij. Zij floreert nu. Maar ze herkent haar eigen interne strijd uit die periode met de worstelingen van de huidige generatie studenten. En die wil zij graag helpen door hen te leren zichzelf beter te begrijpen. “Zie het als een soort van psycho-educatie. Jezelf en anderen beter leren begrijpen.”</p><p><strong>Proces</strong><br>Want als dat lukt, dan lukt het je ook beter om goed, gezond en gelukkig te functioneren, zo legt zij uit. “Het is een proces dat geen einddoel kent. Eentje dat je hele leven duurt, ongeacht je leeftijd. Het gaat niet om excelleren. Al zit er wel een stukje presteren in. De hele dag op de bank liggen, dat gaat ook niet werken.”</p><p>Het verbeteren van je eigen emotionele en psychische welzijn, hoe werkt dat dan? “Emotioneel welzijn gaat erom dat je niet alleen met positieve, maar ook met de negatieve zaken in het leven weet om te gaan. En dat je daarbij, dat is het psychische deel, autonoom durft te zijn en het gevoel hebt enige invloed uit te kunnen oefenen op je omgeving."</p><p>Dat laatste is ook zeker niet onbelangrijk als het om Leren Floreren gaat. “Het sociale aspect is een wezenlijk onderdeel. Hoe zit ik er voor anderen bij? Wat kan ik voor die anderen betekenen? Hoe ontwikkel ik mezelf ook in dat opzicht als persoon?"</p><p><strong>Onderwijs</strong><br>Dat is waar zij met haar lectoraat, waaraan zij met een team van twaalf mensen werkt, bij Fontys mee aan de slag is gegaan. “We zijn nu de kennis aan het ontwikkelen van hoe je dit in het onderwijs als docent of coach over kunt brengen op studenten. Niet alleen bij Fontys trouwens. Regionaal werken we samen met mbo's en landelijk met enkele andere hogescholen." [<i>Tekst loopt door onder foto</i>]</p><p>Waarbij, zo benadrukt zij, het er vooral om gaat om studenten te motiveren en docenten daarvoor een groter ‘handelingsrepertoire’ te geven. “In die zin is leren floreren vooral preventief en versterkend, zodat je als student een buffer krijgt voor wanneer het slechter gaat. Nee, niet als het echt heel slecht gaat. Daarvoor zijn er anderen, collega's en psychologen, die curatief te werk gaan.”</p><p>Bij Fontys gebeurt al heel veel als het gaat om de mentale gezondheid van de student. Dat onderschrijft Meens ook. “Met de gelden uit het Nationaal Programma Onderwijs, die na de coronacrisis het onderwijs toekwamen, hebben de inspanningen binnen Fontys een extra boost gekregen. Heel goed, heel fijn. Maar het is allemaal tijdelijk en gebeurt náást het bestaande onderwijs. Met als gevolg dat je vaak ziet dat er ergens met een groep van tien studenten begonnen wordt en er in geen tijd nog maar drie over zijn."</p><p>“Wij willen als lectoraat juist niet met oplossingen komen die naast het onderwijs plaatsvinden. Onze ambitie is om het onderwijs beter in te richten, en dat leren floreren onderdeel wordt van de cultuur van een school of instelling. Bij Fontys willen we daarbij ook als een soort satéprikker dienst doen door het verbinden van alle mensen die al met soortgelijke dingen bezig zijn.”</p><p><strong>Urgentie</strong><br>Het zal ook om die reden zijn dat het dit keer voor het eerst ook een dienst is, Studentenvoorzieningen, dat naast Fontys HRM en TP een lectoraat omarmt. Niet zo vreemd, want die dienst is al tijden bezig met het mentaal welzijn van studenten.</p><p>“De urgentie voor dit onderwerp groeit. Niet alleen voor studenten, maar voor alle jongeren tussen pakweg 15 en 27 jaar." Een van de oorzaken: sociale media. “De digitale revolutie kent veel voordelen maar bemoeilijkt ook heel veel. Het belemmert de kwaliteit van je sociale verbondenheid. En dat is een van de belangrijkste voorwaarden voor leren floren.”</p><p>"<span>Het gaat hier niet om een pure onderwijsuitdaging maar om een maatschappelijke uitdaging dat vanuit een sociaal-ecologisch perspectief bekeken moet worden: we hebben hierin allemaal - of je nu studiegenoot, vriend, ouder of docent bent - een taak te vervullen."</span></p><p><i>Evelyne Meens was in verleden vaste columnist van Bron. Haar columns zijn </i><a href="https://bron.fontys.nl/?h=1&t=Evelyne" target="_blank"><i>hier</i></a><i> te lezen.&nbsp;</i></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Nieuws,Ligthart,Lectoren,Onderzoek,Onderzoek Gezondheid]]></category>
            <pubDate>Wed, 09 Oct 2024 13:42:02 +0200</pubDate>
            <pp:lastModified>Thu, 10 Oct 2024 12:18:02 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/4664a1d4-91f4-4aca-a886-e78213f9ea5f/500_fontys-evelynemeens-666.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/4664a1d4-91f4-4aca-a886-e78213f9ea5f/500_fontys-evelynemeens-666.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/4664a1d4-91f4-4aca-a886-e78213f9ea5f/fontys-evelynemeens-666.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Fontys_EvelyneMeens_666]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Fontys juicht promotierecht voor hogescholen toe</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/fontys-juicht-promotierecht-voor-hogescholen-toe/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/fontys-juicht-promotierecht-voor-hogescholen-toe/</guid><pp:caseid>666532</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p><span>Ongeveer veertig jaar geleden werd er voor het eerst onderzoek gedaan aan hogescholen. De afgelopen twintig jaar zit het praktijkgericht onderzoek enorm in de lift. Rond 2001 werd de term ‘lector’ geïntroduceerd, een functie die vergelijkbaar is met een hoogleraar aan een universiteit, maar dan in het hbo. Pas in 2017 </span>wordt de functie van lector wettelijk verbonden aan het hbo.</p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><span><strong>Minister Eppo Bruins van Onderwijs wil dat ook hogescholen promotierecht krijgen. Fontysbestuurder Arian Steenbruggen vindt het een goed idee als onderzoekers aan hun eigen hogeschool kunnen promoveren. “We pleiten hier al enige jaren voor.”</strong></span></p><p><span>Nu kunnen alleen nog onderzoekers aan universiteiten promoveren in hun vakgebied. Zij dragen dan de doctorstitel PhD. Bruins wil dat ook het praktijkgericht onderwijs op hogescholen tot de hoogste kwalificatie kan leiden. Deze promovendi zouden dan de titel professional doctorate krijgen, ofwel PD.</span></p><p><span>Bruins besprak zijn voorstel onlangs in de Tweede Kamer. Hij wil graag dat er een wet komt met het promotierecht voor hogescholen. Vanuit de hogescholen wordt enthousiast gereageerd. Ook Fontysbestuurder Arian Steenbruggen vindt het een goed voorstel.</span></p><p><span><strong>Maatschappelijke behoefte</strong></span><br><span>“We pleiten hier al enige jaren voor”, zegt ze. “Praktijkgericht promotieonderzoek kan heel helpend zijn bij de vele ingewikkelde vraagstukken die zich voordoen in de sectoren waar wij voor opleiden. Naast academisch gericht promotieonderzoek van de universiteiten is er een maatschappelijke behoefte aan praktijkgerichte kennis op dat niveau.”</span></p><p><span>Het promotierecht voor hogescholen biedt onderzoekers de mogelijkheid om binnen Fontys zelf te promoveren. Er zijn meer voordelen, aldus Steenbruggen. “Ook voor onze werkveldpartners kan een professional doctorate-traject aantrekkelijk zijn. En voor lectoren om praktijkgericht promotieonderzoek te begeleiden.”</span></p><p><span>Binnen de Centres of Expertise (CoE) van Fontys wordt praktijkgericht onderzoek uitgevoerd in samenwerking met bedrijven en instellingen. “Als we daarbij werknemers van die partners een mogelijkheid kunnen bieden om praktijkgericht promotieonderzoek binnen hun eigen werkomgeving te doen, zou dat heel waardevol zijn”, betoogt de bestuurder.</span></p><p><span><strong>Pilot&nbsp;</strong></span><br><span>Vorig jaar is een pilot van start gegaan waaraan 25 hogescholen meedoen. Via dit traject, dat tot 2029 loopt, doen 135 onderzoekers praktijkgericht promotieonderzoek, waarvan 7 werkzaam zijn bij Fontys. 6 van hen zijn actief in de domeinen kunst en creatief, gezondheid en welzijn en leren en professionaliseren. De invulling van de andere positie volgt snel. </span>Verder heeft Fontys het signaal afgegeven 3 posities te willen in het domein techniek en digitalisering.</p><p><span>Vorige week heeft Fontys een korte evaluatie gehouden en daaruit blijkt volgens Steenbruggen dat de onderzoekers en lectoren ‘heel positief zijn over het praktijkgericht promoveren’. “De kanttekeningen betreffen vooral het pionieren in deze pilotfase. Dat vraagt extra wendbaarheid en ook een portie lef.”</span></p><p><span>Minister Bruins maakte zich in de Tweede Kamer ook hard voor vaste financiering van hbo-onderzoek. “Dat is niet alleen een goed idee”, stelt Steenbruggen, "het is zelfs hard nodig.” Op dit moment is er sprake van tijdelijke financiering tot 2031.&nbsp;</span></p><p><span>De bestuurder meent dat als je hogescholen in staat wilt stellen om hun rol als kennisinstellingen serieus te nemen, vaste financiering een voorwaarde is. “Het verschil tussen universiteiten en hogescholen op dit vlak is nu heel groot. Daar mag natuurlijk best verschil in blijven, maar het is wel logisch en zelfs noodzakelijk om de hogescholen op dit vlak meer financiële armslag te geven dan nu het geval is.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Onderzoek Algemeen,Onderzoek Maatschappij,Onderzoek Educatie,Onderzoek Gezondheid,Onderzoek Techniek,Onderzoek Economie,Verbiesen]]></category>
            <pubDate>Tue, 08 Oct 2024 12:12:58 +0200</pubDate>
            <pp:lastModified>Tue, 15 Oct 2024 08:40:58 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/ea165ffd-e09b-496c-ac4d-29e334fbb8ef/500_promoveren-promotie-diploma-afstuderen-shutterstock.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/ea165ffd-e09b-496c-ac4d-29e334fbb8ef/500_promoveren-promotie-diploma-afstuderen-shutterstock.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/ea165ffd-e09b-496c-ac4d-29e334fbb8ef/promoveren-promotie-diploma-afstuderen-shutterstock.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[promoveren-promotie-diploma-afstuderen-shutterstock]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Efficiëntere zorg met digitale innovaties: &quot;Onderzoek nodig&quot;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/efficientere-zorg-met-digitale-innovaties-onderzoek-nodig/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/efficientere-zorg-met-digitale-innovaties-onderzoek-nodig/</guid><pp:caseid>662815</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p><span><strong>Het symposium Van sensoren naar zorg </strong>vindt plaats op woensdag 13 november van 12.30 tot 17.00 uur in het ExploreLab van gebouw R13 op campus Rachelsmolen in Eindhoven. Wil je meer weten over het programma en je aanmelden voor het symposium? Kijk dan op de </span><a href="https://www.fontys.nl/actueel/symposium-van-sensoren-naar-zorg/" target="_blank"><span>website</span></a><span>.</span></p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><span><strong>Het kabinet wil de zorg beter en efficiënter maken met digitale oplossingen.&nbsp;Hiermee wil het voorkomen dat het groeiende personeelstekort in de sector onbeheersbaar wordt. Een goed idee, vindt docent-onderzoeker Manon Peeters. “Maar er is nog wel veel onderzoek nodig.”</strong></span></p><p><span>Peeters werkt als docent-onderzoeker bij Fontys Paramedisch en doet al jaren onderzoek naar digitale zorg. Ze is een voorstander van digitalisering, omdat dit de kwaliteit van de zorg kan verbeteren. Maar ze is voorzichtig. “Het is niet zo dat digitalisering meteen tot een veel grotere efficiëntieslag gaat leiden en alle personeelstekorten oplost.”</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:218/auto;width:218px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/4b5977f7-34ef-4d25-a974-9dde80794bb1/800_m.c.zijlmans-manon-4.jpg?x=1727699345489" alt="Manon Peeters" width="218" height="auto">Het kan zelfs gebeuren dat oplossingen leiden tot meer werk. “Denk aan de uitvinding van e-mail”, zegt Peeters. “Ineens konden we mensen over de hele wereld veel sneller berichten sturen. Maar we gingen ook meer berichten sturen. Met andere woorden: digitale oplossingen gaan vaak gepaard met een verandering van werkflow, daar moeten we rekening mee houden, zodat ze ook daadwerkelijk bijdragen aan betere en efficiëntere zorg.”</span></p><p><span>Digitale oplossingen lopen sterk uiteen: het kan gaan om zichtbare tools zoals robots die taken van zorgverleners overnemen of toepassingen als een robotarm. Maar het kan ook gaan om software die processen vergemakkelijkt, bijvoorbeeld de administratie van een huisarts. Die processen zijn vaak onzichtbaar. Verschillende Fontysinstituten doen praktijkgericht onderzoek naar digitale oplossingen in de zorg.</span></p><p><span><strong>Protocollen nodig</strong></span><br><span>“Technisch gezien kunnen we al heel veel”, zegt Peeters. “Maar wat we vaak nog niet goed weten, is hoe digitale oplossingen waarde kunnen toevoegen aan de zorg. Daar is nog veel onderzoek naar nodig”, aldus Peeters. “Ook kunnen we nog niet alle risico’s goed inschatten. Bij medicijnonderzoeken bijvoorbeeld kunnen we terugvallen op protocollen, die zijn er vaak niet voor nieuwe digitale zorgoplossingen.”</span></p><p><span>Verandert de zorg, dan veranderen ook de opleidingen. Volgens Peeters is Fontys Paramedisch al in 2015 studenten anders gaan opleiden. “Ze volgen nu 2,5 van de 4 jaar vakinhoudelijk onderwijs, waarna ze zich specialiseren op een thema en hun kennis toepassen in de praktijk van de zorgsector. Dat gebeurt samen met het werkveld en met andere instituten zoals Fontys Juridisch en Fontys ICT.” [</span><i><span>tekst gaat verder onder de foto</span></i><span>]</span></p><p><span>Of digitale oplossingen ervoor kunnen zorgen dat de zorg minder duur wordt - en dus ook de premie van onze zorgverzekering omlaaggaat - durft de docent-onderzoeker niet te claimen. “Digitalisering van de zorg is hierin niet de enige oplossing. Preventie bijvoorbeeld draagt ook bij aan een daling van de zorgkosten. Wel weet ik dat als we niets doen, de zorg steeds duurder wordt.”</span></p><p><span><strong>Van sensoren naar Zorg</strong></span><br><span>In 2018 krijgt de onderzoeksgroep van Peeters de vraag vanuit BrabantZorg om een oplossing te bedenken voor de druk die mensen met dementie en onbegrepen gedrag leggen op de zorg en hun omgeving. Daaruit is een polsband voortgekomen die data verzamelt over de fysieke toestand waarin de patiënt verkeert.</span></p><p><span>Peeters noemt deze toepassing een extra set ogen die de zorgprofessional helpt evalueren en betere beslissingen te nemen. Deze ‘wearable’ werd het startschot voor een grootschaliger project: Van sensoren naar zorg, dat is gericht op zorginnovaties en de toepassing van wearables in diverse zorgcontexten.</span></p><p><span>Op 13 november vindt een eindsymposium plaats van dit project. Experts delen resultaten en inzichten uit het onderzoek en er is aandacht voor de noodzaak van samenwerking tussen verschillende vakgebieden en eindgebruikers om technologie waardevol te maken in de zorg.</span></p><p><span>Een opsteker voor het kabinet: de integratie van wearables in de zorg biedt kansen om het welzijn van mensen te ondersteunen, wat de druk op de zorg en de omgeving kan verlichten.</span></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Onderzoek Gezondheid,FPH,FJH,FHICT,PRO Gezondheidszorg,Verbiesen]]></category>
            <pubDate>Mon, 30 Sep 2024 14:39:08 +0200</pubDate>
            <pp:lastModified>Wed, 09 Oct 2024 08:11:32 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/70b7f010-1475-41ef-9348-63c0a17d8851/500_metingbijdementie.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/70b7f010-1475-41ef-9348-63c0a17d8851/500_metingbijdementie.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/70b7f010-1475-41ef-9348-63c0a17d8851/metingbijdementie.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[meting bij dementie]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>‘Hoog tijd voor gebalanceerd beeld van dancecultuur’</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/hoog-tijd-voor-gebalanceerd-beeld-van-dancecultuur/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/hoog-tijd-voor-gebalanceerd-beeld-van-dancecultuur/</guid><pp:caseid>658204</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p><span><strong>Mark van Bergen</strong> is docent-onderzoeker van elektronische dansmuziek bij Fontys ACE. Van 2024 tot 2029 doet hij voor Fontys promotieonderzoek aan Tilburg University naar de vraag hoe dance-events kunnen bijdragen aan het welzijn van bezoekers. Het team dat hij om zich heen heeft verzameld bestaat uit prof. Peter Achterberg (promotor, Tilburg University), prof. Pauwke Berkers (copromotor, Erasmus Universiteit Rotterdam), dr. Falk Hübner (lector, Fontys Academy of the Arts) en dr. Bram Peper (Tilburg University).</span></p><p><span>Wil je meer weten over Mark van Bergen? Luister dan naar de recente </span><a href="https://shows.acast.com/hoe-een-koe-een-haas/episodes/hoe-kan-dance-bijdragen-aan-mentale-gezondheid-met-mark-van-" target="_blank"><span>podcast</span></a><span> van BrabantKennis over zijn werk en onderzoek.</span></p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><span><strong>Media en politici hebben al sinds de opkomst van dancefestivals de mond vol van de negatieve gevolgen: gehoorschade, geluidsoverlast en grootschalig drugsgebruik. Maar levert de elektronische muziekcultuur ook een positieve bijdrage aan de levens van de miljoenen mensen die jaarlijks de evenementen bezoeken? Fontysonderzoeker Mark van Bergen is overtuigd van wel.</strong></span></p><p><span>Van Bergen noemt zichzelf een ‘insider’. Sinds dance zo’n 35 jaar geleden in Nederland zijn intrede deed, is hij erbij betrokken, eerst als dj en organisator en later ook als kenner in zijn rol van schrijver en journalist. Sinds acht jaar is hij als docent-onderzoeker bij Fontys Academy for the Creative Industry (ACE) verbonden aan de door hem opgerichte minor Dance Industry. Hij leidt studenten op die zich willen verbreden of verdiepen in de branche van de elektronische dansmuziek.</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:364/auto;width:364px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/89ef83fa-88fc-4139-b029-7ae4d909eeef/800_markvanbergenprofielfoto.jpg?x=1726212473887" alt="Mark van Bergen" width="364" height="auto">Dance is allang geen niche meer, weet Van Bergen. “De cultuur rond elektronische dansmuziek als house, techno, trance en hardcore, beter bekend onder de verzamelnaam dance, brak rond 1990 door in Europa, waarbij Nederland uitgroeide tot mondiale koploper. Toch kampt de dancecultuur door grootschalig gebruik van partydrugs en geluidsoverlast door evenementen nog steeds met een overwegend negatief beeld in de media en bij overheden.”</span></p><p><span><strong>Kern van waarheid</strong></span><br><span>Er zit soms een kern van waarheid in de berichtgeving, erkent de docent-onderzoeker, maar volgens hem is er een disbalans ontstaan. “In de media, en ook in de politiek en de wetenschap, gaat het bijna alleen over de negatieve aspecten. Waarom jongeren - de grootste groep liefhebbers - naar clubs, festivals en feesten gaan en wat deze precies voor hen betekenen, is lang onderbelicht gebleven. In Nederland is niet voor niets een complete industrie ontstaan, waardoor elk jaar een miljoenenpubliek naar dance-events gaat en daar blijkbaar heel veel plezier uit haalt.”</span></p><p><span>Het belang om de positieve impact van events van elektronische dansmuziek te begrijpen en te onderzoeken nam de afgelopen jaren een vlucht, vertelt Van Bergen. Het eerste duwtje in de rug kreeg hij tijdens de coronapandemie. “Voor het eerst sinds hun oorsprong mochten fysieke, live dance-events niet plaatsvinden. In vergeefse pogingen de regering ertoe te bewegen de dansvloeren te heropenen claimden onder andere festivalorganisatoren, clubs, dj’s en liefhebbers dat deze evenementen van levensbelang zijn voor het welzijn van bezoekers.”</span></p><p><span>Zelf klom Van Bergen in die tijd meerdere keren in de pen en beklom hij meer dan eens de podia om een statement te maken. Zo schreef hij opinieartikelen, waaronder een in dagblad </span><a href="https://www.trouw.nl/opinie/als-het-kabinet-had-geluisterd-had-de-uitgaanscultuur-kunnen-worden-gered~ba2cd201/" target="_blank"><span>Trouw</span></a><span>, en sprak hij tijdens het landelijke protest Unmute Us een vol plein in Eindhoven toe om te betogen dat het nachtleven van heel grote waarde is voor heel veel mensen. “Als insiders weten we dat wel, maar het was echt nodig dat de buitenwereld dit ook hoorde.”</span></p><p><span><strong>Nieuwe inzichten</strong></span><br><span>De gebeurtenissen leidden ertoe dat Van Bergen drie jaar geleden voor Fontys een pilotstudie begon naar de relatie tussen het participeren in evenementen rond het dancegenre techno en welzijn onder zeven frequente bezoekers in Nederland. Daarnaast las hij zich in over bestaande literatuur op het gebied van dance/muziek en welzijn. De resultaten van deze studie leverden nieuwe inzichten op ten opzichte van bestaande studies.&nbsp;</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:415/auto;width:415px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/b4844a2d-1b85-4d16-b413-938c2a8cd7ee/800_dreamfieldsmexico2019.jpg?x=1726212882007" alt="Mark van Bergen (uiterst rechts) met studenten van de minor Dance Industry op festival Dreamfields, Mexico in 2019" width="415" height="auto">Zo bleek dat de periode voor en na afloop van een evenement bijdraagt aan het ervaren van welzijn van bezoekers. De positieve effecten bleken op langere termijn zelfs aan te houden. Van Bergen: “Alle geïnterviewden gaven aan dat het bezoeken van dance-evenementen een aanjager is voor hun sociale relaties, de vorming van hun identiteit en hun blik op de wereld.”</span></p><p><span>Deze uitkomsten riepen meer vragen op: gelden deze positieve effecten ook voor een grotere groep bezoekers en hoe draagt de participatie in dance-evenementen bij aan het welzijn van bezoekers in Nederland? De laatste is de centrale onderzoeksvraag geworden van een (maximaal) vijfjarig promotieonderzoek waar Van Bergen recent mee is gestart aan Tilburg University. De promotiebeurs is toegekend door Fontys Hogeschool.</span></p><p><span><strong>Belang voor het onderwijs</strong></span><br><span>Het promotieonderzoek bestaat uit een uitgebreid literatuuronderzoek, interviews met bezoekers, een enquête en een VR-experiment. Van Bergen verwacht dat de onderzoeksresultaten niet alleen van belang zijn voor de dancesector en de wetenschap, maar ook voor het hoger onderwijs.</span></p><p><span>“Het onderwijs, ook binnen Fontys, richt zich steeds meer op het groeiende belang van brede welvaart en het maken van sociale impact als (aanstaand) professional. Daar sluit dit onderzoek naadloos op aan. We weten inmiddels wel hoe je een succesvol evenement organiseert en er geld mee kunt verdienen, maar hoe je er precies betekenis aan geeft voor bezoekers is minder bekend.”</span></p><p><span>Tot slot rijst de vraag of de docent-onderzoeker niet enigszins bevooroordeeld is als liefhebber en kenner om dit onderzoek te leiden? “Ik kan de positieve impact van dance op mijn leven alleen maar beamen. Als insider ga ik mijn ogen zeker niet sluiten voor de negatieve kanten, maar het wordt hoog tijd voor een gebalanceerd beeld van dance-evenementen en de positieve effecten die ze ook hebben op het welzijn van bezoekers. Dit academisch aantonen, is het doel van mijn proefschrift.”</span></p><p><i>Bovenste foto: <span>Mark van Bergen maakt zijn statement voor een vol plein tijdens het protest Unmute Us in Eindhoven, 2021.</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,FACE,Student,PRO Onderwijs,Onderzoek Gezondheid,Tilburg,Verbiesen]]></category>
            <pubDate>Tue, 17 Sep 2024 09:41:53 +0200</pubDate>
            <pp:lastModified>Tue, 17 Sep 2024 15:33:48 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/f4029dd5-29fb-4d8a-8dd8-51a6f883f150/500_marktijdensspeechunmuteuseindhoven2021.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/f4029dd5-29fb-4d8a-8dd8-51a6f883f150/500_marktijdensspeechunmuteuseindhoven2021.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/f4029dd5-29fb-4d8a-8dd8-51a6f883f150/marktijdensspeechunmuteuseindhoven2021.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Mark van Bergen speecht tijdens het protest Unmute Us in Eindhoven in 2021]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Nikki werkt mee aan nieuwe, pijnloze screening borstkanker</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/nikki-werkt-mee-aan-nieuwe-pijnloze-screening-borstkanker/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/nikki-werkt-mee-aan-nieuwe-pijnloze-screening-borstkanker/</guid><pp:caseid>636421</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Jaren voordat het zover is, zien vrouwen er vaak al tegenop: de mammografie, een bevolkingsonderzoek naar borstkanker. Dit is een pijnlijke methode waar nu mogelijk een alternatief voor is bedacht, de Early Warning Scan. Vierdejaarsstudent MBRT Nikki Luiken is erbij betrokken.</strong></span></p><p><span>Het gaat nu goed met haar, maar een aantal jaren geleden werd bij de moeder van Nikki (21) borstkanker geconstateerd. Dat was de eerste kennismaking met mammografie. “Mijn moeder vond het onderzoek niet prettig”, zegt de studente. Het was voor Nikki reden om te kiezen voor de opleiding Medisch Beeldvormende en Radiotherapeutische Technieken (MBRT) aan Fontys Paramedisch.</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:445/auto;width:445px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/02268696-c022-4478-91e6-c2a10e1b5b40/800_nikkiluikenentomsanders.jpeg?x=1718291818140" alt="Nikki Luiken en Tom Sanders" width="445" height="auto">In haar afstudeerproject valt alles samen. “Dat ik een bijdrage kan leveren aan de ontwikkeling van een alternatieve manier van borstkankerscreening vind ik heel bijzonder. Mijn moeder is heel trots op me en heeft zich al aangemeld als vrijwillige proefpersoon voor de testfase van de Early Warning Scan.”</span></p><p><span>Deze scan is bedacht door Tom Sanders, die een achtergrond heeft in 3D-fotografie. </span>Hij heeft de scan bedacht nadat er bij zijn vrouw borstkanker werd geconstateerd, wat niet ontdekt was in het huidige bevolkingsonderzoek, waar zij al tien jaar aan deelnam.<span> Hij bedacht een vroegtijdige, pijnloze screening die voor alle vrouwen toegankelijk is en niet alleen voor vrouwen vanaf 50 jaar.</span></p><p><span><strong>Geen gemakkelijke klus</strong></span><br><span>Sinds eind 2019 is de Early Warning Scan in de ontwikkeling. Het is bijna zover dat hij kan worden getest op vrouwen. Daarvoor moet een onderzoeksprotocol worden geschreven waarmee Nikki nu bezig is. “In het protocol beschrijf ik alle stappen die gevolgd moeten worden om de kans op fouten te verkleinen en ethische richtlijnen te kunnen handhaven.”</span></p><p><span>Dat is geen gemakkelijke klus, weet ze. “Er zitten veel haken en ogen aan en er is veel wet- en regelgeving waar ik rekening mee moet houden. Daar moet ik heel zorgvuldig mee omgaan.” </span>Ook is het nodig dat er een niet-WMO-verklaring aangevraagd wordt, zodat de scan op een juiste manier getest kan worden, zonder dat het onder de Wet medisch wetenschappelijk onderzoek met mensen (WMO) valt.<span> “Daarmee moet ik ook rekening houden in het onderzoeksprotocol.”</span></p><p><strong>PITCH</strong><br><span>Gelukkig krijgt Nikki ondersteuning van een begeleider van PITCH, zegt ze. PITCH staat voor Platform to Innovate, Test & Connect in Health. Het platform verbindt zorg-innoverende bedrijven en zorgaanbieders met studenten en docentonderzoekers van Fontys Paramedische Hogeschool. “PITCH was ook bezig om contact te leggen met Tom Sanders, zodoende is het allemaal heel snel gegaan.”</span></p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:305/auto;width:305px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/a94539f4-6dfd-45a0-a19b-f02a631fefac/800_earlywarningscan-2.jpeg?x=1718291866707" alt="De Early Warning Scan" width="305" height="auto"><span>Inmiddels heeft Nikki veel mensen gesproken en is ze naar eigen zeggen goed op weg met haar afstudeerproject. Voor de zomervakantie hoopt ze het onderzoeksprotocol te hebben afgerond. Nikki hoopt dat de Early Warning Scan voor haar dertigste in het bevolkingsonderzoek naar borstkanker is opgenomen. Dat is de adviesleeftijd waarop artsen haar hebben aangeraden zichzelf vroegtijdig te laten screenen op de ziekte. “Als de screening met de nieuwe scan zou kunnen plaatsvinden, zou ik dat een fijn idee vinden.”</span></p><p><strong>Jonge vrouwen</strong><br><span>Toch is ze zich ervan bewust dat met het scanapparaat geen diagnose gesteld kan worden. “Er kunnen wel afwijkingen gesignaleerd worden waarmee je het advies kunt krijgen om je verder te laten onderzoeken. En het grootste voordeel is dat deze methode pijnloos is, zonder straling werkt en eenvoudig kan worden uitgevoerd.”</span></p><p><span>“Een deel van de vrouwen laat zich nu niet onderzoeken omdat de mammografie geen prettig onderzoek is. Dat willen ze voorkomen met de Early Warning Scan”, aldus Nikki. “</span>En ik vind het vooral belangrijk dat jongere vrouwen ook meegenomen kunnen worden in het bevolkingsonderzoek met de Early Warning Scan. Met het huidige bevolkingsonderzoek is dat pas vanaf 50 jaar.”</p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,FPH,Onderzoek Gezondheid,Onderzoek Maatschappij,Onderzoek Techniek,Verbiesen,PRO Gezondheidszorg,PRO Techniek]]></category>
            <pubDate>Mon, 17 Jun 2024 15:54:32 +0200</pubDate>
            <pp:lastModified>Tue, 18 Jun 2024 10:20:53 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/341a7991-de5e-4c1a-ae73-d9c23ddc15cb/500_earlywarningscan-1-liggend.jpeg?10000" length="0" type="image/jpeg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/341a7991-de5e-4c1a-ae73-d9c23ddc15cb/500_earlywarningscan-1-liggend.jpeg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/341a7991-de5e-4c1a-ae73-d9c23ddc15cb/earlywarningscan-1-liggend.jpeg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Early Warning Scan-1-liggend]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Massage tijdens werk? Doen, zeggen ze bij Vitality Hub</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/massage-tijdens-werk-doen-zeggen-ze-bij-vitality-hub/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/massage-tijdens-werk-doen-zeggen-ze-bij-vitality-hub/</guid><pp:caseid>635974</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Een waterbed met massagefunctie, een bureau met trappers of een geluidsdichte box waarin je je compleet kunt afsluiten van de buitenwereld. Als het aan de onderzoekers van de Workplace Vitality Hub ligt, vinden we het straks allemaal terug in de gebouwen van Fontys. Zij doen onderzoek naar en strijden voor vitale werkplekken. &nbsp;&nbsp;</strong></span></p><p><span>De Workplace Vitality Hub is drie jaar geleden opgericht en bevindt zich op de High Tech Campus in Eindhoven. Verschillende onderwijs- en onderzoeksinstellingen doen er onderzoek naar vitale werkplekken. Naast Fontys zijn ook onder andere TU/e, imec en TNO erbij betrokken. Afgelopen zaterdag konden geïnteresseerden een kijkje komen nemen tijdens een open dag.</span></p><p><span>Eveline Kersten is een van de Fontys-medewerkers die werkzaam is bij de Workplace Vitality Hub. Zij bevindt zich dagelijks in een ware oase van luxe en ontspannende faciliteiten die bij moeten dragen aan de gezondheid van werknemers. “Er zijn heel veel mensen met hart- en vaatziekten, met diabetes, een burn-out of psychische klachten. In onze levende onderzoeksomgeving doen we onderzoek naar hoe medewerkers fitter en vitaler kunnen worden, meer mentale rust kunnen nemen en meer bewegen.”</span></p><p><span><strong>Proef op de som</strong></span><br><span>En hoe doe je beter onderzoek dan door zelf de proef op de som te nemen? Kersten geeft aan dat je vitaliteit kunt stimuleren door kantoren anders in te richten. “Wij hebben dat op de hub gedaan door te zorgen voor voldoende daglicht, het plaatsen van meerdere slaapbanken en een watermassagebed. Verder hebben we ook geluidsdichte boxen waar je tot rust kunt komen en een podcast kunt luisteren, zenders die aangeven wanneer je te lang zit en meetapparatuur die de luchtkwaliteit meet.”</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/710b0fa4-6615-45e8-a164-55e8506181b1/500_fontys-evelinekersten-5422.jpg?x=1718021904840" alt="Eveline Kersten" width="200">Een andere ontwikkeling van de Workplace Vitality Hub komt voort uit een promotieonderzoek van Ida Damen, een collega van Kersten. “Ze is gepromoveerd op wandelend vergaderen”, vertelt Kersten. “Mensen wandelen vaak alleen tijdens de lunch, maar waarom zou je dat niet doen tijdens een vergadering, meeting of coachgesprek? Het is heel ongezond om de hele dag te blijven zitten en om meer mensen aan het wandelen te krijgen, heeft Damen op verschillende plekken - ook rondom de campus van Fontys - speciale wandelroutes uitgezet.”</span></p><p><span><strong>Moment van rust</strong></span><br><span>De vraag is nu alleen: wordt daar ook echt gebruik van gemaakt? Het zittend werken achter een bureau zit er bij veel mensen zo ingenesteld, dat het lastig is om het eruit te krijgen. “Dat klopt”, vervolgt Kersten. “En het is ook niet iets wat we van de ene op de andere dag kunnen veranderen. Zelf proberen we in ieder geval alles wat we onderzoeken ook echt toe te passen. Vergaderen doen we staand, we gaan regelmatig op het watermassagebed liggen en nemen af en toe een momentje rust in een geluidsdichte box.”</span></p><p><span>Kersten en haar collega’s sporen elkaar aan om van de toepassingen gebruik te maken en kijken elkaar niet raar aan als iemand zijn of haar werkplek verlaat voor een korte massage. “Maar medewerkers die dit niet gewend zijn, doen dat misschien wel. We hebben op verschillende werkplekken experimenten gedaan met een slaapbank en zien dat mensen het toch vreemd vinden als een ander tien minuten tijdens werktijd gaat liggen. Die sociale norm moet veranderen. Als je kijkt naar het aantal burn-outs in Nederland, is het heel raar dat we daar niet preventief iets aan doen. Eigenlijk zouden we moeten zeggen: ‘Goh, wat goed dat je even gaat liggen en niet over je eigen grenzen heen gaat’. Hoe we die gedachtegang kunnen veranderen, is een van onze onderzoeksvragen.”</span></p><p><span><strong>Stimuleren</strong></span><br><span>Naast collega’s werken er ook studenten van Fontys mee aan de onderzoeken van de Workplace Vitality Hub. Vanuit verschillende richtingen worden de faciliteiten die de living lab biedt, gestimuleerd. Een van de projecten waar de studenten zich mee bezig houden, is een door Workplace Vitality Hub ingerichte buitenwerkplek met een relaxte stoel, wifi en elektriciteit. “De studenten kijken hoe ze anderen kunnen stimuleren om daar meer gebruik van te maken. Andere studenten zijn dan weer bezig met een hele gave</span><i><span> reload booth</span></i><span>, een stoel met een soort kapje eroverheen zodat je je kunt afsluiten van de rest.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Eindhoven,PRO Gezondheid,Onderzoek Gezondheid,Onderzoek,Onderzoek Algemeen,Luiken]]></category>
            <pubDate>Mon, 10 Jun 2024 14:35:42 +0200</pubDate>
            <pp:lastModified>Tue, 11 Jun 2024 12:06:32 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/8cc3ebc4-5316-4cec-945d-7e903ea33f7c/500_schermshyafbeelding2024-06-10om14.18.53.png?10000" length="0" type="image/png" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/8cc3ebc4-5316-4cec-945d-7e903ea33f7c/500_schermshyafbeelding2024-06-10om14.18.53.png?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/8cc3ebc4-5316-4cec-945d-7e903ea33f7c/schermshyafbeelding2024-06-10om14.18.53.png?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Een van de faciliteiten die de Workplace Vitality Hub biedt, foto: Levi Baruch]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Koele oplossingen moeten hittestress tegengaan</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/koele-oplossingen-moeten-hittestress-tegengaan/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/koele-oplossingen-moeten-hittestress-tegengaan/</guid><pp:caseid>632650</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Europa warmt sneller op dan de rest van de wereld. Een zorgwekkende ontwikkeling die ook nog eens van invloed is op onze gezondheid. Voor Fontys-onderzoekster Kyra Theunissen meer dan genoeg reden om onderzoek te doen naar hittestress en hoe dit te voorkomen.</strong></span></p><p><span>Theunissen vervult samen met Eric Schoenmakers vanuit het Centre of Expertise Health de rol als themaleider voor een gezonde, fysieke en sociale leefomgeving. “We willen dat iedereen een eerlijke kans op een gezond leven heeft”, steekt de onderzoekster van wal. “Vanuit het Centre of Expertise houden we ons daarom bezig met de gezonde, fysieke en sociale leefomgeving, gezondheidsvaardigheden en samenzorg voor de toekomst.”</span></p><p><span>Daar volgde eerder al verschillende rapporten uit over groene stedelijke leefomgeving en een gezonde voedselomgeving. Nu verschijnt van haar hand het derde en meest recente rapport over hitte en hittestress in steden. “Daarvoor is onderzocht wat steden kunnen doen tegen hittestress, een soort koele oplossingen als het ware.”</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/45de9f28-3fb0-4ca8-b36b-8f93b5c74012/500_kyratheunissen1.jpg?x=1716452094917" alt="Kyra Theunissen" width="200">Overzicht van maatregelen</strong></span><br><span>Theunissen wilde aanvankelijk het effect van hittestress op de gezondheid onderzoeken. Maar na een uitvoerige research bleek dat deze zaak al vaak beschreven is. “In tegenstelling tot een overzicht van alle maatregelen die we kunnen nemen om dit te voorkomen en welke effecten die maatregelen hebben.”</span></p><p><span>Die zijn volgens de onderzoekster van groot belang. “Men onderschat wat hitte met je kan doen, totdat het fout gaat. Denk bijvoorbeeld aan ouderen, die vaak binnen blijven op een warme dag, zwangere vrouwen of mensen die zwaar fysiek werk doen: alles kost op een hetere dag meer energie waardoor je lichaam harder moet werken, met mogelijke hitteberoertes tot gevolg.”</span></p><p><span><strong>Koele oplossingen</strong></span><br><span>De mogelijke maatregelen die steden kunnen treffen heeft Theunissen samengevoegd in het rapport ‘Verhitte Steden, koele oplossingen’, zodat gemeentes, bouwbedrijven, aannemers en alle andere instanties die te maken hebben met steden en stedelijk ontwerp hier leer uit kunnen trekken. “In steden stijgt de temperatuur steeds meer en dat probleem wordt door de huidige klimaatverandering alleen maar groter. Daar moeten we iets aan doen.”</span></p><p><span>De meest effectieve maatregelen zijn schaduw, wind en reflectiviteit. “Het meest ideale zou het bouwen van een nieuwe stad zijn, zodat je deze perfect ten opzichte van de wind kunt zetten en je ervoor zorgt dat er altijd voldoende schaduw is en dat gebouwen en de bestrating de straling van de zon voldoende reflecteren.”</span></p><p><span><strong>Schaduwdoeken, verdiepingen en coatings</strong></span><br><span>Maar die vlieger gaat niet op. Dus hoe kunnen steden als Eindhoven en Tilburg er dan wél voor zorgen dat de temperatuur daalt? “Door het plaatsen van schaduwdoeken of het plaatsen van extra verdiepingen op gebouwen waarbij we trapsgewijs een deel inleveren. Daarbij moeten we wel weer rekening houden met de windrichtingen. Gebruik daarnaast lichte kleuren en licht stucwerk, of kies voor een coating die de straling weerkaatst.”</span></p><p><span>Het is </span><a href="https://www.fontys.nl/Download/Hittestress-DEF_infographic_digitaal.htm"><span>een greep uit de oplossingen</span></a><span> die het rapport van Theunissen biedt. Aan haar nu ook de taak om het rapport zo te vertalen dat desbetreffende gemeentes, zorginstanties, aannemers, projectontwikkelaars, maar ook studenten en bewoners de verzamelde informatie en aanbevelingen daadwerkelijk kunnen gebruiken. “Dat is nog een </span><i><span>work in progress</span></i><span>, maar gelukkig maken we deel uit van een mooi samenwerkingsverband waardoor straks alle maatregelen voor iedereen duidelijk, behapbaar en uitvoerbaar zijn.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Berg,Eindhoven,Tilburg,Onderzoek Gezondheid,PRO Gezondheid]]></category>
            <pubDate>Thu, 23 May 2024 11:00:28 +0200</pubDate>
            <pp:lastModified>Mon, 27 May 2024 10:49:50 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/58d70d2a-a979-4d65-a85d-5fc8d1be7104/500_shutterstock-1998014303.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/58d70d2a-a979-4d65-a85d-5fc8d1be7104/500_shutterstock-1998014303.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/58d70d2a-a979-4d65-a85d-5fc8d1be7104/shutterstock-1998014303.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[hitte warm zon zweten]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Sociaal onderzoek doen met technologie? Het kan!</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/sociaal-onderzoek-doen-met-technologie-het-kan/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/sociaal-onderzoek-doen-met-technologie-het-kan/</guid><pp:caseid>625810</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Met technologie kun je ook sociaal onderzoek doen. Dat ondervond Informaticastudent Nicoleta Cazac. Ze deed een studie naar de luchtkwaliteit in drie Noord-Limburgse gemeenten. “Het was een hele nieuwe ervaring en het voelde erg goed om echt iets te kunnen betekenen voor mensen.”</strong></span></p><p><span>Voor een zaal vol mensen gaf de derdejaarsstudent uit Moldavië onlangs haar eindpresentatie. In het Engels welteverstaan, ondersteund met Nederlandstalige sheets voor de oudere inwoners die het Engels niet geheel machtig zijn.</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:290/auto;width:290px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/13f3fced-6d0c-4519-ba9d-e8dcd8ccba89/800_img-0472-1.jpg?x=1711526174056" alt="Nicoleta" width="290" height="auto">Spannend vond ze het, want in de zaal zaten niet zomaar mensen, maar inwoners van de drie gemeenten die vol verwachting de resultaten van haar onderzoek afwachtten, en vertegenwoordigers van bedrijven, overheden en instanties.</span></p><p><span>Een belangrijke bijeenkomst dus, die in het teken stond van de voortgang van het Limburgse project ‘Grenzeloos Meten’, waarbij Fontys Venlo en Fontys Green Tech Lab nauw betrokken zijn. Alle partijen werken samen om de luchtkwaliteit op lokaal niveau te meten, met speciale aandacht voor fijnstof en geur. De zorgen van burgers over hun gezondheid door bedrijvigheid - denk aan de landbouw, industrie en snelwegen - in hun omgeving vormden de aanleiding voor dit project.</span></p><p><span><strong>Politiek beladen</strong></span><br><span>Een behoorlijk politiek beladen onderwerp, weet Nicoleta, maar daar hoeft ze haar handen niet aan te branden. “Het is niet aan mij om conclusies te verbinden aan de metingen, maar wel om inzicht te geven in de opgehaalde data.” En dat deed ze op een manier die veel lof oogstte tijdens de bijeenkomst.</span></p><p><span>“Ik wilde de hoeveelheid fijnstof in de lucht zichtbaar maken, zodat iedereen het zou kunnen begrijpen. Daarvoor heb ik het principe van een hittekaart gebruikt. <img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/a45be811-6b76-4254-b162-9394e5774535/500_bv6512.jpg?x=1711526313513" alt="Een fijnstofmeter" width="200">Zo’n kaart laat met kleuren zien wat de gevoelstemperatuur is op een bepaalde plek. Donkerrood staat bijvoorbeeld voor heel heet en lichtblauw voor koel. Dat heb ik toegepast voor de hoeveelheid fijnstof in de lucht. Rood staat dan voor een slechte luchtkwaliteit en blauw voor een goede.”</span></p><p><span>Om de metingen te kunnen doen, zijn in september vorig jaar op dertig locaties bij burgers fijnstofmeters opgehangen die voortdurend data verzamelen. Nicoleta heeft deze gegevens geanalyseerd en ze visueel gemaakt. “Want fijnstof is zo klein dat je het niet of nauwelijks kunt zien”, zegt ze. “Hoe kleiner, hoe schadelijker voor onze gezondheid. Als we de luchtkwaliteit op een locatie willen weten, moeten we dus de hoeveelheid fijnstof meten.”</span></p><p><span><strong>Kleurkaarten</strong></span><br><span>Voor het onderzoek heeft Nicoleta zich gericht op PM10, fijnstof met een grootte tot 10 micrometer, zoals deeltjes zeezout, stof en rook. Niet heel klein, maar wel zo klein dat je niet met het blote oog kunt zien hoeveel van dit fijnstof in de lucht aanwezig is en of het schadelijk is. “Met de hittekaarten die ik heb gemaakt, kun je op één beeld zien of de hoeveelheid fijnstof op een bepaald moment voldoet aan de Europese richtlijnen.”</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:298/auto;width:298px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/b2299a1f-a23a-4ed8-a9cb-549a40418e9b/800_heatmap-2023-10-01-00-00-00.png?x=1711526211484" alt="              De 'hitte'kaart" width="298" height="auto">Door de beelden achter elkaar te zetten, krijg je een indruk van het fijnstof gedurende de dag. “Ik heb het zo gemaakt dat je door een tijdlijn scrolt. Per uur zie je dan de luchtkwaliteit ‘bewegen’ en zie je waar deze vandaan komt en naartoe gaat. Het is de bedoeling om een digitaal platform op te zetten waar mensen de hoeveelheid fijnstof in de lucht kunnen volgen, net zoals er al websites zijn voor weersvoorspellingen.”</span></p><p><span>Het uiteindelijke doel van het project is om te achterhalen of bepaalde concentraties fijnstof te wijten zijn aan lokale bronnen. Dit vereist echter nog aanvullend onderzoek. Het komende semester neemt een andere derdejaarsstudent Informatica, Maksym Kobzar, het stokje over van Nicoleta. Het onderzoek loopt nog tot en met juni.</span></p><p><span><strong>Nieuwe ervaring</strong></span><br><span>Nicoleta kijkt met tevredenheid terug op haar onderzoek. “Meewerken aan een werkelijk bestaand project was een hele nieuwe ervaring en het voelde erg goed om echt iets te kunnen betekenen voor mensen. Met technologie kun je dus heel goed sociaal onderzoek doen. Zeker tegenwoordig, er is zoveel technologie beschikbaar waar we gebruik van kunnen maken. Wat dat betreft leven we in een geweldige tijd.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Onderzoek Gezondheid,Onderzoek Techniek,FHICT,Venlo,Verbiesen]]></category>
            <pubDate>Thu, 28 Mar 2024 14:58:59 +0100</pubDate>
            <pp:lastModified>Tue, 16 Apr 2024 14:05:00 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/16b2b12e-9bea-4490-9afb-6d5aa9acf57c/500_img-0907.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/16b2b12e-9bea-4490-9afb-6d5aa9acf57c/500_img-0907.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/16b2b12e-9bea-4490-9afb-6d5aa9acf57c/img-0907.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Nicoleta Cazac bij de presentatie van het onderzoek naar luchtkwaliteit in Noord-Limburg]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Grip op geluid in sportzalen om gehoorschade te voorkomen</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/grip-op-geluid-in-sportzalen-om-gehoorschade-te-voorkomen/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/grip-op-geluid-in-sportzalen-om-gehoorschade-te-voorkomen/</guid><pp:caseid>620244</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p><span>Donderdag 15 februari besteedt onderzoeksprogramma </span><a href="https://pointer.kro-ncrv.nl/uitzendingen" target="_blank"><span>Pointer</span></a><span> een uitzending aan dit onderwerp. Hierin komt ook docentonderzoeker Saskia Tuinder aan het woord.</span></p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><span><strong>Veel vakleerkrachten bewegingsonderwijs hebben last van hoge geluidsniveaus. Hoofdpijn, concentratieverlies en overprikkeling komen veelvuldig voor. “Met het onderzoek Grip op geluid willen we een bijdrage leveren aan een gezonde werkomgeving”, aldus docentonderzoeker Saskia Tuinder.</strong></span></p><p><span>Je herkent het vast wel: na een (paar) uur sporten in een volle sporthal ben je moe, en niet alleen door de lichamelijke inspanning. Meestal komt dat door de akoestiek in de sportzaal. Die is vaak niet optimaal. We staan er alleen niet bij stil, want we denken dat het erbij hoort. Maar dat is niet zo, weet Saskia Tuinder inmiddels. &nbsp;</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/563a81e8-790d-4e11-b441-d2e344b3cdf7/500_saskiatuinder.jpg?x=1707400565765" alt="Saskia Tuinder" width="200">De docentonderzoeker bij Fontys Paramedisch doet samen met een groot aantal partijen onderzoek naar de akoestiek in sportzalen en het effect dat dit heeft op vakleerkrachten bewegingsonderwijs. De meeste mensen knappen snel op na het sporten, maar dat geldt niet voor een gymleraar. De sporthal is zijn werkplek en hij geeft ook nog eens les aan kinderen in het primair onderwijs.</span></p><p><span>De onderzoeksgroep deed het afgelopen anderhalf jaar geluids- en akoestische metingen in sporthallen en gehoormetingen bij vakleerkrachten bewegingsonderwijs. Ook nam ze vragenlijsten af. “Veel van de vakleerkrachten gaven aan aanzienlijke last te ervaren van hoge geluidsniveaus”, vertelt Tuinder.</span></p><p><span>“Hoofdpijn, concentratieverlies en stemproblemen komen voor. Net als overprikkeling en stress. Een op de drie ondervraagde vakleerkrachten ervaart een piep in het oor, gemiddeld is dat een op vijf bij mensen in dezelfde leeftijdsgroep. Blootstelling aan hoge geluidsniveaus kan op lange termijn voor onherstelbare gehoorschade zorgen. Die sluipt er vaak geleidelijk in, waardoor je het niet in de gaten hebt.”</span></p><p><span><strong>App voor geluidsmetingen</strong></span><br><span>Bij het onderzoek zijn stakeholders betrokken, waaronder gehoor- en geluidsspecialisten, de vakvereniging KVLO, diverse gemeenten, NOC*NSF en verschillende Fontysinstituten. Zo gaan onderzoekers van Fontys Sport en Bewegen het werkveld in en heeft Fontys Toegepaste Natuurwetenschappen geluidsmetingen gedaan. Studenten van Fontys ICT zijn bezig met het ontwikkelen van een app waarmee vakleerkrachten zelf geluidsmetingen kunnen doen, zodat ze weten hoe groot de belasting is waaraan ze worden blootgesteld in hun werkomgeving. “Als deze te hoog is, kunnen ze het gesprek aangaan met hun werkgever”, aldus Tuinder. </span><i><span>[De tekst gaat verder onder de foto]</span></i></p><p>&nbsp;</p><p><span>Een sportzaal moet voldoen aan de norm voor bouwakoestiek. Een ruimte mag namelijk niet te veel galmen. Voldoet een ruimte hier aan, dan zegt dat nog niets over een veilig geluidsniveau weet Tuinder. Daar zijn Arbonormen voor die wettelijk zijn vastgelegd. Een werknemer is verplicht gehoorbescherming te gebruiken als de dagelijkse blootstelling gemiddeld hoger is dan 85 decibel (dB). “We hebben metingen gedaan bij verschillende sportzalen in Nederland. Bij de slechtst presterende accommodatie maten we een daggemiddelde van 92 dB, met uitschieters naar 130 dB.”</span></p><p><span><strong>Akoestische panelen</strong></span><br><span>Daar valt volgens de docentonderzoeker wel wat aan te doen. Beheerders van de gebouwen, meestal zijn dat gemeenten, kunnen de akoestiek van sportzalen onder meer verbeteren door het aanbrengen van akoestische wand- en plafondpanelen. “Die absorberen het geluid en verminderen zo de galm in een ruimte. Het helpt enorm om de akoestiek aan te passen. Uit ons onderzoek is gebleken dat een ruimte daardoor als veel aangenamer en rustiger wordt ervaren.” </span><i><span>[De tekst gaat verder onder de foto]</span></i></p><p><span>Een andere preventieve maatregel is gehoorbescherming. “De helft van de door ons ondervraagde vakleerkrachten weet niet dat ze van hun werkgever recht heeft op gehoorbescherming. Met het onderzoek willen we bewustwording creëren. Niet alleen bij vakleerkrachten bewegingsonderwijs, maar ook bij schoolbesturen, beleidsmakers, opleiders en studenten. Door het probleem in beeld te brengen en te agenderen willen we een bijdrage leveren aan een gezonde werkomgeving.” De onderzoeksgroep komt voor de zomer met haar aanbevelingen. </span><i><span>[Marieke Verbiesen]</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,PRO Gezondheid,Onderzoek,Onderzoek Gezondheid,FPH,FHTN,FHICT,FSH]]></category>
            <pubDate>Fri, 09 Feb 2024 10:44:54 +0100</pubDate>
            <pp:lastModified>Wed, 21 Feb 2024 09:29:26 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/a4c3da8a-4a79-438c-a5e2-debc65c50ea8/500_sport-vakleerkracht-bewegingsonderwijs-gymdocent-shutterstock.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/a4c3da8a-4a79-438c-a5e2-debc65c50ea8/500_sport-vakleerkracht-bewegingsonderwijs-gymdocent-shutterstock.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/a4c3da8a-4a79-438c-a5e2-debc65c50ea8/sport-vakleerkracht-bewegingsonderwijs-gymdocent-shutterstock.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Sport-vakleerkracht-bewegingsonderwijs-gymdocent-shutterstock]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Postcovid beperkt studie en werk bij Fontys</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/postcovid-beperkt-studie-en-werk-bij-fontys/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/postcovid-beperkt-studie-en-werk-bij-fontys/</guid><pp:caseid>619218</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p><span>Kamp jij ook met postcovid? Dan kun je de onderzoekers helpen door de </span><a href="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fforms.office.com%2FPages%2FResponsePage.aspx%3Fid%3DZWdrxpS3K0qE7YRbNBwIaoSmMaWxtVFNq0JYlpSu3zNUOVg5Q0RKTFBLNlhKWDJaS04wSDJaS1o2MC4u%26origin%3DQRCode&data=05%7C02%7Cm.verbiesen%40fontys.nl%7Cd14cfa91018742c4d20908dc21661f9a%7Cc66b6765b7944a2b84ed845b341c086a%7C0%7C0%7C638421969704539261%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJWIjoiMC4wLjAwMDAiLCJQIjoiV2luMzIiLCJBTiI6Ik1haWwiLCJXVCI6Mn0%3D%7C0%7C%7C%7C&sdata=61GOmt3%2B4%2FmomqIjnnlwgN6ttFPm2N7CXygv7nkbCPo%3D&reserved=0" target="_blank"><span>enquête</span></a><span> in te vullen. Daarnaast kun je terecht bij het Fontys Centre of Health and Movement (FCHM) via </span><a href="mailto:fchm@fontys.nl" target="_blank"><span>fchm@fontys.nl</span></a><span>.</span></p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><span><strong>Corona lijkt voor velen alweer lang geleden. Dat geldt niet voor mensen die met postcovid kampen. Ook binnen Fontys worstelen studenten en medewerkers nog altijd met de gevolgen van een besmetting. Het is onduidelijk waar zij tegenaan lopen en waar zij behoefte aan hebben. Reden om een onderzoek te starten.</strong></span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/9b3536a1-c261-47ef-b729-92669190ddf9/500_leonivandijk2-r.jpg?x=1706621461264" alt="Leoni van Dijk " width="200">Even wat cijfers op een rij: naar schatting hebben&nbsp;450.000 Nederlanders postcovid. 90.000 mensen zijn ernstig beperkt. Fontys telt ongeveer 40.000 studenten en 5.000 medewerkers. Hoeveel van hen kampen met postcovid en tegen welke beperkingen lopen zij aan? Daar gaat een onderzoeksgroep van Fontys Paramedisch zich over buigen. Daarna wordt het onderzoek buiten Fontys voortgezet.</span></p><p><span>Het promotieonderzoek wordt geleid door Leoni van Dijk. De docentonderzoeker van Fontys Paramedisch merkt op dat er inmiddels veel studies zijn verschenen over postcovid, maar dat er amper onderzoek is gedaan naar de impact ervan onder jongvolwassenen. “Dat is onze doelgroep. Daarom zien we het als onze maatschappelijke opdracht om hier praktijkgericht onderzoek naar te doen.”</span></p><p><span>Doel is om meer inzicht te krijgen in de klachten en de dagelijkse beperkingen. “Wat is de impact op de kwaliteit van leven van studenten? Tegen welke uitdagingen lopen ze aan? Welke ondersteuningsbehoeften hebben zij? Daarbij richten we ons op de sociale, emotionele en fysieke beperkingen die zij ervaren”, aldus Van Dijk. “Als we meer inzicht krijgen in hun beperkingen en behoeften, kunnen we betere ondersteuning bieden.”</span></p><p><span><strong>Onvoldoende gehoord</strong></span><br><span>Bij postcovid gaat het om aanhoudende klachten als vermoeidheid, problemen met het verwerken van prikkels, hoofdpijn, kortademigheid bij inspanning, verminderde reuk, spierpijn en slaapproblemen. Uit eerste gesprekken met verschillende medewerkers en studenten blijkt dat de doelgroep binnen Fontys zeer divers is en uiteenlopende ervaringen en behoeften heeft rondom de gezondheid. Volgens Van Dijk voelen veel jongvolwassenen met postcovid zich onvoldoende gehoord.</span></p><p><span>Dat geldt ook voor deeltijdstudent Bart Wijten. Hij volgt de opleiding tot Leraar Consumptieve Technieken bij Fontys. “In eerste instantie stuitte ik op veel onbegrip, vooral vanuit mijn werkgever. Ze dachten dat de klachten werden veroorzaakt door een burn-out die ik eerder heb gehad. Maar voor mij waren de klachten die ik overhield na corona heel anders. Uiteindelijk is mijn contract niet verlengd.”</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/6305fa05-51ee-419b-a183-999bbc6855a9/500_bartwijten.jpg?x=1706621670244" alt="Bart Wijten" width="200">Bart was een van de eerste in Nederland die besmet werd met het virus. Er was toen nog maar weinig over bekend. “Ik was jong en iedereen dacht dat ik wel beter zou worden. De focus lag vooral op oudere mensen.” Weken werden maanden en maanden werden jaren. Nog altijd kampt de deeltijdstudent met vermoeidheid, benauwdheid en concentratie- en geheugenproblemen</span></p><p><strong>Balansen</strong><br><span>Toen corona hem in zijn greep kreeg, zat Bart in zijn derde studiejaar. Hij werkte drie dagen op een school en ging één dag naar school, de andere dagen studeerde hij. Dat veranderde doordat zijn klachten niet overgingen. Het eerste jaar na de besmetting kon hij helemaal niets, het jaar erna werkte hij een halve dag, vorig jaar werd dat anderhalve dag en inmiddels zit hij in zijn oude ritme. “Maar het is elke dag ‘balansen’ om mijn dagen door te komen.”</span></p><p><span>Hij is nog even ver met zijn studie als voor corona. Toch is Bart vastbesloten om zijn opleiding af te ronden. Daar heeft hij wel de hulp van Fontys bij nodig. “Wat ik fijn vind is het regelmatige contact met de decaan. En ik word begeleid door een studentpsycholoog, maar die zie ik weinig omdat deze het erg druk heeft. Waar ik nu tegenaanloop, is dat mensen aan de buitenkant niet zien wat er met me aan de hand is. Docenten weten wel dat ik postcovid heb, maar vergeten dat ook snel weer.”</span></p><p><span><strong>Enquête</strong></span><br><span>De onderzoeksgroep van Leoni van Dijk heeft al een eerste aanzet gemaakt naar het promotieonderzoek. Noah Bongers, student fysiotherapie, heeft een </span><a href="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fforms.office.com%2FPages%2FResponsePage.aspx%3Fid%3DZWdrxpS3K0qE7YRbNBwIaoSmMaWxtVFNq0JYlpSu3zNUOVg5Q0RKTFBLNlhKWDJaS04wSDJaS1o2MC4u%26origin%3DQRCode&data=05%7C02%7Cm.verbiesen%40fontys.nl%7Cd14cfa91018742c4d20908dc21661f9a%7Cc66b6765b7944a2b84ed845b341c086a%7C0%7C0%7C638421969704539261%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJWIjoiMC4wLjAwMDAiLCJQIjoiV2luMzIiLCJBTiI6Ik1haWwiLCJXVCI6Mn0%3D%7C0%7C%7C%7C&sdata=61GOmt3%2B4%2FmomqIjnnlwgN6ttFPm2N7CXygv7nkbCPo%3D&reserved=0" target="_blank"><span>enquête</span></a><span> opgesteld en deze is verspreid onder studenten en medewerkers van Fontys. De vragen gaan onder andere over lichamelijke klachten, zorgbehoefte, mentaal welbevinden, het dagelijkse leven en participatie. “Het doel van de vragenlijst is om de grootte van het probleem binnen onze organisatie in kaart te brengen”, aldus Van Dijk.</span></p><p><span>Ook Bart heeft de vragenlijst ingevuld. Hij wil graag meewerken aan het onderzoek, zodat de situatie van studenten en medewerkers met postcovid verbeterd kan worden. “Ik kan nu niet bij iedereen op begrip rekenen. Dat snap ik ook wel. Maar het voelt heel eenzaam. Ik sta wel ingeschreven, maar wordt onvoldoende gezien en gehoord. Ik wil graag weer als volwaardige student worden gezien, mijn bachelor halen en de docent worden die ik voor ogen heb.” </span><i><span>[Marieke Verbiesen]</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,FPH,Onderzoek Gezondheid,PRO Gezondheid,PRO Welzijn]]></category>
            <pubDate>Tue, 30 Jan 2024 14:36:58 +0100</pubDate>
            <pp:lastModified>Thu, 01 Feb 2024 10:18:52 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/00e630c3-ac90-498f-a954-c00f84e00040/500_postcovid-shutterstock.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/00e630c3-ac90-498f-a954-c00f84e00040/500_postcovid-shutterstock.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/00e630c3-ac90-498f-a954-c00f84e00040/postcovid-shutterstock.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[postcovid-shutterstock]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Met wearables stress in de zorgsector te lijf gaan</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/met-wearables-stress-in-de-zorgsector-te-lijf-gaan/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/met-wearables-stress-in-de-zorgsector-te-lijf-gaan/</guid><pp:caseid>554521</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p><i><span>‘Van sensoren naar zorg’ is een samenwerking tussen de Fontysinstituten, externe technologiepartners, zorginstellingen en een consortiumzorgorganisatie. Het project wordt mogelijk gemaakt door RAAK-mkb financiering en is verbonden aan het Kenniscentrum Applied AI for Society. Verschillende lectoraten zoals het FPH lectoraat Health Innovations & Technology (HIT), FHICT lectoraat AI & Big data en het JHS lectoraat Recht en Digitale Technologie zijn hierbij betrokken.</span></i></p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><span><strong>Kunnen wearables als smartwatches en smartphones de zorg rondom stress makkelijker en efficiënter maken? Die vraag staat centraal in het onderzoeksproject ‘Van sensoren naar zorg’, dat opgezet is door een interdisciplinair team binnen Fontys.</strong></span></p><p><span>Dat team is ook zeker niet het minste. Fontys Hogeschool ICT (FHICT), de Juridische (JHS) én de Paramedische Hogeschool (FPH) zijn alle drie aan het onderzoek - dat in 2017 is gestart – verbonden, legt Manon Peeters van FPH uit. “Vanuit de praktijk kregen we de vraag of sensoren beter ingezet kunnen worden in de zorg. Daar doen wij nu volop onderzoek naar.”</span></p><p><span>Zo’n zes jaar geleden waren Fitbits, bandjes die allerlei data verzamelen om je gezondheid te monitoren, enorm populair. “Deze sensoren heb je continu bij je en laten je beter begrijpen hoe je lichaam functioneert. Denk daarbij aan een stappenteller, de uren die je slaapt of het aantal calorieën dat je per dag verbrandt”, aldus Petra Heck vanuit ICT. “Maar stel je eens voor wat je allemaal zou kunnen doen met die berg data vanuit een zorgperspectief.”</span></p><p><span><strong>Juridische en technische vraagstukken</strong></span><br><span>Welke rol is daarin voor ieder instituut weggelegd? Noortje Lavrijssen van de Juridische Hogeschool licht toe wat de rol van haar studenten inhoudt. “Binnen onze opleiding maken we ons hard voor adviseren aan de voorkant. Juristen geven vaak aan wat niet kan, maar wij willen een cultuuromslag inzetten."</span></p><p><span>"Daarom kijken we binnen dit project samen met de opdrachtgever wat juist wel kan als het gaat om privacy en gegevensbescherming. Een andere student &nbsp;belicht de regels van het gezondheidsrecht, meer specifiek de Wet zorg en dwang en weer een ander focust op intellectueel eigendomsrecht.”</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:316px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/800_manonpeeters-schaap.jpg?x=1673271684561" alt="Manon Peeters-Schaap">Vanuit ICT houden verschillende studenten zich natuurlijk bezig met de technische kant van het project, zo licht Heck toe. “We kijken nu bijvoorbeeld naar een algoritme om stress te detecteren in wearable data. Een groep software engineering-studenten bouwt een dataplatform, anderen houden zich bezig met gebruikersinteractie en er wordt ingezet op de bedrijfsprocessen achter de data, zodat we duidelijk inzicht krijgen in wat we allemaal kunnen met de data die we verzamelen.”</span></p><p><span><strong>Stress signaleren</strong></span><br><span>De gegevens die verzameld worden moeten uiteindelijk leiden tot een beter vorm van stressdetectie waardoor de zorg beter ondersteund kan worden. En dat is nodig volgens Peeters, want er is geen precieze indicator die stress aangeeft.&nbsp;</span></p><p><span>“Met de algoritmes die we ontwikkelen proberen we ongewenste of problematische stress te signaleren, zodat dit zo efficiënt mogelijk op te lossen is. Soms willen we ook meten wat ontspant of ‘ont-stresst’. Daarnaast hoeft stress niet altijd negatief te zijn. Iemand die heel enthousiast is heeft bijvoorbeeld ook een hoog stresslevel. Dit is in de zorg ook zinvol om te detecteren.”</span></p><p><span>Om de inzet van het onderzoek te testen worden de wearables, die de op maat ontworpen software van de onderzoeksgroep bevatten, onder twee groepen verdeeld: mensen met dementie en mensen met Aanhoudende Lichamelijke Klachten (ALK).&nbsp;</span></p><p><span>“Bij de eerste groep zijn mensen met dementie, hun mantelzorgers en zorgverleners betrokken”, licht Peeters toe. “De tweede groep betreft mensen met ALK en fysiotherapeuten. In</span> beide contexten speelt stressmanagement namelijk een belangrijke rol in het dagelijks leven. Dit systeem, dat bestaat uit de wearables en de software, meet stress en kan deze mensen ondersteunen.<span>”</span></p><p><span><strong>Gezamenlijk doel</strong></span><br><span>De resultaten die uit het onderzoek voortvloeien worden uiteindelijk gebruikt om naar een gezamenlijk doel te werken: binnen een stresssituatie een moment van ontspanning creëren. “Mensen met ALK kunnen zich daar zelf bewust van zijn. Voor mensen met dementie is het belangrijk voor de zorgverleners, zodat zij de stress- en ontspanningsmomenten van hun cliënt begrijpen.”</span></p><p><span>Of het systeem om stress te meten ook daadwerkelijk werkt in de praktijk, is nog even afwachten. Maar de drie onderzoekers hebben er alle vertrouwen in. “Het project bestaat al zo’n vijf jaar, maar we staan eigenlijk nog maar aan het begin. We hebben veel vooronderzoek moeten doen waarbij we alle eisen uit de praktijk moesten halen.”</span></p><p><span><strong>Sprongen vooruit</strong></span><br><span>Dat heeft geleid tot de mogelijke oplossing die binnenkort in de praktijk uitgeprobeerd wordt. “Daarna kunnen we waarschijnlijk weer terug naar de tekentafel om het systeem om stress te meten te optimaliseren. Dat zou ook goed nog twee jaar kunnen duren. Maar dan hebben we wel enorme sprongen vooruit gemaakt om de zorg rondom stress te kunnen ondersteunen.”</span></p><p><span>Peeters ziet daarbij niet alleen de meerwaarde voor de maatschappij, maar ook voor onderzoekers en de betrokken studenten. “Het heeft echt een toegevoegde waarde, op verschillende levels. We functioneren daarbij ook echt als één team met de verschillende instituten. Wat dat betreft had ik dit binnen alleen onze opleiding ook nooit kunnen bewerkstelligen.” [</span><i><span>Noëlle van den Berg</span></i><span>]</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,FPH,FHICT,FJH,Onderzoek,Onderzoek Gezondheid]]></category>
            <pubDate>Wed, 11 Jan 2023 11:10:24 +0100</pubDate>
            <pp:lastModified>Thu, 12 Jan 2023 10:20:08 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_shutterstock-1416346082.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_shutterstock-1416346082.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/shutterstock-1416346082.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[mantelzorg zorg]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>&#039;Brabander leeft een jaar korter door stikstofuitstoot&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/brabander-leeft-een-jaar-korter-door-stikstofuitstoot/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/brabander-leeft-een-jaar-korter-door-stikstofuitstoot/</guid><pp:caseid>514128</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>De impact van de stikstofplannen op het vestigingsklimaat in de Brainportregio is enorm. En toch kunnen we er niet omheen, stelt Cees-Jan Pen, lector De Ondernemende Regio. “De slechte luchtkwaliteit is de grootste dreiging voor Brabant. Daar moeten we mee aan de slag.”</strong></span></p><p><span>In grote delen van Nederland moet de stikstofuitstoot drastisch omlaag, met Noord-Brabant en Limburg voorop. De stikstofplannen die minister Christianne van der Wal (Stikstof) vrijdag naar de Tweede Kamer stuurde, liegen er niet om. Op meerdere plaatsen moet de uitstoot met 70 procent omlaag en dat heeft grote gevolgen voor de Brainportregio.</span></p><p><span>Boeren moeten worden uitgekocht en bouw- en infrastructurele plannen komen stil te liggen. En dat terwijl er al een nijpend tekort aan woningen is en de duurzame bereikbaarheid van de regio achteruit holt. Bedrijven als ASML waarschuwen al langer dat het vestigings- en woonklimaat in de regio dringend moet worden verbeterd. En toch heeft het aanpakken van de slechte luchtkwaliteit volgens lector Cees-Jan Pen op dit moment de hoogste prioriteit. <img class="image_resized image-style-align-right" style="width:368px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/800_cees-janpen2.jpg?x=1655206552289" alt="Cees-Jan Pen"></span></p><p><strong>Quality of life</strong><br><span>“We horen telkens over de economische belangen en de belangen van de boeren, maar er wordt te weinig gesproken over de belangen van de natuur en het belang van goede luchtkwaliteit. Zeker voor mensen met astma en andere longproblemen.”</span></p><p><span>Pen wijst op recent onderzoek waaruit is gebleken dat mensen in Brabant gemiddeld een jaar korter leven door de slechte luchtkwaliteit. “Dan heb je het over </span><i><span>quality of life</span></i><span>, en die staat hier al langer onder druk. Dat zet op termijn het vestigingsklimaat weer onder druk. Die </span><i><span>quality of life</span></i><span> moeten we dus verbeteren, en wel zo snel mogelijk.”</span></p><p><span>Pen doet vanuit het lectoraat De Ondernemende Regio, verbonden aan Fontys Hogeschool Economie en Communicatie, onderzoek naar het regionale vestigingsklimaat en de kwaliteit van de leefomgeving. Hij is allerminst verbaasd over de stikstofplannen die er nu liggen.</span></p><p><span><strong>Systeem is onhoudbaar</strong></span><br><span>“We zagen dit natuurlijk al lang aankomen. De stikstofplannen zijn helemaal in lijn met alle zorgelijke berichten over de luchtkwaliteit en de staat van de natuur. Voor individuele boeren is dit een groot drama, maar we kunnen simpelweg niet op dezelfde voet verder.”</span></p><p><span>Volgens Pen is het systeem al langer onhoudbaar en hebben we veel te lang om de hete brij heen gedraaid. “Het is nu tijd om harde keuzes te maken. Dat zal pijn doen en schuren, maar wie niet kiest verliest.”</span></p><p><span>Om de discussie zuiver te voeren is brede kennis noodzakelijk en daar ziet Pen een belangrijke rol weggelegd voor kennisinstellingen en lectoraten. “Het is nu zaak om alle feiten en cijfers helder te krijgen en nieuwe bouwstenen en innovaties op te sporen om het vestigingsklimaat in de Brainportregio overeind te houden. Fontys kan hier een grote rol van betekenis in spelen.”</span></p><p><strong>Investeren in duurzaamheid</strong><br><span>Volgens Pen is het vooral zaak om goed na te denken over onderwerpen als duurzame mobiliteit, slim en circulair bouwen, het radicaal vergroenen van steden en het circulair inrichten en benutten van industrieterreinen. <img class="image_resized image-style-align-left" style="width:411px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/800_groenestad.jpg?x=1655209018380" alt="Groene steden zijn belangrijk voor een gezond leefklimaat."></span></p><p><span>Daar liggen kansen, al vraagt dat op korte termijn om extra investeringen. “Te lang zijn economische belangen te dominant geweest, het is nu tijd om te investeren in duurzaamheid en de economische belangen van morgen en overmorgen.”</span></p><p><span>De provincie Noord-Brabant heeft nog een jaar de tijd om tot stikstofplannen op gebiedsniveau te komen. Dat gaat politiek spannend worden, verwacht Pen. Zeker met de provinciale verkiezingen die er volgend jaar aankomen. “Aan ons de taak om onafhankelijk met de feiten en cijfers te komen. De politiek kiest, maar wij moeten de kennis aanreiken om tot de juiste keuzes te komen.”</span></p><p><strong>Kringlooplandbouw</strong><br><span>Als op gebiedsniveau eenmaal is afgesproken wat rond bodem, water en lucht wel en niet kan, dan komt de bouw ook weer van de grond en neemt de kwaliteit van de leefomgeving weer toe, verwacht Pen. En ook voor de boeren in Brabant ziet hij op termijn zeker kansen. “Maar dan moeten we wel allemaal meer gaan betalen voor duurzame kwaliteit. En dat is met de huidige koopkracht en inflatie nog wel een issue.</span> <span>Het zou de slimste regio sieren om als eerste echte stappen te zetten rond kringlooplandbouw en ook zo waar te maken dat we de innovatiefste regio van de wereld zijn.” [</span><i><span>Ivo van der Hoeven</span></i><span>]</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,FHEC,FHTN,Duurzaamheid,Onderzoek Algemeen,Onderzoek Economie,Onderzoek Gezondheid,Onderzoek Maatschappij]]></category>
            <pubDate>Tue, 14 Jun 2022 16:35:35 +0200</pubDate>
            <pp:lastModified>Thu, 10 Nov 2022 16:50:47 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_boerendupevanstikstofplannen.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_boerendupevanstikstofplannen.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/boerendupevanstikstofplannen.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Boeren dupe van stikstofplannen]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Limburg wil studenten lokken met innovatie</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/limburg-wil-studenten-lokken-met-innovatie/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/limburg-wil-studenten-lokken-met-innovatie/</guid><pp:caseid>495055</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Jong talent aantrekken en behouden en Noord-Limburg op de kaart zetten als Gezondste Regio van Nederland. &nbsp;Om dat te realiseren werken vier Limburgse Fieldlabs al twee jaar aan diverse innovatieprojecten.</strong></span></p><p><span>Limburg vergrijst de komende jaren in recordtempo. Bovendien trekken steeds meer talenten weg uit het gebied. Dat is slecht voor het bedrijfsleven en komt de leefbaarheid van de provincie niet ten goede.</span></p><p><span>Om de ‘leegloop’ van de grensregio tegen te gaan lanceerde de provincie Limburg twee jaar geleden het investeringsplan Regio Deal Noord-Limburg. Rijk, provincie en bedrijfsleven investeren hierin 40 miljoen tussen 2020 en 2023.</span></p><p><strong>Concurrentie aangaan</strong><br><span>Het doel van de Regio Deal: Noord-Limburg op de kaart zetten als Gezondste Regio van Nederland en als dé plek voor studies rondom de thema’s Voeding en Gezondheid, Logistiek, Future Farming en Circulariteit. Hiermee wil Limburg de concurrentie aangaan met het Westen van het land.</span></p><p><span>Een belangrijke rol is hierbij weggelegd voor studenten van Fontys en de Universiteit van Maastricht. Zij werken in Fieldlabs -hybride leeromgevingen- samen met het bedrijfsleven aan allerhande innovatieve projecten.</span></p><p><span>Nick Poeth, docent aan Fontys International Business School in Venlo is kersvers projectleider van Fieldlab Grenszlab. Hij nam begin februari het stokje over van voormalig projectleider Hidde van Erp. <img class="image_resized image-style-align-right" style="width:260px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/800_nickpoeth.jpg?x=1645459267559" alt="Nick Poeth"></span></p><p><span>De regio Noord-Limburg gaat Poeth aan het hart. Zelf trok hij jaren geleden ook weg uit het grensgebied om te gaan studeren in Wageningen. Nu is hij terug en wil hij meehelpen de regio op de kaart te zetten.</span></p><p><strong>Veel te bieden</strong><br><span>“Noord-Limburg heeft studenten heel veel te bieden”, stelt Poeth. “We weten dat alleen niet altijd goed voor het voetlicht te brengen. Misschien zijn we wel te bescheiden.”</span></p><p><span>Het is volgens hem hoog tijd om dat te veranderen en de concurrentie met steden als Amsterdam, Rotterdam en Leiden aan te gaan.</span></p><p><span>Op verschillende thema’s timmert de regio Noord-Limburg volgens Poeth al langer aan de weg. “Denk aan agrarische innovaties, de logistieke sector en de thema’s voeding en gezondheid en circulariteit. Allemaal onderwerpen waarin deze regio voorop loopt qua innovatie.”</span></p><p><strong>Verder ontwikkelen</strong><br><span>In de vier Limburgse Fieldlabs kunnen studenten zich op al die thema’s verder ontwikkelen, in nauwe samenwerking met het bedrijfsleven. Daarbij organiseren de Fieldlabs regelmatig workshops en evenementen, zoals de aankomende GreenFood4Health Challenge (zie kader).</span></p><p><span>“Het draait uiteindelijk allemaal om kennismaken, kennis delen en kennis vastleggen”, geeft Poeth aan. “Zo werken studenten tijdens de projecten aan hun expertise én aan hun netwerk.”</span></p><p><span>‘Zijn’ GrenszLab focust zich vooral op het aantrekken en behouden van talent voor het bedrijfsleven in Noord-Limburg en Noordrijn-Westfalen.</span></p><p><strong>Groeipotentie vergroten</strong><br><span>“We willen de groeipotentie van de regio vergroten door samenwerkingen aan te gaan met Nederlandse bedrijven die ook over de grens aan de slag willen. Noordrijn-Westfalen heeft bijna evenveel inwoners als heel Nederland, dus daar liggen mooie kansen.” <img class="image_resized image-style-align-right" style="width:509px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/1920_fieldlabs.jpeg?x=1645533320256" alt=" In de vier Fieldlabs hebben studenten en bedrijven toegang tot verschillende werk- en onderzoeksomgevingen."></span></p><p><span>De komende maanden worden een kleine honderd Limburgse bedrijven, voornamelijk mkb, door het Grenszlab onder de loep genomen. Fontysstudenten en studenten van Universiteit Maastricht onderzoeken voor deze bedrijven de mogelijkheden en eventuele belemmeringen van succesvol zaken doen in Duitsland.</span></p><p><span>Voor een selectie van deze bedrijven worden aan het eind van het traject masterclasses gegeven om ze verder te helpen met hun grensoverschrijdende businessplannen.</span></p><p><span>“Hiermee geven we de bedrijvigheid in de regio een mooie boost”, stelt Poeth. “Maar belangrijker nog: we laten jongeren zien welke kansen er in dit grensgebied liggen.” [</span><i><span>Ivo van der Hoeven</span></i><span>]</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Venlo,FIBS,PRO Ondernemerschap,Duurzaamheid,PRO Logistiek,Onderzoek Gezondheid,Onderzoek Economie]]></category>
            <pubDate>Mon, 28 Mar 2022 11:40:28 +0200</pubDate>
            <pp:lastModified>Tue, 29 Mar 2022 12:31:54 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_futurefarming.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_futurefarming.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/futurefarming.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[future farming]]></pp:imageTitle><pp:imageDescription><![CDATA[Onder andere met innovaties in de agrarische sector timmert de provincie Limburg aan de weg.]]></pp:imageDescription></item><item>
                        <title>Fontys-docent ontwikkelde app voor beginnend hardloper</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/fontys-docent-ontwikkelde-app-voor-beginnend-hardloper/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/fontys-docent-ontwikkelde-app-voor-beginnend-hardloper/</guid><pp:caseid>491678</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Even eerlijk. Wie sloeg begin dit jaar vol enthousiasme aan het hardlopen, maar pakte het toch minder succesvol uit? Mark Janssen, docent aan Fontys Sporthogeschool, legde de beginnende hardloper onder een vergrootglas en ontwierp een app waardoor je wél blijft hardlopen. Gisteren verdedigde de TU/e-promovendus zijn proefschrift aan de faculteit Industrial Design.</strong></span></p><p><span>&nbsp;Hardlopen is enorm populair. Zeker tijdens de corona-lockdowns, maar ook aan het begin van ieder jaar zijn er weer veel mensen die hun hardloopschoenen aantrekken voor een rondje in het park. Je hebt er weinig voor nodig, het kost niet veel, is makkelijk in te plannen en ook prima in je eentje te doen. Een laagdrempelige sport. Maar daarin schuilt meteen het gevaar, zegt Mark Janssen.&nbsp;</span></p><p><span>Janssen haalde een promotiebeurs voor leraren binnen, combineerde een promotieonderzoek aan de faculteit Industrial Design met zijn baan als docentonderzoeker bij Fontys Sporthogeschool en bestudeerde de startende recreatieve hardloper.&nbsp;</span></p><p><span>“Je denkt: ik trek mijn schoenen aan en ben weg. Een half uur, een uur? Waarom zou ik dat niet kunnen? En dat is dus helemaal niet slim. Want bij iedere hardlooppas moet je drie- tot viermaal je lichaamsgewicht opvangen. Aan deze schokbelasting moeten je spieren, pezen en botten geleidelijk wennen, zeker als je gewicht na de feestdagen iets te hoog is. Ga je aan het begin te snel, dan raak je overbelast met mogelijke blessures tot gevolg.”</span></p><p><span><strong>Blessures</strong></span><br><span>Hardlopen is dan ook de sport met verreweg de meeste blessures. Een van de oorzaken is volgens Janssen het ontbreken van gedegen begeleiding. “Hardloopgroepen en -verenigingen trekken al jaren steeds minder leden. Terwijl een trainer zeker voor een startende loper heel belangrijk kan zijn, de belasting in de gaten houdt en gepersonaliseerde hardloopschema’s maakt. "</span></p><p><span>"Veel mensen plukken nu een schema van internet. Maar die zijn voor iedereen gelijk, ongeacht je doel, gewicht of conditie.” [</span><i><span>Tekst loopt door onder foto</span></i><span>]</span></p><p>&nbsp;</p><p><span>Het is een utopie iedereen te laten hardlopen met een trainer, beaamt Janssen. Om de zogenoemde ‘ongeorganiseerde, ongebonden’ hardloper te ondersteunen bekeek Janssen welke technologie de startende loper door de beginperiode kan helpen en de kans op blessures kan verkleinen.&nbsp;</span></p><p><span><strong>Kwaaltjes</strong></span><br><span>“We zijn begonnen met een onderzoek naar de drijfveren van de hardloper. Ze namen allemaal deel aan een hardloopevenement, van 5K tot marathon. De beginnende lopers hebben meestal een duidelijk doel voor ogen, maar dragen sneller persoonlijke redenen aan waardoor ze zouden stoppen: geen tijd, niet leuk, last van kwaaltjes."</span></p><p><span>“De gevorderde loper kent zijn lichaam goed en raak veel minder snel overtraind. Die geeft aan veelal te lopen om de ontspannende ‘runner's high’ te ervaren en niet snel te zullen stoppen.”&nbsp;</span></p><p><span>Een bijzondere studie, want nooit eerder werd zo’n grote groep van ongeveer 20.000 lopers in detail bestudeerd. En alleen al dit deel leidde tot vier wetenschappelijke artikelen.</span></p><p><span><strong>Te veel data</strong></span><br><span>Zoveel hardlopers, maar ook dus zoveel verschillende typen lopers. En met die bril op zou het misschien slim zijn ondersteunende technologie aan te passen aan het hardlooptype, benadrukt Janssen.&nbsp;</span></p><p><span>“Dus niet één horloge voor iedereen. Leuk voor de vergevorderde loper of topsporter, maar een beginnende loper kan niets met die fancy functies die een overload aan data genereren. Daar is eerst een goede basis of begeleiding voor nodig.”</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:551px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/1920_shutterstock-255888433.jpg?x=1643363316071" alt="">Dat geldt ook voor hardloop-apps. Deze worden vooral door beginnende lopers gebruikt en juist deze groep kent een hoge&nbsp;</span><i><span>drop-out</span></i><span>&nbsp;door blessures en motivatieverlies. Jansen legde 25 hardloopapps langs de lat en zag nauwelijks aanbod van gepersonaliseerde trainingen, hoewel er wel wat ruimte voor nuance was.&nbsp;</span></p><p><span>Hij ontwikkelde daarom een&nbsp;</span><a href="http://beslistool.kenniscentrumsportenbewegen.nl/" target="_blank"><span>beslistool</span></a><span>&nbsp;die je aan de hand van een paar vragen - wat is je doel, wat wil je bereiken, wat wil je meten? - helpt een geschikte app te vinden in het enorme aanbod. Toch bleef het ontbreken van een gepersonaliseerde app knagen en daarom ging Janssen zelf met een multidisciplinair team aan de slag.&nbsp;</span></p><p><span>“Ik wilde graag mijn kennis vanuit mijn achtergrond als bewegingswetenschapper gebruiken, over trainingsprincipes en verantwoord trainen. We hebben een app voor de beginnende, onervaren loper ontworpen die jou tijdens de eerste trainingen leert kennen en vervolgens kan uitrekenen op basis van voorafgaande trainingen wat je nieuwe training moet zijn. De Inspirun E-coach neemt hierbij je hartslag, snelheid en gevoel mee. Het is in feite een soort geautomatiseerde trainer,” lacht Janssen.</span></p><p><span>Testlopers zijn positief over de Inspirun E-coach-app en geven aan dat het gebruik zeker helpt om te leren hoe ze moeten trainen, vaak anders dan ze zelf dachten. Een commerciële partij die de app verder in de markt zet is er (nog) niet, wel publiceerde Janssen&nbsp; verschillende papers over het algoritme van de hardlooptool, zodat deze voor iedereen beschikbaar is.&nbsp;</span></p><p><span>Janssen - zelf geen hardloper maar wel een fanatiek fietser - houdt de technologische ontwikkelingen sindsdien in de gaten. En toeval of niet, de eerste apps met gepersonaliseerde trainingen beginnen langzaam te&nbsp; ontstaan.&nbsp;</span></p><p><span>De docentonderzoeker wil bij de Sporthogeschool zijn onderzoek nu uitbreiden naar andere sporten zoals fietsen en wandelen; voor hardlopers gaat hij de integratie met nieuwe technologie bestuderen. “Sensoren op je huid, voor je ademhaling, in zooltjes in je schoenen, we kunnen steeds meer meten. Maar bovenal willen we steeds meer mensen lekker laten bewegen, zonder afleidende databerg én zonder blessures.” [</span><i><span>Nicole Testerink</span></i><span>]</span></p><p><i><span>Dit artikel is ook gepubliceerd door Cursor, het nieuwsplatform van de TU/e.</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,FSH,Onderzoek Gezondheid,Eindhoven,PRO Sport]]></category>
            <pubDate>Fri, 28 Jan 2022 10:56:54 +0100</pubDate>
            <pp:lastModified>Mon, 31 Jan 2022 12:17:20 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_csm-bvof-mark-janssen-f14d1ac208.v1.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_csm-bvof-mark-janssen-f14d1ac208.v1.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/csm-bvof-mark-janssen-f14d1ac208.v1.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Mark Janssen. foto: Bart van Overbeeke]]></pp:imageTitle></item></channel>
                    </rss>